Cedar Gallery


Cedar info  |   Nieuws   |  Educatie  |   Links   |  Vriend/Donateur   |  Contact | Engels

 

 

Kunstenaars

Architectuur

Boeken

Design

Films

Fotografie

Letters

Schilderijen

Bomen

Religie

Thema's

China

Japan

Rusland

 

 

                                                                                                                                                                      

                                                                                                                                                                             



Russische verhalen
                                         

woordenlijst  -  Kiev - St.-Petersburg - tsaren  - Vladimir van Kiev (of Vladimir de Heilige)  1905-1918  -  1918-1929  -  1932-1949

Introductie

De Russen stammen af van Oost-Slavische volkeren die zich vanaf de zesde eeuw vanuit Midden-Europa in het gebied tussen de rivieren de Dvina, de Dnjepr en de Wolga vestigden. In de negende eeuw infiltreerden de Noormannen (Varjagen) ditzelfde gebied in hun zoektocht naar een kortere handelsroute naar het rijke Byzantium. Byzantium was tot het jaar 330 de naam van de stad aan de Bosporus die tegenwoordig Istanboel heet. Keizer Constantijn de Grote, die de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar het belangrijkere Oosten van het rijk wilde verplaatsen, werd door de geschikte locatie van de stad aangetrokken, en in 330 werd Byzantium officieel herdoopt als Nova Roma, maar de stad werd al snel beter bekend onder de naam Konstantinoupolis (Grieks voor stad van Constantijn, in het Nederlands Constantinopel). Gedurende het grootste deel van de middeleeuwen was Constantinopel de grootste en rijkste stad van Europa. De Varjagen, die op zoek waren naar een korte handelsroute naar deze beroemde stad, worden in de kronieken Russen genoemd. De heerser van de eerste Russische staat is Rurik, die zich vestigde in de noordelijke stad Novgorod, gelegen in wat nu bekend staat als de Gouden Ring.
Zijn opvolger Oleg verplaatste de zetel naar Kiev (882), dat hij hoofdstad maakte van het nieuwe rijk. Hij stichtte de Slavische staat Kiev-Rus, een voorloper van het latere Rusland.

In 988 nam grootvorst Vladimir I, een afstammeling van Rurik, het orthodox-christelijke geloof aan.
Volgens de overlevering stuurde Vladimir in het jaar 987, na overleg met zijn bojaren, gezanten uit naar de verschillende aangrenzende rijken om hun religies te bestuderen. Vertegenwoordigers van die landen hadden hem inmiddels aangespoord om hun geloof te omarmen.
Het resultaat wordt beschreven door de kroniekschrijver Nestor. Van de islamitische Bulgaren van de Wolga meldden de gezanten dat er geen blijdschap onder hen was, alleen maar verdriet en een geweldige stank. Ook werd er gemeld dat de islam onwenselijk was vanwege het taboe op alcoholische dranken en varkensvlees. Vladimir merkte op: "Alcohol is de vreugde van alle Rus '. Zonder dat plezier kunnen we niet leven."
Oekraïense en Russische bronnen beschrijven ook hoe Vladimir overleg pleegde met joodse gezanten. Dat zijn wellicht Khazaren geweest, een Turks nomadenvolk dat van de zevende tot de tiende eeuw de steppen van Centraal-Azië beheerste, en de noordkant van de Zwarte Zee. De Khazaren hadden een steppegebied tussen de rivieren de Wolga en de Dnjepr en de zuidelijke Kaukasus, ten noordoosten van Moskou en de bovenloop van de Wolga. Vladimir sprak in elk geval met ‘joodse gezanten’ en stelde hun vragen over hun religie. Maar uiteindelijk verwierp hij ook het Joodse geloof, omdat het verlies van Jeruzalem hem duidelijk maakte dat God de Joden verlaten had.
Zijn gezanten bezochten verder rooms-katholieke en orthodoxe missionarissen. Uiteindelijk richtte Vladimir zich op het orthodoxe christendom. In de kerken van de Duitsers zagen zijn gezanten geen schoonheid, maar in Constantinopel, waar alles in het werk werd gesteld om hen te imponeren, vonden zij hun ideaal: "We wisten niet meer of we in de hemel waren of op aarde, "meldden ze, toen ze de Goddelijke Liturgie in de Hagia Sophia beschreven.  “Het is er zo prachtig, dat we er geen woorden voor hebben.” Vladimir was onder de indruk van dit verslag van zijn gezanten, hij werd zelfs nog meer aangetrokken door de politieke voordelen van een verbond met Byzantium.


Doop van de Heilige Vladimir, 1890
Victor Vasnetsov


In 988 liet Vladimir zich dopen. Vanaf de Krim kwam hij (met zijn bruid, de zuster van de Byzantijnse keizer) terug naar Kiev. Nadat hij leden van zijn familie tot het christendom had bekeerd, beval hij alle inwoners van Kiev zich te laten dopen. Iedereen werd daartoe opgeroepen naar de Dnjepr te komen, waar priesters vanaf de oever gebeden voorlazen.
Kiev-Rus omvatte inmiddels een groot deel van het huidige Noordwest-Rusland en Oekraïne.

Vladimirs bekering had grote invloed op de toekomst van Rusland, dat nog altijd orthodox is.

In de loop van de twaalfde eeuw raakte het rijk in verval, vooral door de aanvallen van Mongoolse en de door hen onderworpen Turkse nomaden, de Tataren. De machthebbers verplaatsten hun hoofdstad van Kiev naar Vladimir, ook een Gouden Ring-stad. Het Tataarse leger, aangevoerd door Batu Khan, trok in 1237 echter al brandschattend en moordend Rusland binnen. Ze veroverden het rijk  en vestigden het Rijk van de Gouden Horde.

 -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----
 

Sint-Petersburg werd op 27 mei 1703 gesticht door Peter de Grote om de oude door Ivan de Verschrikkelijke ontvolkte hanzestad Novgorod als 'venster op het Westen' te vervangen. Sint-Petersburg werd de hoofdstad van Rusland. De stad is niet vernoemd naar haar stichter, maar naar de apostel Petrus, de beschermheilige van de stad. Oorspronkelijk was de naam Sankt-Piter-Boerch (Санкт-Питер-Бурхъ), een imitatie van het Nederlandse ‘Sint-Pietersburg’. Deze naam werd echter al snel gewijzigd in het Duitse Sankt-Peterburg, de naam die de stad gedurende haar periode als hoofdstad van het Russische Rijk droeg. En eveneens de naam die de stad na de val van het communisme kreeg.
Bij de bouw werden vooral dwangarbeiders ingezet. Onduidelijk is hoeveel doden hierbij vielen, maar mogelijk kwamen tot 100.000 van hen om het leven bij de 18-jaar durende aanleg van de stad. De stad kreeg een Westers aanzien met onder meer zo'n veertig grachten naar Nederlands model. De stad lag in een dunbevolkt gebied, Ingermanland, dat tevoren niet door Russen, maar door Ingriërs, een aan de Finnen verwant volk, werd bewoond. Er vestigden zich veel immigranten, zowel Russen als West-Europeanen. De stad overvleugelde al snel Archangelsk als voornaamste havenstad van Rusland. Tegen het eind van Tsaar Peter's regering (1725) telde de stad al ongeveer 50.000 inwoners. De stad zou tot 1918 het regeringscentrum van Rusland blijven.
Vanaf het midden van de 18e eeuw tot de Russische Revolutie onderhielden de zogenaamde Rusluie contacten tussen Vriezenveen (Overijssel) en Sint-Petersburg. In eerste instantie reisden de Nederlanders heen en weer, later vonden zij permanente huisvesting in Sint-Petersburg aan de Nevski Prospekt, waar een echte Hollandse wijk inclusief Gereformeerde Kerk ontstond. Belangrijkste handelswaar was textiel, maar ook wijn en tabak werden verhandeld.

De hele 'moderne' Russische geschiedenis speelt zich af in Sint-Petersburg. 
Het was de hoofdstad van een welvarend rijk dat volkomen uitgeput was door de Eerste Wereldoorlog, bij het begin waarvan het zijn naam verloor. Het Germaanse Sint-Petersburg werd het meer Russisch aandoende Petrograd. Het rijk werd ten gronde gericht door de dubbele klap van de revoluties van 1917, waarvoor Petrograd in beide gevallen het decor vormde. Al snel was de stad hoofdstad af, en werd de zetel van de macht overgeheveld naar Moskou.
Petrograd, met zijn dichters en kunstenaars, bleef de hoofdstad van de Russische cultuur - ook al raakte de stad opnieuw haar naam kwijt en werd het Leningrad genoemd, van 1924 (dood Lenin) tot 1991. De literaire, artistieke, wetenschappelijke , politieke en zakelijke elite zou in de loop der jaren stukje bij beetje gedecimeerd worden door zuiveringen, arrestaties en executies.     
De dertiger jaren werden afgesloten met de Russisch-Finse oorlog (1939-1940), een rampzalige en ondoordachte daad van Sovjetagressie die overging in de Tweede Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog was Leningrad een spookstad. De ooit zo majestueuze gebouwen lagen in puin. De ruiten waren vernield door bommen en granaten, de kozijnen en het meubilair waren veelal gebruikt als brandhout.
Gedurende de decennia na de oorlog groeide de stad weer. De bevolking nam toe en Leningrad werd de militair-industriële hoofdstad van de Sovjet-Unie.
Halverwege de jaren tachtig steeg de bevolking van de stad naar vijf miljoen.
In maart 1985 werd Michail Gorbatsjov leider van de Sovjet-Unie. Het eerste jaar van zijn heerschappij gebruikte hij om zijn positie in het politbureau te verstevigen. In zijn tweede ambtsjaar introduceerde hij de term perestrojka (hervorming). In december 1986 stelde Gorbatsjov de bekendste dissident van de Sovjet-Unie, Andrej Sacharov, in de gelegenheid van Gorki (de stad waar hij tijdens zijn ballingschap verbleef), terug te keren naar Moskou.
In januari 1987 kwam Gorbatsjov met nog een nieuwe term, glasnost, ofwel openheid. Het deed vermoeden dat de censuur zou verminderen.
Gorbatsjov hoopte de Sovjeteconomie en de Sovjetmaatschappij in bepaalde opzichten te veranderen, zonder de basisstructuren te ondermijnen.
Op 16 maart 1987 vond er een enorme explosie plaats op het Sint-Isaakplein in Leningrad, waardoor hotel Angleterre, cultureel erfgoed van Sint-Petersburg, werd vernield. Op de plaats van de verwoesting ontstond spontaan een beweging die een sleutelrol zou gaan spelen bij de val van het Sovjetregime.   

 -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----
 

tsaren 

De tsaren


Tussen 1547 en 1917 werd Rusland geregeerd door tsaren.
Voor 1547 noemden de heersers van Moskovië (het Rusland van vóór de hervormingen van Peter de Grote) zich ‘grootvorst’. De eerste die de titel ‘tsaar’ gebruikte, was Ivan IV, beter bekend als Ivan de Verschrikkelijke.
In 1613 kwam de tsarentitel in handen van Michael Romanov. Dit was het begin van de Romanov dynastie. De Romanovs zouden aan de macht blijven tot de Russische Revolutie van 1917.

Peter Aleksejevitsj ( 1672-1725), bijgenaamd Peter de Grote, was van 1682 tot 1721 tsaar en tot 1725 keizer van Rusland. Peter was de eerste Russische tsaar die buiten de grenzen van zijn rijk reisde. Hij bevorderde zowel cultuur als  wetenschap.
Peter had twee halfbroers, Fjodor en Ivan en een halfzus Sophia. Toen de vader van Peter overleed, werd eerst Fjodor tsaar. Deze overleed echter in 1682 en zo werd Peter op tienjarige(!) leeftijd tot tsaar gekroond. Sophia was echter slim. Zij slaagde erin, regentes te worden. Toen er twee Krimoorlogen werden verloren en er geruchten waren over een samenzwering tegen Peter, liet hij Sophia wegwerken in een klooster (1689).

      

    

De vier foto's hierboven (©wagenvoorde) zijn van het Novodevitsjijklooster in Moskou, in 1524 gesticht door Vasili III, om het innemen van de Litouwse stad Smolensk te gedenken. In dit klooster werd de halfzuster van Peter de Grote, regentes Sophia voor de rest van haar leven gevangen gezet door Peter de Grote. Het oudste gebouw van het klooster is de kathedraal van de Moeder Gods van Smolensk uit 1524, op de foto linksboven en rechtsonder. Het bezit een zeer fraaie iconostase uit de 17de eeuw. In het wachthuis (foto rechtsboven) zat regentes Sophia gevangen.

Peter bracht veel veranderingen teweeg. Hij hervormde het leger, de kerk, handel en nijverheid, onderwijs en volksgezondheid. Hij bezocht Amsterdam om zich op de hoogte te stellen van o.a. vlootbouw. Peter maakte twee keer een reis naar West Europa.  Tijdens een van deze reizen ging hij o.a. naar Zaandam om de scheepsbouw te bestuderen. Ook werkte hij op de werven van de VOC.
De tsaar liet diverse boeken uit het Nederlands, Frans, Duits en Engels in het Russisch vertalen. Onder zijn bewind verscheen de eerste Russische krant.
Peter begon in 1714 met de bouw van een zomerresidentie aan de oever van de Neva. Ook liet hij een klooster bouwen, evenals een museum voor natuurwetenschappen. Zo veranderde er veel in Rusland tijdens zijn bewind.
Wordt vervolgd.

          -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----

 

Russische geschiedenis 1900-1922

1905-1918

1905
In januari 1905 worden twee arbeiders van de Poetilov-fabrieken in Petersburg ontslagen.
Een solidariteitsstaking komt op gang. Er wordt een petitie voor politieke vrijheden, het recht op onderwijs, de achturendag, tegen de belastingen enzovoort opgesteld en door een massale betoging naar de tsaar gebracht. De onderdrukking van deze betoging wordt het beginpunt van de revolutionaire ontvlamming in het land, een jaar lang.
“Duizenden arbeiders, geen sociaal-democraten, maar gelovigen, trouwe onderdanen van de tsaar, geleid door de priester Gapone, stromen uit alle delen van de stad samen naar het centrum van de hoofdstad, naar de plaats van het Winterpaleis, om een petitie te overhandigen aan de tsaar. De arbeiders stappen op achter iconen en Gapone, aanvoerder van het moment, heeft aan de tsaar geschreven dat hij zich garant stelt voor diens persoonlijke veiligheid en hij smeekt hem zich aan het volk te vertonen.”

Bloedige Zondag (Russisch: Кровавое воскресенье, Krovavoe woskresenije) was het bloedbad op 9 januari 1905 (22 januari volgens de huidige, Gregoriaanse kalender) in St. Petersburg, Rusland. Ongewapende demonstranten wilden een petitie aanbieden aan tsaar Nicolaas II, maar dit liep volledig uit de hand.
De situatie was als volgt. Het land was in oorlog met Japan en leed zware nederlagen in de Russisch-Japanse Oorlog. Er werd al enkele weken veel gestaakt. Ook deze zondag zouden veel mensen bij elkaar komen. Het volk ging onder leiding van priester Georgi Gapon (1870-1906) de straat op. Hij was zeer charismatisch, en had een bijna naïef vertrouwen in de goedheid van de tsaar. De menigte van arbeiders, intelligentsia, vrouwen en kinderen marcheerde met kerkvaandels, afbeeldingen van de tsaar en iconen naar het winterpaleis van de tsaar, destijds de officiële residentie, om veranderingen en verbetering van het lot van de boeren en arbeiders te bepleiten. Velen dachten dat de tsaar niet op de hoogte was van hun ontberingen.
Ruim honderdduizend mensen deden aan de demonstratie mee en de massa werd geconfronteerd met wegversperringen op alle belangrijke toegangswegen: bij Mytninskaja, aan de Nevakade, op het Vasilevski-eiland. Toen de grootste stoet ter hoogte kwam van de imposante façade van de Narvapoort, gebouwd ter nagedachtenis aan Napoleons nederlaag, viel een eskader grenadiers te paard van het Garderegiment de menigte met getrokken sabel aan.
De demonstranten waren niet op de hoogte van de afwezigheid van de tsaar. Deze was op dat moment  helemaal niet in Sint-Petersburg was. Omdat hij vreesde voor de rellen, was hij weggegaan uit de stad… Officiële bronnen vermelden dat 130 demonstranten het leven verloren en 299 mensen gewond raakten; Lenin heeft het later over duizenden doden. Buitenlandse journalisten maken melding van niet minder dan 4600 slachtoffers.
Nicolaas II beschreef de dag enkel als ‘pijnlijk en triest’. 
1905 werd hiermee het jaar van de Eerste Russische Revolutie, met stakingen en oproer in de grote industriesteden en op het platteland.

1914
Rusland raakt betrokken bij de Eerste Wereldoorlog aan de zijde van Engeland en Frankrijk tegen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Osmaanse rijk.

1917
Februarirevolutie
In januari 1917 braken er voedselrellen uit in Sint-Petersburg. Deze voedselrellen sloegen spoedig om in politieke rellen, gericht tegen het tsaristisch regime. De bolsjewieken (een communistische groep) speelden daar goed op in en zetten de bevolking aan tot opstand. Desondanks genoten zij op dat moment geen werkelijke populariteit, daar zij zich volledig op het (in Rusland vrijwel ontbrekende) proletariaat richtten. De Sociaal-Revolutionaire Partij, een linkse, maar op de landloze boeren gerichte partij, genoot een grote populariteit.
De boeren die geen geld meer voor hun producten kregen, gingen staken en de arbeiders en soldaten gingen in februari 1917 massaal demonstreren. Er brak een staking uit onder de bakkers, nadat ze vernamen dat er een schromelijk tekort was aan meel in de hoofdstad. Verschillende arbeidersbewegingen sloten zich aan, en al snel evolueerde een normale staking in een anti-regeringsrel.
Twee dagen later was de stad in de greep van een algemene staking. Om deze opstand tegen te gaan had de regering 200.000 man gevestigd in Petrograd, maar al snel bleek dat zij niet veel meer in te brengen hadden. Het merendeel van de soldaten was al eens naar het front gestuurd, en ook zij hadden weinig vertrouwen meer in de regering. Bovendien waren ook zij geïnspireerd door de revolutionaire gedachte en al snel sloten ze zich aan bij het volk.
In slechts enkele dagen had het tsaristische regime zijn invloed helemaal verloren en waren de leden ervan gearresteerd of ondergedoken. Nicolaas kreeg intussen de ernst van de situatie door en verliet het front van de Eerste Wereldoorlog om naar de hoofdstad terug te kunnen keren. Zijn generaals smeekten hem om een representatieve regering toe te laten om zo de malaise die ontstaan was te laten wegvloeien.
Wat volgde was de abdicatie van de tsaar. Er werd een Voorlopige Regering  gevormd onder leiding van Aleksandr Kerenski.

1917
De Grote Russische Oktoberrevolutie
Revolutie op 25 en 26 oktober 1917 (volgens de Gregoriaanse kalender op 7 en 8 november) in Rusland. De revolutie stond onder leiding van Lenin.
Lenin en z`n bolsjewieken maakten zonder noemenswaardige tegenstand een einde aan de Tijdelijke regering onder Aleksandr Kerenski en trokken de macht naar zich toe. Ze nationaliseerden land en fabrieken en trokken zich terug uit de Eerste Wereldoorlog.


Lenin houdt een toespraak op het Sverlov Plein in Moskou, op 5 mei 1920.
Op de originele foto met Trotsky en Kamenev.

          -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----

1918-1929

1918-1920
Burgeroorlog tussen Roden, Witten en tal van andere partijen. Diverse nationale minderheden roepen onafhankelijke staten uit. De meeste worden uiteindelijk door het Rode Leger weer bij Rusland ingelijfd.

1921
Hongersnood
De hongersnood was het gevolg van een combinatie van factoren, waaronder de Eerste Wereldoorlog en Russische Burgeroorlog, het oorlogscommunisme en de verstoring van de landbouw.
Voordat de hongersnood begon, had Rusland er al een lastige periode van 6,5 jaar opzitten. De Eerste Wereldoorlog, de burgeroorlog van 1918-20 en andere conflicten hadden het land economisch geen goed gedaan. Tijdens de burgeroorlog hadden alle partijen die betrokken waren bij de burgeroorlog, de Bolsjewieken, het Witte leger, de Anarchisten en andere groepen de methode om ‘te leven van het land’ aangenomen. Dat wil zeggen dat ze voedsel afnamen van de landbouwers om dit te verdelen onder het leger en onder hun aanhangers. Vooral de Bolsjewieken gaven de boeren bijna niks terug voor hun gewassen. Als antwoord hierop begonnen boeren steeds minder voedsel te verbouwen. De rijke boeren (koelaks) hielden expres voedsel achter. Bovendien ontstonden op grote schaal zwarte markten waar voedsel illegaal werd verkocht. De Bolsjewieken meenden dat de boeren opzettelijk het leger en de oorlog probeerden te ondermijnen. In Het zwartboek van het communisme is te lezen dat Lenin beslag liet leggen op bijna al het voedsel van de boeren als straf voor deze ‘sabotage’. Dit had op grote schaal opstanden tot gevolg.
In 1921 kreeg Rusland tevens te kampen met droogte. Veel lokale overheden erkenden de problemen te laat om effectief in te grijpen.
De honger was op het hoogtepunt dermate nijpend, dat de overheid in moest grijpen om te voorkomen dat mensen het graan dat eigenlijk voor het inzaaien van het land was bedoeld ook zouden opeten, waardoor er het jaar erop geen oogst dreigde te zijn. Boeren moesten massaal op zoek naar andere vormen van voedsel om graan te bewaren voor het zaaien.


1921
Lenin kondigt de Nieuwe Economische Politiek af – een compromis met de verfoeide markteconomie dat het land economisch weer op de been moet helpen.
Aanvankelijk weigerde hij hulp van buiten Rusland. Onder andere het American Relief Administration, dat na de Eerste Wereldoorlog was opgericht, bood Lenin hulp aan op voorwaarde dat ze volledige zeggenschap zouden krijgen over de Russische spoorwegen.
Door de hongersnood, de Opstand van Kronstadt en de Opstand van Tambov zag Lenin zich echter genoodzaakt om zijn beleid ten opzichte van het buitenland te herzien. Op 15 maart 1921 stemde hij in met de Nieuwe Economische Politiek. Tevens stelde Rusland zijn grenzen meer open. Zo mochten Westerse hulporganisaties het land in.

1922
De Sovjet-Unie wordt opgericht.
Op 28 december 1922 werd op een conferentie van gevolmachtigde delegaties van de Russische SFSR, de Transkaukasische SFSR, de Oekraïense SSR en de Wit-Russisch SSR het verdrag goedgekeurd van de oprichting van de Sovjet-Unie en de verklaring van de schepping van de Sovjet-Unie, de Unie van Socialistische Sovjet Republieken.

1922
Toen Lenin besloot zich meer toe te leggen op het landsbestuur, verkreeg Stalin in april 1922 het ambt van secretaris-generaal van de partij. Niemand wist toen dat dit ambt zou uitgroeien tot het belangrijkste en machtigste ambt in de Sovjet-Unie.

1924
Lenin, de grondlegger van de Sovjet-Unie, sterft.


Mausoleum Lenin in Moskou

Aangezien Cedar Gallery zich niet alleen bezighoudt met de geschiedenis van Rusland, maar ook met de kunst, is de volgende link van belang voor wie geïnteresseerd is in Lenin's opvattingen over kunst:
Lenin en de kunst

          -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----

1932-1949

1929-1932
Het eerste vijfjarenplan, voortgekomen uit het plan GOELRO, werd gestart in 1928 en omvatte ook de grote collectivisatie met de opzet van kolchozen en sovchozen, waardoor het systeem van de Koelakken werd vernietigd.
Koelak was in het voorrevolutionaire Rusland een scheldwoord voor boeren die ingehuurd personeel uitbuitten. De bolsjewieken noemden na de Oktoberrevolutie van 1917 alle zelfstandige boeren ‘koelak’, ongeacht hun ethiek of welvaartsniveau.

Na de afschaffing van de lijfeigenschap in 1861, was een minderheid van de boeren in het Russische Rijk erin geslaagd zich te ontwikkelen tot een welvarende, zelfstandige boerenstand. Die ontwikkeling had wellicht nog verder kunnen gaan indien de landbouwhervormingen van premier Stolypin langer zouden zijn voortgezet. In augustus 1918 begon Lenin echter met de ideologische discreditatie van zelfstandige boeren die productiemiddelen (molen, olieslagerij) of lastdieren e.d. hadden, zoals een paard, een os of enkele bijenkorven. Dezen werden allemaal als ‘koelak’ bestempeld.

Vijfjarenplannen waren gebaseerd op de globale beleidslijnen van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie voor economische groei. Vijfjarenplannen werden opgesteld door staatsplanningscommissies en waren aanvankelijk gericht op de snelle industrialisatie van met name de zware industrie.

          -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----

woordenlijst

Woordenlijst

glasnost
Michail Gorbatsjov probeerde de glasnost (openheid) samen met de perestrojka (staatkundige en economische hervormingen) in te voeren in een poging de planeconomie van de Sovjet-Unie weer op de rails te krijgen. Kort samengevat houdt het de mogelijkheid tot openheid en transparantie van overheidsactiviteiten in, oftewel de vrijheid van het verspreiden van informatie.
De glasnost was tevens een katalysator voor etnische groepen en volken om hun stem te laten horen en onafhankelijkheid te eisen. Men kan stellen dat de glasnost heeft bijgedragen aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

kolchoz
Een kolchoz  is een collectieve boerderij ten tijde van de Sovjet-Unie. Het woord is een samenstelling van kollektivnoje chozjajstvo (letterlijk vertaald collectieve huishouding).
In tegenstelling tot op de sovchozen, waar boeren in staatsdienst werkten, werkten boeren op de kolchozen voor een aandeel in de winst, ze waren niet in dienst van de staat of iemand anders. De boerderijen waren eigendom van groepen samenwerkende boeren en van de staat, een vast inkomen was niet gegarandeerd. Wel mochten boeren op de kolchozen een stukje privéland houden, een paar dieren en hun eigen huis bezitten. Een kolchoz moest jaarlijks een bepaald percentage van de productie afstaan aan de staat tegen een door de staat vastgestelde prijs.

perestrojka
Perestrojka is de term voor de hervormingspolitiek van Gorbatsjov, die plaatsvond tijdens het twaalfde vijfjarenplan van de Sovjet-Unie. Gorbatsjov (de eerste in generatie leiders van de USSR zonder de terreur van Stalin) hoopte in 1985 de vastlopende Sovjet-Unie weer op gang te kunnen krijgen door Glasnost (openheid) en Perestrojka (staatkundige en economische hervormingen).

proletariaat
In het marxisme is het proletariaat of de arbeidersklasse de klasse in een kapitalistische, industriële maatschappij ‘die uitsluitend van haar arbeid leeft en niet van de winst van een of ander kapitaal, die klasse, waarvan het wel en wee, waarvan leven en dood afhankelijk zijn van de goede en slechte tijden in het bedrijfsleven, met één woord, van de schommelingen van de concurrentie’, aldus Friedrich Engels in 1847. In de klassieke marxistische theorie is het proletariaat de voornaamste revolutionaire tegenstrever van de bezittende/heersende klasse(n) binnen het kapitalisme. Doel van de proletarische strijd is om het kapitalisme en de "burgerlijke democratie" omver te werpen en te vervangen door een socialistisch economisch en politiek regime.

sovchoz
Een sovchoz was een collectieve staatsboerderij ten tijde van de Sovjet-Unie.
In tegenstelling tot op de kolchozen was op deze boerderijen alles eigendom van de staat. De machines werden gehuurd van verhuurbedrijven en de mensen die er werkten waren in dienst van de staat.

 

wordt vervolgd...

          -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----  TOP  -----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----*-----

 

 

 

 


 

 top | vorige