Cedar Gallery


Cedar info  |   Nieuws   |  Educatie  |   Links   |  Vriend/Donateur   |  Contact | Engels

 

 

Kunstenaars

Architectuur

Boeken

Design

Films

Fotografie

Letters

Schilderijen

Bomen

Religie

Thema's

China

Japan

Rusland

 

 

                                           

                                           

   boeken

 

Deze afdeling van Cedar Gallery is een digitaal literair café voor iedereen die houdt van literatuur (Nederlands of vertaald in het Nederlands).
Daarnaast is er ruimte voor site-gerelateerde boeken, met name over
architectuur, design, landschappen, kunst en kunstenaars.

Stuur uw recensies naar: cedars.letters@live.nl
Ook kunt u
boeken ter recensering sturen. Informatie via bovenstaand e-mailadres.

 

 

Specials met betrekking tot boeken of met boeken als onderwerp:            Specials     >>>  

 

 

 

 

NON-FICTIE

 

 

 

 

 

 

ARCHITECTUUR                   

 

DESIGN                          
 

LANDSCHAP/ TUIN             
 

OVERIG, O.A. KUNST

 

NON-FICTIE

A B C D  -  E F G H  -  I J K L  -  M NOP  -  RSTU  -  VWZ

Schrijvers:

Adiga - Appelfeld - Atwood -
Bakker - Baricco - Barker - Böll - Boulonois - Boyne - Brijs  -  Bulgakov - Buwalda -
Calvino - Cao Zhan  -  Claus - Crace -
Dillen van - Döblin - Dostojewski
Endo - Enter
Franck - Freud Esther  -
Gao (Xingjian) - Giordano - Gonggrijp - Grunberg -
Haasse - Hermsen - Hertmans - Hesse
Japin
Kafka - Katchor - Kazuo Ishiguro - Koch Komrij
Larsson - Laskier - Lewin - Lewinsky - Li Y.
Maanen van Márquez - McEwan - Mitchell - Moor de - Morriën - Morrison - Müller - Münstermann - Murakami -
Nabokov - Noordervliet

Platonov
Roy A.
Schlink - Scholten - Schröder - Sebald - Shakespeare N. - Sicking - Simsion - Soucy - Stiks Strauss - Strayed
Tanizaki  - Toergenjev
Verhulst -
Wieringa - Winter De - Wolkers -
Zamjatin

 

                                       
 

Fictie

 

 


A  -  B  -  C  -  D
 

 

 

Aravind Adiga

De witte tijger  

De witte tijger, Aravind Adiga’s debuutroman, baarde – terecht – opzien en oogstte zeer veel lof.  Adiga won met dit boek de Man Booker Prize.
Balram Halwai is de verteller van het boek. Hij zou volgens zijn kaste ‘zoetmaker’ moeten worden, ergens op het Indiase platteland. De naam voor de streek is ‘Donker’, in contrast met het Licht van de grote steden als Delhi, Mumbai en Bangalore.
Balram past echter niet in het gebruikelijke stramien.
Hij vertrekt naar de stad en neemt ons mee naar een India, waar evengoed medewerkers van de Microsoft callcenters rondlopen als bedelaars, die straatvuil verbranden om een beetje warm te blijven.
Adiga’s bijzondere gedachte is om ons Balram’s verhaal te vertellen door middel van brieven, die hij schrijft aan de Chinese premier Wen Jiabao. Balram zal deze premier eens even de echte waarheid vertellen over India, voor hij op staatsbezoek komt. En dat doet hij. Hij vertelt: Over de bedienden, die in vervallen kelders onder de glazen appartementen van hun werkgevers wonen. Over hoe Ashok’s familie ministers omkoopt, en hoe er wordt geknoeid met de nationale verkiezingen. Ashok toont zijn schuldgevoel over de behandeling van Balram, maar zijn mooie woorden halen verder niets uit.
Het boek gaat kortom over het donkere, smerige, corrupte India, dat samen met China opbloeit, terwijl de ontwikkeling in het Westen stagneert.
Het verhaal is een opwindende tocht door deze opkomende wereldmacht, India. Balram vertelt ons, hoe hij het ziet. Er waren vroeger duizend kastes in India. Nu zijn het er nog maar twee: Mannen met dikke buiken en mannen met magere.
Het duurt niet lang voor Balram de lezer vertelt hoe hij zelf een Dikke Buik werd. Misschien is Adiga’s plot enigszins voorspelbaar; de moord die gepleegd wordt, komt niet bepaald onverwacht. Maar De Witte Tijger lijdt er nauwelijks onder.
Balram neemt je mee zijn wereld in en praat maar door, soms sarcastisch, af en toe hilarisch. Hij komt uit het boek te voorschijn als een sluw persoon. Geen wonder voor iemand, wiens lot het was te worden onderdrukt en belazerd. Tot hij het kunstje had afgekeken en zijn lot in eigen handen nam.

Wie India democratisch noemt en wil verdedigen dat het system deugt en de welvaart eerlijk verdeeld is, of wie niet van corruptie wil horen, die zal niet blij zijn met dit boek. Ik denk, dat heel veel andere lezers door dit boek worden gegrepen.

Aly Wagenvoorde, 2010

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

Aharon Appelfeld

Het tijdperk der wonderen    

Hoe te spreken en schrijven over gruweldaden, te verbijsterend voor woorden? De Israëlische auteur Aharon Appelfeld (1932) nam zijn toevlucht tot een dromerige, bijna sprookjesachtige verteltrant, waarbij metaforen het onzegbare suggereren, en de Holocaust nooit expliciet wordt genoemd.
Het verhaal begint en eindigt met treinen, die de op handen zijnde jodenvervolging, maar ook het naoorlogse antisemitisme symboliseren.
In het eerste deel roept Appelfeld met veel gevoel voor sfeer en detail de verdwenen joodse wereld van zijn jeugd in herinnering. De Holocaust zelf wordt overgeslagen. Het korte tweede deel speelt vele jaren later, wanneer de hoofdpersoon Bruno als volwassene met de trein terugreist naar zijn geboorteplaats. Hij komt daar bekenden uit zijn jeugd tegen...
Appelfeld bedient zich van de stilte om het onzegbare uit te drukken. Het tijdperk der wonderen is een aangrijpend boek.

Bron: NRC boekenbijlage 14-03-2008

 

 

Margaret Atwood

Het verhaal van de dienstmaagd    

Margaret Atwood (Canada, 1939) creëert in The Handmaid's Tale (oorspronkelijke titel) een gruwelijke toekomst, waarin vrouwen hun bestaansrecht grotendeels ontlenen aan het feit, dat ze kunnen zorgen voor de voortplanting. Vrouwen worden onderdrukt, mogen geen geld of macht hebben en zijn ingedeeld in verschillende klassen: De kinderloze Martha's die er zijn voor het huishouden, de Dienstmaagden, die dienen te baren voor de Echtgenotes.
De hoofdpersoon, een Dienstmaagd, ziet zichzelf als een voortplantingsmachine, maar heeft nog wel herinneringen aan vroeger, toen ze liefde kon voelen. Alle fysieke vreugden uit het verleden zijn echter verdwenen en teruggebracht tot mechanische acties, nodig om zwanger te raken.
Dit komt, omdat er een religieus totalitair systeem heerst. Alle bestaande vrijheden en rechten zijn afgeschaft. Men volgt het bijbelboek Genesis naar de letter, of beter: men volgt de passages die de machthebbers kiezen.
Margaret Atwood, een van Canada's meest gevierde schrijfsters, schreef dit boek al in 1987.

De Dienstmaagd behoort tot een speciale klasse van vrouwen die enkel instaan voor de voortplanting van de ‘Bevelhebbers', meestal mannen van invloed, waaraan zij worden toegewezen. Tijdens een wekelijks ritueel paren de Bevelhebber, zijn vrouw en de Dienstmaagd in een bizarre 'vereniging van het vlees'. Elke andere vorm van seksueel verkeer met Dienstmaagden wordt streng bestraft en polygamie of buitenhuwelijkse seks wordt zelfs met de dood beboet.

Aangezien de echtgenote van de Bevelhebber  zelf niet in staat is tot het baren van een kind en dit bij haar tot groot verdriet leidt, heerst er voortdurend een onuitgesproken rivaliteit. De Dienstmaagd moet er in slagen zwanger te worden. Liefst zo spoedig mogelijk. Slaagt ze niet, dan wordt ze tot onvrouw bestempeld en verbannen, of erger.

Atwood toont in haar een vrouw die niet alleen lijdt onder deze omstandigheden, maar vooral ook geplaagd wordt door de herinneringen aan andere tijden, waarin ze een kind had, dat geboren werd uit een liefdesverhouding Tijden, waarin ze vrij was om te kiezen en te voelen.

Een meesterwerk!!!

Aly Wagenvoorde, 2010

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 


Omslag eerste druk,
http://en.wikipedia.org/wiki/The_Handmaid's_Tale

Pat Barker

Niemandsland

De Engelsman Siegfried Sassoon studeerde en schreef gedichten, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Hij besloot onmiddellijk om zich als vrijwilliger aan te melden. Eind 1915 was hij inmiddels tot luitenant bevorderden vocht hij in Frankrijk.
In 1917 richt hij zich tot het parlement in Londen om deze zinloos geworden oorlog te beëindigen. Hij ziet zichzelf niet zozeer als een pacifist, maar heeft wel erg veel moeite met deze oorlog. Met zijn oproep aan het parlement hoopt hij voor de krijgsraad te komen. Het loop echter anders. Kapitein Robert Graves probeert hem te beschermen. Hij zorgt ervoor, dat Sassoon in een militair ziekenhuis belandt, waar hij wordt behandeld door Dr. Rivers.
Het boek beschrijft de gebeurtenissen in het Craiglockhart War Hospital in 1917, waarbij de neuroloog dr. Rivers en de getraumatiseerde Sassoon beide betrokken waren. Een voorbeeld is Willard, een van de patiënten, die niet kan lopen, ofschoon daar geen fysieke reden voor is. Of luitenant Billy Prior, die onmogelijk nog kan spreken, tot hij op een nacht door zijn eigen schreeuwen, vanwege een nachtmerrie, wakker wordt.
De roman onderzoekt o.a. de wreedheid van de geïnstitutionaliseerde psychiatrie. Er wordt bijvoorbeeld nauwgezet en levensecht beschreven hoe dit soort zogenaamde hysterische aandoeningen behandeld dienen te  worden.
‘Niemandsland’ is samengesteld uit historische feiten en fictieve scènes. De wreedheid van de oorlog wordt pijnlijk zichtbaar; niet door bloederige gebeurtenissen op het slagveld, maar door de psychische schade die de overlevenden hebben opgelopen.

Aly Wagenvoorde, 2011

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

 

Gerbrand Bakker

De omweg

‘November.
Op een vroege ochtend zag ze de dassen. Ze liepen rond bij de kring stenen die ze een paar dagen eerder ontdekt had, en die ze eens in de ochtendschemering wilde zien. Ze had altijd gedacht dat het vreedzame, wat trage en schuchtere dieren zijn, maar er werd gevochten en gesist.
Ze verdwenen zonder haast tussen de bloeiende gaspeldoorn toen ze haar zagen. Het rook er naar kokos. Ze liep terug over het pad dat alleen te vinden was door ver vooruit te kijken; dat ze vermoedde door kissing gates, vermolmde stiles en een enkele paal met een teken waarvan ze dacht dat het een lopend mannetje moest voorstellen. Het gras was niet platgetreden.’
Zo leren we beetje bij beetje de omgeving kennen, waarin Agnes zich bevindt. Zoals zij de omgeving verkent, verkennen wij de omgeving met haar mee. Dit gebeurt niet overhaast, en de nieuwe omgeving van Agnes blijft bewust beperkt. 
Nooit eerder heb ik iets van Gerbrand Bakker gelezen, ik kan zijn manier van schrijven niet vergelijken met bijvoorbeeld ‘Boven is het stil’. In ‘De omweg’ slaagt hij er echter in om, zonder een personage uitgebreid te beschrijven of  haar gevoelens uit te pluizen, haar levensecht en invoelbaar neer te zetten.
Het huis en de naaste omgeving worden zo beschreven, dat het lijkt alsof je het kent.

Gerbrand Bakker kan op meesterlijke wijze een sfeer scheppen, met de kilte van de herfst, de bloeiende gaspeldoorn en oeroude, bemoste bomen. Met het ganzenveld met vijvertjes, gevoed door een onzichtbare bron.
Daar zit dan die vrouw, afkomstig uit Amsterdam. Dat ze ziek is, wordt al snel duidelijk, met name door het voortdurend slikken van paracetamol. Dat er iets anders speelt, vermoed je ook vanaf het begin.
‘De ruimte rondom het huis. Eén keer was ze naar Bangor gereden om er inkopen te doen, daarna koos ze voor Caernarfon, dat dichterbij was. Bangor was een kleine stad, en … Er was daar een universiteit, er waren dus studenten. Ze kon geen student meer zien, zeker geen eerstejaars. ‘ Zo worden dingen terloops benoemd.
De vrouw heeft een biografie over en gedichten van Emily Dickinson bij zich. Ze houdt zich er af en toe mee bezig. Daarnaast verkent ze langzaam het huis en de naaste omgeving, en past het pad en de tuin aan aan hoe het zou moeten zijn. Met moeite, omdat dat, ondanks haar betrekkelijk jonge leeftijd nauwelijks gaat.
De roman begint met:
Ample make this bed.
Make this bed with awe;
In it wait till judgment break
Excellent and fair.

Be its mattress straight,
Be its pillow round;
Let no sunrise’ yellow noise
Interrupt this ground.

Ondanks de vredige omgeving en de landelijke rust  hangt er iets onheilspellends in de lucht. Zonder dat de schrijver al te veel prijsgeeft, slaagt hij erin de verwachting te wekken, dat dit niet goed kan aflopen.
Geleidelijk kom je te weten, dat ze man en ouders heeft achtergelaten, zonder ze over haar vertrek te informeren. Je vermoedt, dat haar ziekte wel eens behoorlijk ernstig kan zijn. Toch zie je haar scharrelen tussen de ganzen en schapen, voel je soms haar machteloosheid, evenals haar voldoening om het aanleggen van een tuinpad.
De gebeurtenissen in de roman blijven klein, en ga ik niet prijsgeven. Dat het desondanks een roman is die een diepe indruk op je maakt zegt iets, over de kwaliteit van deze schrijver.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Alessandro Baricco

Zijde (1996)

Zuid-Frankrijk, 1861. Door een onverklaarbare ziekte onder zijderupsen in Egypte en Klein-Azië moet Hervé Joncour zijn handel verleggen naar elders. Zo begint hij met het maken van reizen naar het verre Japan. Hij vindt daar de eitjes van de zijderups, die hij meesmokkelt naar Europa. De schrijver vermeldt, dat het het jaar is waarin Flaubert aan Salammbô werkte, elektriciteit nog iets van de toekomst was en Lincoln aan de andere kant van de oceaan in een burgeroorlog verwikkeld was.
Hervés reizen van en naar Japan worden neergezet als een soort mantra.
'Zes dagen later scheepte Hervé Joncour zich in, in Takaoka, op een schip van Hollandse smokkelaars dat hem naar Sabirk bracht. Van daaruit reisde hij langs de Chinese grens tot aan het Bajkalmeer, trok door vierduizend kilometer Siberisch land, stak het Oeralgebergte over, bereikte Kiev en doorreisde per trein heel Europa, van oost naar west, totdat hij, na een reis van drie maanden, in Frankrijk aankwam. Op de eerste zondag van april - op tijd voor de hoogmis - kwam hij aan bij de poorten van Lavilledieu.
...'

Dit fragment wordt telkens letterlijk herhaald, het heeft een magisch effect. Voor de beschrijving van de heenreis geldt hetzelfde, zij het met een kleine variatie. Een bijzondere manier van schrijven.
Hervé raakt gewend aan de zwijgzaamheid van de mensen die hij ontmoet en wordt verliefd op een mysterieuze vrouw met niet-oosterse ogen met wie hij steelse blikken wisselt. Hij krijgt een briefje van haar in de hand gedrukt, wanneer hij teruggaat naar Frankrijk. Daar laat hij het vertalen. De tekst luidt: 'Kom terug, of ik ga dood.'
Zijde bestaat uit een klein formaat boekje van slechts 120 pagina's. Het is echter in vele opzichten een mooi boek!

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------


 

 

Heinrich Böll

 

Biljarten om half tien

 

Biljarten om half tien is een roman waarin Heinrich Böll (1917-1985) de geschiedenis beschrijft van drie opeenvolgende generaties architecten. Het boek verscheen in 1960 en toont ons meer dan zestig jaar Duitse geschiedenis. De vader uit het boek, Heinrich Fämel,  bouwt in 1907 een klooster. Het is het eerste grote project van deze architect. Zijn zoon, die in de Tweede Wereldoorlog als officier diende, blaast aan het eind van de oorlog het klooster op.

…. En hoewel ik wist dat mijn generaal gek was en hoewel ik wist dat een schootsveld een lege waan is, want van bovenaf, dat begrijp je, heb je geen schootsveld nodig, en uiteindelijk kon het ook voor de simpelste van alle generaals niet verborgen blijven dat er intussen vliegtuigen waren uitgevonden; maar de mijne was gek en had zijn lesje geleerd: schootsveld, en ik zorgde ervoor; ik had een goed team bij elkaar: natuurkundigen en architecten, en wij bliezen alles op wat ons in de weg stond; het laatste was iets groots, iets geweldigs, een heel complex van reusachtige, heel solide gebouwen: een kerk, zijgebouwen, monnikencellen, een bestuursgebouw, een hereboerderij, een hele abdij. Hugo, - hij lag precies tussen twee legers, een Duits en een Amerikaans leger, - en ik zorgde ervoor dat het Duitse leger zijn schootsveld kreeg dat het helemaal niet nodig had; toen knielden de muren voor me neer, ….

De kleinzoon, die net als zijn vader en grootvader architect is, maakt zich op om het te restaureren.
Bölls werk wordt, zoals steeds, gedomineerd door herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en kritiek op het naoorlogse Duitsland.
Heinrich Böll ontving in 1972 de Nobelprijs voor literatuur ‘voor een oeuvre dat door de historische blik en het krachtige uitbeeldingsvermogen waarvan het getuigt, een vernieuwende invloed op de Duitse literatuur heeft gehad’.

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

Geboren bin ich in Köln, wo der Rhein, seiner mittelrheinischen Lieblichkeit überdrüssig, breit wird, in die totale Ebene hinein auf die Nebel der Nordsee zufließt; wo weltliche Macht nie so recht ernst genommen worden ist, geistliche Macht weniger ernst, als man gemeinhin in deutschen Landen glaubt; wo man Hitler mit Blumentöpfen bewarf, ...

 

 

Inge Boulonois

 

Het geluk van een tafel

 

Vlak voor de jaarwisseling verraste Inge Boulonois me met haar derde dichtbundel 'Het geluk van een tafel'.
Inge Boulonois (Alkmaar, 1945) volgde haar opleiding tot beeldend kunstenaar aan de Akademie voor Beeldende Kunst te Arnhem.
Later voltooide ze de studie Kunstpsychologie aan de Universiteit van Nijmegen.
Sinds 2000 schrijft ze gedichten. Haar poëzie werd meerdere malen bekroond. Ze woont en werkt in Heerhugowaard waar zij in 2011 is benoemd tot Stadsdichter.
De bundel begint met gedichten over een aantal alledaagse voorwerpen, zoals een tafel, een stoel, een kast. De dichteres schildert deze voorwerpen herkenbaar, maar in verrassende bewoordingen en vanuit een ongewoon perspectief. Realistisch, beeldend, en tegelijkertijd zo, dat je als lezer in onverwachte richtingen wordt gestuurd.
Heel beeldend zijn ook een zestiental gedichten over kunst, die eveneens in deze bundel zijn opgenomen. Met name 'Naakte man op bed, 1989, Lucian Freud' sprak me aan.
Dit heeft waarschijnlijk twee redenen. De eerste is, dat de kunst van Freud voor mij boeiender is dan de kunst van bijvoorbeeld Monet of Van Gogh. Een tweede reden is echter, dat het gedicht over de naakte man niet alleen een prachtig beeld oproept van het schilderij, maar ook de kwetsbaarheid van de man in beeld brengt. Want dat is wat ik mis in veel van de overige gedichten. De dichteres slaagt erin je te verrassen, ontroering of emotionele gevoelens blijven echter uit. Haar fijnzinnige beschrijvingen  compenseren dit overigens ruimschoots.
Met 'Het geluk van een tafel' heeft Inge Boulonois een aantal beeldende, sterk visuele en originele gedichten samengebracht.

Enkele gedichten van haar hand over kunst treft u o.a. hier aan:
http://www.cedargallery.nl/nlgedichten_kunst.htm


Aly Wagenvoorde, 2012

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

John Boyne

Het Winterpaleis

Het Winterpaleis is de meest recente roman van John Boyne (Ierland, 1971). Zijn roman De jongen in de gestreepte pyjama was een bestseller en werd verfilmd. Dit boek heb ik niet gelezen en ik kan Het Winterpaleis daarmee dus niet vergelijken.
Het Winterpaleis is een lijvig boek, 414 pagina's, over een historisch gegeven. Het speelt zich namelijk af in het St. Petersburg ten tijde van de laatste tsaar. Het begin van de twintigste eeuw was een roerige tijd in Rusland. Een jongetje op het platteland begaat - ongewild - een heldendaad en mag als beloning hiervoor toetreden tot de Leib Guard van de laatste tsaar, tsaar Nicolaas. Hij wordt aangesteld als beschermer van Aleksej, de jongste en enige mannelijke nakomeling van de tsaar en de tsarina.
De arme boerenjongen vertoeft in tsaristische kringen alsof hij nooit anders heeft gedaan. En passant belandt hij nog even in het wereldje vol drank, drugs en sex rond Raspoetin en wordt hij verliefd op de beeldschone Anastasia, een van de dochters van de tsaar.
De hoofdstukken over de periode in Rusland worden afgewisseld met episodes uit het latere leven van Georgy, de boerenzoon, wanneer hij met zijn vrouw in Parijs en Londen woont.
Voor de lezer die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de laatste tsaar is deze roman geen aanrader. Het is een erg geromantiseerd verhaal, op het zoete af, en doet daarmee geen recht aan wat er zich tussen 1900 en 1918 daadwerkelijk afspeelde in Sint Petersburg en in Jekaterinenburg.
Dat is niet mijn enige bezwaar tegen deze roman. Naast een vlot geschreven en gemakkelijk te lezen verhaal heeft het weinig te bieden. Ik vraag me af of Boyne dit geschreven heeft voor volwassen lezers, of dat hij jongeren met dit verhaal probeert te bekoren.
Tot slot nog dit. Voor de lezers die, net als ik, teleurgesteld zijn over dit boek en de voorspelbare ontknoping aan het eind (die ik niet ga verraden), kan ik een ander boek adviseren.
Al iets langer geleden, in 1992, heeft Edward Radzinsky een fascinerend boek geschreven over dezelfde periode in de Russische geschiedenis, getiteld De laatste tsaar.

Aly Wagenvoorde 2011
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------


 


© awagenvoorde
Genomen in Jekaterinenburg, 2008

Stefan Brijs

 Post voor mevrouw Bromley

De roman beschrijft de periode van rond 1900 tot aan de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Het eerste deel, ‘Het thuisfront’, begint als volgt:
‘Martin was veranderd. Dat viel me meteen op toen hij in de deuropening verscheen en opgewonden verkondigde dat het oorlog was. Het was woensdagochtend 5 augustus 1914. Ik zat te lezen in Paradise Lost.
….’

Het gaat over twee jongens, de 17-jarige Martin Bromley en de twee jaar oudere John Patterson. De beide jongens lijken weinig gemeenschappelijk te hebben. John is een rustige jongen, in wiens leven literatuur een belangrijke rol speelt. Zelfs de pup, die door Martin van de verdrinkingsdood was gered, kreeg als naam ‘Shakespeare’. Noch mevrouw Bromley noch de kinderen hadden echter ooit van Shakespeare gehoord. Martin is op gegroeid in een gezin, waar armoe heerste en waar men amper kon lezen en schrijven.
Toch zijn John en Martin vrienden, ondanks hun tegengestelde karakters en interesses. Dat komt, omdat moeder Bromley John borstvoeding heeft gegeven, nadat zijn eigen moeder in het kraambed overleed. John en Martin zijn gedeeltelijk samen groot geworden.
De oorlog lijkt een eind te maken aan de vriendschap en verbondenheid van John en Martin. Martin wil direct het leger in en rekent er op, dat John met hem meegaat. John vindt dat waanzin.

Het verschil tussen de beide gezinnen kon niet groter zijn. Mevrouw Bromley geeft  John de warmte en tederheid die hij thuis moet missen, maar meneer Bromley is een ruwe man, die graag drinkt en dan zijn handen niet thuis kan houden. John’s vader is een stille man, een postbode, die zijn leven vult me het verzamelen van literatuur, met een voorkeur voor Milton, Dickens en Keats. Hij leest niet, hij verzamelt. Bij John is het omgekeerde het geval. Een voorbeeld is Keats’ Fanny Brawne, een boek dat de hele roman door een belangrijke rol speelt.

In Londen melden zich inmiddels steeds meer jongemannen aan om te gaan vechten tegen de Duitsers. Martin slaagt er door een list in om naar het front te mogen vertrekken, terwijl John besluit om te gaan studeren. De druk op de mannen die (nog) niet gaan, neemt echter meer en meer toe. John verplaatst zich daarom het liefst wanneer het nog donker is en hij zo weinig mogelijk mensen tegenkomt.
John’s vader wordt steeds somberder, omdat hij zoveel brieven moet bezorgen, waarin de dood van een man of een zoon wordt vermeld. Allemaal ‘killed in action’…
Wanneer John z’n vader sterft ontdekt deze, dat zijn vader veel overlijdensberichten heeft achtergehouden. Waaronder die aan de heer en mevrouw Bromley.

In het tweede deel, Het Westfront, is John zelf aan het front. Na de dood van zijn vader heeft hij zich in een roes aangemeld. In de loopgraven, in de vernielde dorpen en op de velden, die omgeploegd zijn door de infanterie en granaatexplosies ervaart hij de bittere werkelijkheid van de oorlog. Vader Bromley is inmiddels ook het leger in gegaan en gesneuveld. John besluit uit naam van Martin brieven te schrijven, zodat deze voorlopig blijft leven.
‘Beste mevrouw Bromley, het doet me pijn te horen dat uw man is gesneuveld. Ik ben ervan overtuigd dat hij een moedige strijd heeft geleverd. Ik wens u, Mary en de meisjes veel sterkte. Ik leef met jullie mee.
….
‘Misschien vind u troost in wat ik u nu ga schrijven.
…..
Ik heb eindelijk nieuws over Martin. Iemand heeft hem onlangs gezien, een paar weken geleden, niet eens zo ver van hier.
….’
Post voor Mevrouw Bromley is een sober en buitengewoon toegankelijk boek over de Eerste Wereldoorlog, en over vriendschap, gemis en verlangen.

Aly Wagenvoorde 2014
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Mikhail Bulgakov

 

 De meester en Margarita    

De meester en Margarita

De meester en Margarita wordt gezien als een van de belangrijkste Russische romans die is uitgegeven tijdens de Sovjetperiode. Michail Boelgakov (1891-1940) schreef het als een satire op Stalins onderdrukkende regime, en daarom is het boek lange tijd verboden geweest. Tegenwoordig is Boelgakov een van de populairste Russische auteurs. Tijdens zijn leven kreeg hij echter weinig gepubliceerd, zijn werken werden verboden of zwaar gecensureerd.  
Deze roman is voor velen een favoriete klassieker en bron van inspiratie.  
Gevangen in de chaos bevinden zich twee geliefden: de meester, een schrijver die gebroken is door de kritiek op zijn roman over Pontius Pilatus, en Margarita, met wie de duivel zijn eigen plannen heeft. Het  beschrijft  de meest bizarre taferelen, en plaatst moord en ellende naast bescheidenheid en liefde.

Het boek verweeft fictie en realisme, kunst en religie, geschiedenis en hedendaagse sociale waarden.
Het omvat drie verhaallijnen.
Het belangrijkste verhaal, in het Rusland van de jaren 1930, gaat over een bezoek van de duivel, aangeduid als Professor Woland, en vier van zijn assistenten tijdens de Heilige Week; zij gebruiken zwarte magie om trucjes uit te halen met degenen die hun pad kruisen.
Een tweede verhaallijn wordt gekenmerkt door de meester, die wegkwijnt in een gekkenhuis, en zijn geliefde, Margarita, die Woland's hulp zoekt om herenigd te worden met de meester.
Een derde verhaal, dat gepresenteerd wordt als een roman geschreven door de meester, verbeeldt de kruisiging van Jesjoea Ha-Notsri of Jezus Christus, door Pontius Pilatus. 

Met behulp van de fantastische elementen van het verhaal, schrijft Boelgakov een satire op de hebzucht en corruptie van Stalins Sovjet-Unie, waarin zowel de handelingen van mensen werden gecontroleerd, alsmede hun perceptie van de werkelijkheid. In tegenstelling hiermee gebruikt hij een realistische stijl in het vertellen van het verhaal van Jesjoea. Het heilige leven geleid door Christus in dit boek is ‘gewoner’ dan het wonderbaarlijke uit het Heilige Schrift.
Omdat het boek de spot drijft met de bureaucratie en corruptie van de regering, was het manuscript van de meester en Margarita meer dan twintig jaar verboden, totdat de mildere Chroesjtsjovregering toestemming gaf voor de publicatie ervan.  De meester en Margarita verscheen voor het eerst in 1966, zesentwintig jaar na de dood van Boelgakov.
Hoewel het niet eenvoudig om te lezen is, blijft het zeer de inspanning waard.

Aly Wagenvoorde 2011
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

Peter Buwalda

Bonita Avenue

Bonita Avenue is een 'overvol' boek. Een roman met heel veel gebeurtenissen, die je in een doorsnee-leven gelukkig niet (allemaal) aantreft.
De rector magnificus van de Universiteit Twente, Siem Sigerius, lijkt een succesvol man, die bovendien ook nog eens aan alle kanten deugt. Toch pleegt hij zelfmoord.
Sigerius heeft zijn leven tot een succes gemaakt. Aanvankelijk door judokampioen te worden, ondanks de tegenwerking van zijn vader. Later door hoogleraar wiskunde en uiteindelijk ook nog minister te worden. Hij gaat echter ten onder aan dat, wat hij niet zelf onder controle heeft: De kant die zijn kinderen opgaan.
Sigerius heeft een agressieve zoon, die nauwelijks beseft dat er zoiets als zelfbeheersing bestaat. Dan heeft hij een stiefdochter, van wie we weinig te weten komen. En ten slotte (bepaald niet onbelangrijk) is er dochter Joni, die miljoenen verdient in de porno-industrie. Samen met haar vriend Aaron, die na het verbreken van hun relatie in een psychose belandt.
Zelfs de vuurwerkramp in Enschede, die in 2000 een hele woonwijk wegvaagde, speelt een bescheiden rol in het boek.
Van mij het had wel een onsje minder gemogen...
Ook de taal is nogal heftig, maar dat heb ik niet als storend ervaren. Het past goed bij zo'n familiedrama.

Het drama neemt een aanvang, wanneer Siem begint te vermoeden, wat zijn dochter Joni uitspookt.
Het onderzoek naar Joni's reilen en zeilen grijpt hem heel erg aan. De ontdekking, dat zijn dochter een pornoster is, zet een serie fatale gebeurtenissen in gang. Deze beginnen bij Siem's 'huiszoeking' in de woning van Aaron en de onverwachte confrontatie met het tweetal. Vervolgens vertrekt Joni naar Californië, waar ze een glansrijke carrière opbouwt. Maar niet, nadat ze haar stiefbroer Wilbert heeft verteld, wat er allemaal heeft plaatsgevonden.
Dat had ze beter niet kunnen doen. Wilbert neemt namelijk wraak...

Zelfmoord, porno, geheimen en leugens, moord en doodslag. Weinig verheffende zaken en (te) veel ingrediënten.
Toch heeft Buwalda er een meeslepende roman van weten te maken, die tot het einde toe blijft boeien. Dit komt mede door zijn stijl van schrijven, die spannend en beeldend is.
Bonita Avenue is een zeer leesbare roman; een noodlotsdrama en een verhaal over het verlies van morele waarden.

Voor wie deze roman met andere romans wil vergelijken nog dit.
Qua vaart en verteldrift wordt in het Parool een vergelijking gemaakt met Geheime Kamers van Jeroen Brouwers en Hokwerda's kind van Oek de Jong.
Cobra.be (http://www.cobra.be/cm/cobra/boek) noemt het het 'lekkerste Nederlandse boek sinds Joe Speedboot' (van Tommy Wieringa). Als ik de keuze uit deze twee zou moeten maken, dan zou mijn voorkeur echter uitgaan naar Joe Speedboot.

Aly Wagenvoorde 2012
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 

 

Italo Calvino

Het pad van de spinnenesten

Italo Calvino wordt op 15 oktober 1923 geboren in Santiago de Las Vegas, Cuba. Later vertrekt zijn familie naar Italië.  In 1940 neemt Calvino, als gedwongen lid van de Jonge Fascisten, deel aan de Italiaanse bezetting van de Franse Riviera. Tijdens de Duitse bezetting in 1943 breekt hij zijn studies af en sluit hij zich aan bij het Italiaanse verzet om als lid van de Garibaldi Brigades te strijden. Hier is het, zo schrijft Calvino later, dat hij de kunst van het vertellen leerde kennen: bij de partizanen aan het kampvuur.
In december 1946 schrijft hij zijn eerste roman, Het pad van de spinnenesten

Het verhaal van Het pad van de spinnenesten speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon is de jongen Pin, een eenzame, vroegrijpe jongen. Hij past niet goed bij de kinderen uit zijn buurt, niemand wil vrienden met hem zijn. Ze begrijpen niets van de dingen in zijn wereld.
Pin is namelijk wees en woont samen met zijn zus, een prostituee. Zelf werkt Pin in een schoenmakerij, meestal in zijn eentje omdat zijn baas veel in de gevangenis zit. Pin hangt vaak op straat rond of bij de volwassenen in de kroeg. Hij smacht naar hun aandacht en weet deze tijdelijk op zich te vestigen door de ruwe taal die hij bezigt en de obscene liedjes die hij zingt.
Wanneer Pin het pistool van de Duitse minnar van zijn zus steelt, wordt hij gearresteerd. Hij weet uit de gevangenis te ontsnappen, samen met de jonge verzetsheld Rode Wolf. Pin kan niet naar huis terug en komt in een partizanenkamp terecht. Dit blijkt het detachement te zijn waar alle kneuzen uit het verzet zijn samengebracht. De bevolking heeft zich bij de partizanen aangesloten zonder een politieke ideologie.

De roman bestaat uit twaalf hoofdstukken. Hoofdstuk negen valt op. Dit is grotendeels geschreven vanuit het perspectief van Kim, een student, in zijn gesprek met Ferreira, een arbeider.
In zijn voorwoord zegt Calvino: “… Om deze behoefte aan een ideologische dimensie te bevredigen gebruik ik de volgende kunstgreep: ik concentreerde mijn theoretische beschouwingen in een hoofdstuk dat qua toon losstaat van de andere hoofdstukken. Het betreft het negende hoofdstuk, waarin de overpeinzingen opgetekend staan van commissaris Kim, en dat bijna als voorwoord midden in  de roman kan worden beschouwd.” En verderop: “… het enige intellectuele personage uit dit boek, commissaris Kim, moest een portret van deze vriend zijn; en iets van onze discussies van toen, over de vraag waarom die mannen vochten, zonder uniform of vlag, moet terug te vinden zijn op die bladzijden, in de gesprekken van Kim met de brigadecommandant en in zijn alleenspraak.” De ideologische discussie waar hij het dan over heeft betreft onder andere de woede van de strijders in de oorlog. Vooral de woede van de partizanen uit Pins kamp, het kamp waarin het uitschot van de maatschappij zich bevindt. Volgens Kim, de commissaris, hebben deze personen geen vaderland om voor te strijden en is dat ook niet de reden dat ze meevechten in de partizanenoorlog. Het is de woede die ze in zich hebben over hun mislukte leven, het onrecht dat hen is aangedaan zet hen ertoe aan te vechten. Het maakt niet veel verschil in welk kamp ze deze woede kwijt kunnen. Pelle, een van de personen uit het detachement is hiervan een duidelijk voorbeeld. Op een dag komt hij niet meer terug te komen naar het detachement. Hij was die dag naar de stad gegaan om wapens van de Duitsers te stelen voor zijn eigen detachement. Later hoorden de mannen dat Pelle overgelopen was naar de zwarte brigade.
De overige hoofdstukken zijn geschreven vanuit het perspectief van Pin, die de acties van de partizanen beschouwt als een opwindend spel waarbij toevallig echte wapens worden gebruikt.

‘Op de grond onder de bomen in het bos groeit gras dat bezaaid is met stekelige kastanjebolsters, tussen verdroogde modderplassen vol harde bladeren. ’s Avonds komen er nevelsluiers op tussen de stammen van de kastanjebomen en laten rode, mossige schimmelbaarden achter op de schorsen en lichtblauwe patronen van korstmos. Je raadt de aanwezigheid van een kamp voordat je er bent, door de rook die opstijgt boven de boomtoppen en het zachte gezang in koor dat luider wordt naarmate je dieper doordringt in het bos. Het is een stenen schuur van twee verdiepingen, een benedenverdieping met een aarden vloer voor de dieren, en een bovenverdieping van takken, waar de herders kunnen  slapen.
nu bevinden zich zowel boven als benedenmannen, op legers van verse varens en stro, en de rook van het vuur dat beneden is aangestoken kan nergens naar buiten, zodat hij opwolkt onder het leistenen dak en brandt in de kelen en ogen van de hoestende mannen. Iedere avond gaan de mannen op de grond zitten rond de stenen van het kampvuur dat binnen is aangelegd opdat de vijanden het niet zien, en kruipen dicht tegen elkaar aan met Pin in hun midden, die in het schijnsel van de vlammen uit volle borst liederen zingt, zoals in de kroeg in de steeg.’

Het pad van de spinnenesten is prachtig geschreven en geeft – op een soms haast sprookjesachtige manier – een bijzonder moment in de geschiedenis van Italië weer.

Aly Wagenvoorde 2012
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 

 Ts'au Sjuè Tsj'in, ook wel Cao Zhan of Cao Xueqin

De droom in de rode kamer (Honglou Meng) – 18de eeuw

‘De droom in de rode kamer’ schetst het leven van de elite, het geslacht Tsjia, in de 17de (?) eeuw.
Dit geslacht bestaat uit een uitgebreide familie van ouders, kinderen, kleinkinderen, neven en nichten, en daarnaast concubines en een hele reeks kameniers. Het geeft een goede en waarschijnlijk tamelijk realistische indruk van het leven van hooggeplaatste personen in die tijd. Toch is het niet helemaal een beschrijving van het alledaagse leven; door dit verhaal heen spelen ook bovennatuurlijke elementen een rol. Dat zien we al direct in het eerste hoofdstuk:
Onze geschiedenis begint in Soetsjou, een stad aan de zuidoostelijke punt der Chinese laagvlakte.
…… Daar, dicht bij een oude tempel, bekend als de ‘Komkommertempel’, woonde de eerbiedwaardige burger Sje-jin met zijn vrouw, die van zichzelf Feng heette. ……
Hoewel hij reeds over de vijftig was, had hij geen zoon.
Op een zomerdag was hij in de bibliotheek, door de hitte verslapt, over zijn boeken ingedommeld. Terwijl hij zich in de slaap voelde verzinken was het hem, als dwaalde hij door een onbekend dromenland. Plotseling verschenen er twee priesters om de hoek van het pad en schreden naast hem voort. De ene priester was een aanhanger van het Tau, de andere een dienaar van Boeddha. Hij hoorde de eerste tot de tweede zeggen: ‘Waartoe heb je de steen meegenomen?’
De bonze, de Boeddhistische priester, antwoordde: ‘Om in te grijpen in een liefdesdrama dat zich, naar de wil der voorzienigheid, thans moet afspelen in de aardse wereld. De held van het drama heeft nog niet zijn aardse wedergeboorte beleefd. Ik wil nu van de gelegenheid gebruik maken om de steen naar de wereld te zenden en hem de rol van de held in dat drama te laten vervullen.’
……’
Het verhaal over de steen blijkt te maken te hebben met de godin Nu Kwa, die deze ene steen van de 36.501 waarover ze beschikte, niet bruikbaar vond. Deze steen leed zeer onder haar afwijzing. Een fee trok zich zijn lot aan en verleende hem de titel ‘Hoeder van de Godensteenglans’.  Toch bleef de steen ongelukkig. Op een van zijn zwerftochten ontdekte hij de plant Purperen Parel en haar kreeg hij lief. Hij bevochtigde haar dagelijks met vochtige dauw en hierdoor werd het haar mogelijk zich van haar aardse vorm als plant te ontdoen en een menselijke gedaante aan te nemen.

Het grootste deel van de roman speelt zich echter af in de normale wereld en wel  in het oostelijk en westelijk paleis. Het verhaal geeft een beeld van de macht en rijkdom waarover de familie Tsjia beschikt. Macht, die ze te danken heeft aan enkele voorouders, die het vertrouwen van de keizer genoten. Bovendien leeft een van de dochters nu als concubine in het paleis van de keizer. Ze hebben hun macht en rijkdom dus niet zozeer aan eigen verdiensten te danken. Af en toe begaat er zelfs iemand een misstap, maar er is geld genoeg voor handen om het recht te beïnvloeden, mocht er al iemand het wagen om de familie voor het gerecht te dagen.
En toch…

Al op pagina 21 lezen we
‘……In de laatste tijd gaat het met de beide families van het Ning-kwo- en Zjoeng-kwi-geslacht bedenkelijk bergafwaarts. De vroegere glans begint zienderogen te verbleken.’
“Dat kan ik nauwelijks geloven. Toen ik het vorige jaar op doorreis door Tsjinling eens de straatweg afliep, waarvan aan beide zijden de hele lengte ingenomen wordt door het complex van het Ning-kwo-paleis, westelijk door dat van het Zjoeng-kwo-paleis, ontving ik geen andere indruk dan die van glans en grootsheid. Buiten de portalen heerste er weliswaar geen druk verkeer van komen en gaan, maar die imposante, hoog oprijzende hallen, en dan die paviljoenen, alle nog stralend in ongerepte pracht en verkerend in een onberispelijke toestand, en dan niet te vergeten dat heerlijke park aan de achterzijde met zijn rotspartijen en vijvers en zeldzame gewassen, -nee, dat gaf nu niet direct de indruk van verval en achteruitgang.
‘’ Maar waarde doctor, hoe kan men zo naar het uiterlijk oordelen. De duizendpoot spartelt nog als hij allang dood is. Natuurlijk handhaven ……………….
Bedenkelijker is het, dat de oude degelijkheid van het geslacht in de jongere generatie aan het tanen is.’
….’
Het kondigt al aan dat de familie haar hoogtepunt spoedig voorbij zal zijn.

Pau-ju groeit binnen deze paleismuren op. Bij zijn geboorte was er iets merkwaardigs met hem. Hij kwam namelijk met een jadesteen in zijn mond ter wereld. Een steen met sporen van een inscriptie. Vandaar ook zijn naam Pau-ju, Edelsteen. Zijn vader, Tsjia Tsjeng (Jia Zheng), kan hem niet uitstaan, omdat hij verwacht dat Pau-ju (Baoyu) een zwakkeling en vrouwengek zal worden. (pag. 23).  Zijn verwachting komt uit, Pau-ju groeit op te midden van zussen, nichten en dienstmeiden en voelt zich in dat gezelschap het best op zijn gemak.
De twee belangrijkste meisjes in zijn leven zijn de lichtgeraakte Blauwjuweel en de evenwichtiger Pau-tsj’ai. Pau’ju en Blauwjuweel hebben qua karakter veel gemeen en worden al op jonge leeftijd verliefd op elkaar.
Aan het eind van de roman is Pau-ju in zichzelf gekeerd en hij verdiept zich in lectuur van tauïstische richting. 
De dag van het staatsexamen breekt aan. Tijdens de examendagen mogen de kandidaten ook ’s nachts niet naar huis. Dit wordt dan ook de eerste keer in het leven van Pau-ju, dat hij buitenshuis slaapt.
Toen de drie dagen van het examen om waren ,keerde Pau-ju niet naar huis terug. Hij was glansrijk door het examen gekomen,  maar zijn plaats bleek nu elders te zijn...

Het verhaal omschrijft zowel de rijkdom en invloed die de families hebben, maar eveneens hoe dit langzaam verandert wanneer ze in ongenade vallen bij de keizer. Uiteindelijk worden hun huizen geplunderd en in beslag genomen.
Daarnaast spelen er meer thema’s een rol, waarvan het liefdesdrama een heel belangrijke is.

De droom in de rode kamer (bewerking 1965) heeft veel indruk op mij gemaakt. Ik ga het zeker nogmaals lezen.

 

Aly Wagenvoorde 2013
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 

Hugo Claus

 

Het Verdriet van België    

In 1983 publiceerde Claus het omvangrijke werk Het verdriet van België, dat waarschijnlijk zijn bekendste prozawerk is, en waarin hij in de vorm van een familiekroniek vol autobiografische feiten de politiek-sociale verhoudingen in België beschrijft en op zoek is naar de wortels van het fascisme en de collaboratie in WO II. Daar had hij namelijk een afschuw van, waarschijnlijk was dit een reactie op het feit, dat zijn vader van collaboratie werd beschuldigd en na de Tweede Wereldoorlog uit Kortrijk naar Oostende moest vluchten. Tegelijk is de roman een Bildungsroman van een literair begaafde en vroegrijpe jongen en geeft het tevens een beeld van de Vlaamse middenstand uit de beschreven periode.

(De zoon van Hugo Claus werkt inmiddels aan een debuut als romancier:
http://weblogs.nrc.nl/weblog/boeken/2008/04/18/zoon-hugo-claus-werkt-aan-debuut-als-romancier/)

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Jim Crace

 

 Arcadia    

Op zijn tachtigste verjaardag besluit Victor de levendige, maar onbeschutte groente- en fruitmarkt in het centrum van de stad te verbouwen tot een met glas omsloten supermoderne marktplaats. De pogingen om deze architectonische ambitie te realiseren worden gadegeslagen door een verslaggever, die met sympathie vertelt hoe Victor’s vooruitstrevende bouwwerk tot stand komt.
Victor ging altijd prat op zijn plattelandsverleden. Maar eerlijk gezegd heeft hij daar geen echte herinneringen aan. Zijn moeder heeft hem immers als baby meegenomen naar de stad, waar hij tot zijn zevende bij haar (en haar zus) aan de borst lag om de voorbijgangers te vertederen en aan te zetten om een aalmoes te geven. Als zijn moeder bij een brand omkomt, moet de jonge Victor zich al snel zelf redden.
Door het ontbreken van enig gevoelsleven lukt het hem de hele groentemarkt over te nemen en te monopoliseren.
Na afloop van het ‘verjaardagsfeest’ ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag besluit Victor om een beeld te laten vervaardigen van zijn moeder en de rommelige markt te vervangen door een overdekte ruimte met binnentuinen, marktkramen en restaurants waarin vogels rondvliegen. Op deze manier kan hij zijn droom over een (geïdealiseerd) landelijk leven, zijn ‘Arcadia’, naar de stad halen.
Aangezien hij met vrijwel niemand contact heeft, bedenkt hij zijn plannen in zijn eentje en huurt daarna architecten in. Van de mening van de markthandelaars trekt hij zich niets aan. Uiteindelijk kiest hij voor het ontwerp van Busi.
“…’Het is een landschap in het centrum van de stad, ‘zei Busi. ‘Ons ontwerp kent geen rechte lijnen, geen overeenkomende vlakken en velden. Nee, wij geven u de horizontale verdeeldheid van het natuurlijke landschap. Wij geven u heuvels en vlakten en bergkammen van gebogen glas. Wij streven naar samenhang. Wij streven naar harmonie. Wij laten het natuurlijke stadslicht, dat anders door muren en stenen wordt geabsorbeerd, door ons glas naar binnen om het gebouw te beschijnen zoals licht in een boerenkas schijnt en die kan verwarmen en vruchtbaar maken. De binnenmuren zijn bekleed met spiegels en alle skeletdelen zijn van weerkaatsend staal of hoogglanzend hout, zodat de reis van het natuurlijke licht niet wordt afgebroken. Wat we hier hebben is een broeikas. De temperatuur en luchttoevoer worden zo geregeld dat ze het volmaakte leefklimaat voor planten en struiken en bomen op peil houden. De muren zijn ademend. Buiten is de stad, binnen het platteland. Er zijn liften met een glazen vloer die ons meenemen op een schilderachtige tocht door het gebladerte. Er zijn negen marktgalerijen op menselijk formaat. Daarnaast zijn er ook goddelijke afmetingen: vier koepels, waarvan de hoogste vijftig meter en al van verre zichtbaar. Het is een beeldhouwwerk in glas en groen. Het is een in metaal verstijfd rugschild. Het is…’(en Signor Busi onthulde met een zwierig gebaar de titel van het project)’… Arcadia.
….”
‘Arcadia’ is een aangenaam boek, dat op zeer beeldende wijze de strijd tussen een landelijke omgeving en tradities en het (verzet tegen het) commercieel modernisme oproept.

Aly Wagenvoorde 2012
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 

 

Jeroen van Dillen

 

De Osiris Opdracht    

 

De hoofdpersonen van deze roman,Thomas en Nora,  reizen naar verschillende plekken in de wereld en hebben daar bijzondere ervaringen.
Op Thomas is bijvoorbeeld een moordaanslag gepleegd, maar deze heeft hij overleefd. Hij is in de gelegenheid om de Native Americans, de indianen te bezoeken. En dat niet alleen: hij mag zelfs ervaren hoe een verblijf in een zweethut een totaal mens van hem maakt. Hij krijgt door deze ervaring een blik op de essentie van het leven.
Nora wordt eveneens bijna vermoord en o.a. in India ontvoerd. India, waar ze een bad in de Ganges neemt, een heiligdom van Shiva bezoekt en ook de Dalai Lama ontmoet, die zich de Partij voor de Dieren nog herinnert vanuit Nederland…
Als bij toeval ontmoeten Nora en Thomas elkaar in een restaurantje in Griekenland; zij voelen meteen een sterke band. Wanneer zij spullen gaan ophalen in het hotel waar Nora verblijft, worden ze ontvoerd door een vrouw, die al eerder in het boek voorkwam, Lióna. Deze brengt Nora en Thomas  aan boord van een boot en ontvoert hen naar Israël.  Lióna vertelt aan Nora en Thomas dat zij is uitverkoren om op te treden als tussenpersoon tussen de oude goden en de moderne wereldleiders. Ook vertelt zij dat zij degene is die achter de ‘ongelukken’ (aanslagen) zit, omdat zij zich door Nora en Thomas bedreigd voelt. Nora en Thomas weten aan haar te ontsnappen.
Inmiddels wordt duidelijk, dat zowel Nora als Thomas bijzonder geïnteresseerd zijn in religie, spiritualiteit en de bijbel. De toevallige ontmoeting met een Duitse vrouw in Israël leidt bijvoorbeeld tot een uitvoerige verhandeling over de ontwikkeling van de mens. Met als beginpunt de zondvloed of de overstroming, die in allerlei delen van de wereld is beschreven. (Er volgt een hele opsomming van de geschriften en waar die zijn aangetroffen.) Ze zijn echter niet enkel erg geïnteresseerd in dit soort onderwerpen, het wordt ook steeds duidelijker, dat Nora, die overkomt als een heel nuchter en eigentijds meisje, eigenlijk voorbestemd is tot ‘iets hogers’. En dit is niet enkel haar gevoel, er zijn ook hoofdstukken waarin een heel scala aan goden wordt opgevoerd, die plannen blijken te hebben met Nora. Deze hoofdstukken zijn storend. Niet alleen, omdat het verhaal heel goed zonder deze aanvullingen had gekund. Maar de zogenaamde goden worden op een ongeloofwaardige manier beschreven. Ze worden neergezet als aardse figuren, zonder veel diepgang.

Voor wie inmiddels nieuwsgierig is geworden, zal ik de rest van de inhoud niet beschrijven.  Wel wil ik nog iets toevoegen. Er wordt in dit boek uitgebreid geschreven over het bovennatuurlijke, over godsdiensten, enz. Soms heel boeiend, soms een beetje naïef. En het is veel: De zin van het leven, het ontstaan van de mensheid, de ontwikkeling van de mens, de oorsprong van het leven op aarde, geloof en wetenschap, alles passeert de revue. Deze zoektocht naar een hogere waarheid was meer dan voldoende geweest. Het is jammer, dat de auteur heeft geprobeerd het als een thriller te verpakken. Hij is er namelijk niet in geslaagd er een spannend verhaal van te maken en doet bovendien met deze vorm afbreuk aan de interessante delen van De Osiris Opdracht.

 

Alfred Döblin

Berlijn Alexanderplatz

Van Berlijn Alexanderplatz wordt wel gezegd, dat het een van de beste verhalen uit de jaren twintig van de vorige eeuw is over het stadsleven.
De roman draait om de ex-delinquent Franz Biberkopf en zijn poging om een oppassend burger te worden. Hij is het prototype van 'de kleine man', waaromheen zich een verhaal afspeelt van misdaad, verleiding en verraad. Franz probeert van alles om op het rechte pad te blijven en een beetje geluk te vinden, overigens zonder veel succes.
De roman geeft soms een gevoel van beklemming, maar is ook verrassend vanwege zijn stijl. Het suggereert gevoelens van snelheid en wekt soms verwarring; voornamelijk omdat het een 'andere' roman is dan veel romans uit begin 20ste eeuw. Het laat de traditionele opvattingen van hoe een roman moet zijn, los en confronteert de lezer met krantenverslagen, gesprekken tussen willekeurige personen, reclameteksten en straatnaamborden.
Hetgeen overigens ook wel weer past in deze tijd, waarin er veel geëxperimenteerd werd, denk bijvoorbeeld aan het Dadaïsme of aan de gedichten van Paul van Ostaijen.
Het is een vernieuwend boek en ook nu nog goed leesbaar.
Nog een weetje. Slechts enkele tientallen jaren geleden heeft Rainer Werner Fassbinder deze roman uit 1929 bewerkt tot een tv-serie. Ook in die tijd, eind 20ste eeuw, was 'Berlijn Alexanderplatz' dus nog steeds intrigerend en inspirerend.

Aly Wagenvoorde, 2010

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

Dostojewski

De Speler

Veel lezers kennen de naam Dostojewski en weten, dat hij een van de grote Russische schrijvers is. Zijn levensgeschiedenis is vaak wat minder bekend.
Dostojewski heeft enkele jaren in een strafkamp doorgebracht, bleef daarna nog een tijd werkzaam in Siberië en trouwde er met een vrouw, met wie hij niet gelukkig werd. In 1863 slaat het noodlot toe. Dostojewski begint een verhouding met een eeuwige studente, Paulien Soeslowa, die wel gecharmeerd is van de bekende schrijver, maar geen liefde voor hem voelt. Zij reist naar Parijs en Dostojewski laat zijn vrouw in de steek om Paulien achterna te reizen. Hij voelt zich echter schuldig en verward.
Als hij in Wiesbaden arriveert, kan hij de verleiding van het casino niet weerstaan. Hij zet een bescheiden som in en… wint.  Maar na een aantal keren geluk in het spel keert het tij en verliest hij keer op keer. Hij besluit zijn geliefde Paulien uiteindelijk toch verder achterna te reizen. Zij blijkt echter niets (meer) voor hem te voelen.
Ik zal niet zijn hele levensgeschiedenis uit de doeken doen, maar als u De Speler leest, zult u veel uit dit deel van het leven van Dostojewski herkennen.
Voor Dostojewski zal zijn verbintenis met Paulien een van de grote thema's in zijn werk blijven. Deze vrouw, nu eens vurig en dan weer koel, is bijvoorbeeld Doenja, de zuster van Raskolnikow in Schuld en Boete, Catharina Iwanowna in De Broeders Karamazow en vooral Paulien Alexandrowna in De Speler. In de laatstgenoemde roman beschrijft Dostojewski  de drie jaren, waarin hij verslaafd is aan het spelen.
De man waarover het gaat is huisleraar bij een vooraanstaande Russische familie. De familie houdt de schijn op, maar kan zich financieel nog maar amper staande houden. Er moet geld worden verdiend. Het verhaal staat in het teken van de roulette. Een spel, dat geknipt is voor de Russen, aldus Dostojewski. Zij richten er zich mee ten gronde en voeden zich met de illusie dat morgen... morgen... alles anders zal zijn. Dostojewski vergelijkt de Russische mens graag met andere mensen. De Rus mag dan onevenwichtig, verscheurd of slecht zijn, Dostojewski zal altijd voor hem kiezen.
Naast het spel speelt ook de liefde een rol in De Speler. Hoewel dit boek ook nu nog goed te lezen is, beschouw ik het niet als een van Dostojewski’s betere werken. De wereld van het gokken wordt zeer aannemelijk beschreven. De gokverslaving heeft hij treffend neergezet. Soms schrijnend, soms ook hilarisch. Met name, wanneer de oude dame maar aan ‘zero’ blijft vasthouden, zeer tegen de zin van de huisleraar, en na een paar keer verliezen keer op keer wint.

“Hier, zet die dadelijk op zero!”
” Maar baboesjka, zero is pas uitgekomen,” trachtte ik haar te overreden. “Het duurt nu een hele tijd vóór dit nog eens gebeurt. Op die manier zult u een heleboel geld verliezen. Wacht liever nog even.
“Jij hebt het mis voor! Zet in, zeg ik.”
“Zoals u verkiest, maar ik waarschuw u dat zero misschien niet meer uitkomt voor het avond wordt. U zult er gemakkelijk duizend frank bij inschieten, dat is nog meer voorgekomen…”
“Onzin, onzin! Wie bang is voor de wolven, moet het bos niet ingaan. Wat? Verloren? Zet opnieuw.”

Aanvankelijk verliest me, dan als ze eenmaal heeft gewonnen, is het hek van de dam.

“… U zult er al uw geld bij inschieten, geloof mij!”
” Ik geloof er niets van! Inzetten, zeg ik! En klets niet zoveel. Ik weet best wat ik doe, “riep baboesjka trillend van opwinding.

Dostojewski geeft een geloofwaardige en meeslepende kijk op de wereld van het gokken. De liefdesaffaire, die ook een belangrijke rol zou moeten spelen, kwam echter niet uit de verf.

 

Aly Wagenvoorde 2012
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 


E  -  F  -  G  -  H
 

 


Shusaku Endo

Diepe Rivier

Isobe heeft net te horen gekregen, dat zijn vrouw kanker heeft en nog maar enkele maanden te leven heeft. Hij gaat naar haar kamer in het ziekenhuis en vertelt haar niet de waarheid.
‘Als je eenmaal weer uit het ziekenhuis mag en de kans hebt gehad om uit te rusten en erbovenop te komen…’- Isobe verergerde zijn leugen om het schuldgevoel over het levenslange verwaarlozen van zijn vrouw te verdoezelen – ‘… gaan we op vakantie naar de hete bronnen.
‘’ Je hoeft echt niet zoveel geld aan me uit te geven.’
‘Je hoeft’- de woorden weergalmden ijl en droevig, als de stem van de aardappelventer in de verte. Zou het kunnen dat ze alles wist?
Onverwacht, alsof ze in zichzelf mompelde, deelde ze mee: ‘Ik kijk nu al heel lang naar de boom daar.’
Terwijl ze door het raam van de kamer staarde, was haar blik gericht op een reusachtige ginkgoboom in de verte, die zijn vele takken als een omhelzing uitspreidde.
‘Hoe lang denk je dat die boom al leeft?
‘Tweehonderd jaar misschien, schat ik. Ik denk dat het de oudste boom in de hele buurt is.
‘ De Boom heeft gesproken. Hij zei dat er nooit een einde aan het leven komt.’
Als Isobe’s vrouw stervende is, zijn haar laatste woorden  ‘Ik…ik weet zeker…dat ik ergens op deze wereld herboren zal worden. Zoek me…je moet me beloven me te vinden…je moet het beloven!’
Ook al gelooft Isobe er niet in, deze woorden blijven in zijn hoofd rondspoken en zijn  de reden voor een reis naar India.
Enami heeft bijna vier jaar gestudeerd in India en werkt nu als reisleider voor een Japans reisbureau. In de groep die met hem mee reist langs de bekende Boeddhistische plaatsen van India, zitten vier opmerkelijke mensen. Een daarvan is Isobe.
Dan is er Mitsuko. Mitsuko studeerde Franse literatuur en leefde verder voor pleziertjes. Op een avond tijdens een feest jutten een stel jongens Mitsuko op om de wat sukkelige Ötsu te verleiden. Ötsu studeerde filosofie en was katholiek. Mitsuko begint een avontuurtje met Ötsu en breekt dan met hem, tot zijn grote verdriet. Dat is vele jaren geleden. Inmiddels is Mitsuko gescheiden en reist naar India, om de leegte te verdrijven.
Een van de andere passagiers, Kiguchi,  is een oud-strijder uit de Tweede Wereldoorlog, die de terugtocht van het Japanse leger uit Birma heeft overleeft. Hij reist mee om in het reine te komen met zijn verleden en om zijn strijdmakkers te herdenken.
Numada is nummer vier.
En dan is er nog Ötsu, die in zijn studententijd verleid werd door Mitsuko. Hij heeft in Frankrijk voor priester gestudeerd, maar houdt er onorthodoxe ideeën op na. De priesters kunnen zijn opvattingen niet waarderen. Hij bevindt zich niet in het reisgezelschap, maar is hij naar Varanasi vertrokken, en draagt de stervenden naar de brandstapels langs de rivier.

In Diepe Rivier biedt de reis door India Endo de mogelijkheid om vijf verschillende mensen te confronteren met leven en dood. Een dood, die niet enkel in het eigen leven, maar zeker ook aan de Ganges aan de orde van de dag is. Dat levert een boeiend boek op, over verschillende mensen, die allen op de een of andere wijze worstelen met het mens-zijn.  Het toont bovendien de houding van de reizigers ten aanzien van de ongelijkheden en het onrecht in de Indiase samenleving. Bovendien schetst het een indringend beeld van de arme, gelovige Indiër en de leegheid in en ontevredenheid over het bestaan van enkele toeristen. Alleen Ötsu, die verworpen werd door zijn studiegenoten en door de hiërarchie van de katholieke kerk en zich vernederd heeft tot het meest ondankbare werk, lijkt een zin voor zijn leven gevonden te hebben.

Aly Wagenvoorde 2012
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 

Stephan Enter

Spel

Het derde boek van Stephan Enter speelt in Brevendal. Deze naam is een anagram van Barneveld, de plaats waar de schrijver zelf is opgegroeid. Toch is het boek geen autobiografie, al bevat het wel autobiografische elementen. 
In twaalf korte, zeer boeiende verhalen schetst Stephan Enter het leven van de jongen Norbert Vijgh, van ongeveer zijn negende tot ongeveer zijn negentiende jaar.

Dat gebeurt al direct in het prachtige eerste hoofdstuk, waarin Norbert bij toeval kennis maakt met een ‘pikzwarte Afrikaan’ die tijdelijk in zijn dorp logeert. Een aantal schuchtere ontmoetingen volgt: de communicatie tussen de verlegenheid jongen en de vriendelijke man verloopt niet simpel. De Afrikaan spreekt vogeltaal, volgens Norbert. Ondanks zijn vreemde verschijning raakt Norbert  er van overtuigd dat ze bloedbroeders zijn…
‘Wat kon ik verzinnen dat hem straks in Afrika aan mij zou laten terugdenken als de beste vriend die hij hier heeft gehad? Ik had allerlei dingen bedacht om hem te geven, maar steeds waren het dingen die niet zó bijzonder waren dat hij ze nooit in zijn eigen land zou kunnen krijgen: mijn Zwitserse mes met zaag en schaartje, een van mijn drie pauwenveren, de grote roze schelp waar je beter de zee in hoorde dan in alle andere schelpen. En zou ik die spullen ook niet gaan missen als ik ze nooit meer terugzag?’

We zien Norbert opgroeien en ontmoeten de patserige Theo, zijn twijfelachtige jeugdvriend.  Is deze aanvankelijk nog een stoere knaap waar Theo wel ontzag voor heeft, later zal blijken dat het verschil in niveau en sociale klasse tussen de twee vriendjes (te) groot is geworden.
Verderop in het boek is er een belangrijke rol weggelegd voor de chique grootmoeder van Norbert. Zij is een eigenzinnige dame, die haar kleinzoon graag meeneemt op haar reizen per trein. Centraal staat Norberts fascinatie voor zijn grootmoeders taalgebruik, die Enter haarfijn uitwerkt aan de hand van scrabble-spelletjes op deze treinreizen.

Norbert groeit op. Hij gaat meer en meer af op zijn eigen oordeel, zoals in het geval van de catechisatielessen, waarbij hij tot de conclusie komt dat het geloof niets voor hem is.
‘Stel dat hij nog wel geloofde, hoe zou hij hier dan zitten? Hij kon zich er niets bij voorstellen. Toch had hij eens te midden van andere kleuters uit volle borst Ik heb een lichtje in mijn hart, en dat is Jééééézus gezongen.
Hij kon het Bettine vragen. Die had waarschijnlijk een vrij concreet beeld van hoe God vanavond op hem neerkeek. Grote kans dat hij een typisch gereformeerde God bleek: iemand die eens het universum had geschapen maar om onduidelijke redenen was gekrompen tot een kleingeestig, gefrustreerd kereltje dat alle mensen op aarde in de gaten hield en een aantekening in Zijn Grote Boek maakte zodra je loog tegen je ouders, of met jezelf speelde, of te veel hagelslag op je brood deed.’

Het beoordelen van nieuwe situaties is het thema in alle twaalf hoofdstukken; Norbert ontwikkelt zich en groeit van een gevoelige buitenstaander tussen de vriendjes uit de buurt (die later veelal naar de lts gaan) uit tot een sterke gymnasiast die in de klas mede de dienst uitmaakt.
‘Iemand stapte naar de pick-up, waar een plaat met klassieke muziek kabbelde, en haalde die er zo bruusk af dat je hoorde dat hij een kras trok. Een ander liet zijn bierflesje in een bloempot leeglopen, klapte het noordelijk halfrond van een globe op wieltjes open, en begon flessen drank uit te delen. Ik keek waar Pieter was …’

De verhalen zijn nostalgische, soms humoristische, soms schrijnende momentopnames, zonder sentimenteel of zoetsappig te worden. Enter slaagt erin zijn lezers mee te slepen naar een leven dat voorbij is, maar dat we allemaal herkennen. ‘Spel’ is een prachtige reflectie op een jeugd.

Aly Wagenvoorde 2012
 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ---------------

 

 

 

Julia Franck

De Middagvrouw

Weltende
Es ist ein Weinen in der Welt,
Als ob der Liebe Gott gestorben war,
Und der bleierne Schatten, der niederfällt,
Lastet grabesschwer.
Komm, wir wollen uns näher verbergen…
Das Leben liegt in aller Herzen
Wie in Särgen.
Du! Wir wollen uns tief küssen -
Es pocht eine Sehnsucht an die Welt,
An der wir sterben müssen.

Else Lasker-Schüler

Julia Franck heeft een roman geschreven, waarin ze het leven van haar grootmoeder verbeeldt. Een grootmoeder, die ze nooit heeft ontmoet.
Het zevenjarige jongetje uit de roman, dat in 1945 op de vlucht uit Stettin door zijn moeder op een station wordt achtergelaten, is de vader van de schrijfster. Deze vader stierf, zonder veel over zijn moeder te hebben verteld. Julia Franck probeert deze vrouw een gezicht te geven.
Ze begint het boek met een proloog, waarin de moeder het zoontje Peter achterlaat op een station. Hij wacht, maar zij komt niet meer terug.
Wat daarna volgt is een terugblik op het leven van deze moeder, Helene.
Aanvankelijk wordt haar jeugd beschreven, waarin ze consequent wordt afgewezen door haar eigen moeder. Ze is ongewenst. Haar vier broertjes zijn voor haar geboren en allen gestorven en moeder heeft dit kind absoluut niet gewenst. Helene is gevoelig, zorgzaam en intelligent. Dat mag echter niet baten, in de ogen van haar moeder kan ze nauwelijks iets goed doen. Helene krijgt op geen enkele wijze contact met haar. Een contact waar ze naar hunkert.
Als hun vader, die zwaar gewond uit de eerste wereldoorlog terugkeerde, gestorven is, gaan de zussen Helene en Martha bij hun tante Fanny in Berlijn wonen. Zo ontsnappen ze aan hun gestoorde moeder. Het decadente leventje bevalt Martha heel goed, maar Helene heeft andere ambities en interesses. Waarin niemand geïnteresseerd lijkt. Ze leidt een eenzaam leventje tot ze Carl ontmoet.
Aan een gelukkige episode in haar leven met deze Carl komt een einde, wanneer Carl verongelukt. Daarna treedt het zwijgen in en komt het ongewenst-zijn opnieuw naar voren in een volgende relatie. Helene’s man Wilhelm is een echte nationaal-socialist. Hij aanbidt de Führer. Hij zorgt, dat Helene een andere identiteit krijgt (ze is/was joods); zelfs haar naam is vanaf dat moment anders, ze heet nu Alice Schulz.  Dit huwelijk is vanaf het allereerste begin een mislukking. Wilhelm gedraagt zich als een tiran. Uiteindelijk raakt ook ‘Alice’ ongewenst zwanger. Wilhelm laat zich weinig aan haar gelegen liggen. Hij gaat geheel op in zijn werk en zijn vriendinnen. Uiteindelijk verlaat hij haar voor een ander.
Alle tegenspoed in haar leven en het steeds maar afgewezen worden maken, dat er haar niets rest dan zwijgen.  In feite is ze verloren, maar toch blijft ze voor haar zoontje zorgen. Ze werkt keihard, ze probeert steeds voor eten te zorgen dat hij lekker vindt, enzovoort.
Met de komst van de Russen komt er een einde aan deze situatie. Ze  vluchten samen en Helene laat haar zoontje ergens op een perron achter.
Als lezer heb je daarmee een levensgeschiedenis van Helene te lezen gekregen om u tegen te zeggen. Of dat voldoende verklaart, waarom ze uiteindelijk haar zoontje achterliet, moet iedereen zelf maar uitmaken. Het zou mij echter verbazen, wanneer er na het lezen van deze roman geen gevoel van mededogen bij de lezer is ontstaan.
Ik begon deze recensie met een gedicht van Else Lasker-Schüler. Aan dit gedicht wordt enkele keren gerefereerd in het boek. Het eindigt met de regel:
An der wir sterben müssen …

Aly Wagenvoorde

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 


De Sfinx  Foto Tim Dobbelaere

Beeld 'De Sfinx' van de Duitse beeldhouwster
Ingeborg Hunzinger, geboren als Ingeborg Franck, (Berlijn, 3 februari 1915 - aldaar, 19 juli 2009)

Hunzinger werd in 1932 lid van de Kommunistische Partei Deutschlands en begon in 1935 met een kunstzinnige opleiding. Omdat ze van moederszijde van Joodse komaf was, zocht ze tijdens de Tweede Wereldoorlog haar toevlucht in achtereenvolgens Italië, Silezië en het hogere gedeelte van het Zwarte Woud. Ze kreeg twee kinderen van de Duitse kunstschilder Helmut Ruhmer maar kon vanwege de Neurenberger rassenwetten niet met hem trouwen. Ruhmer verloor vlak voor het einde van de oorlog het leven. In de jaren 50 trouwde ze met de kunstschilder Adolf Hunzinger en baarde haar derde kind. Na te zijn gescheiden, hertrouwde ze in de jaren 60 met de beeldhouwer Robert Riehl.

Hunzinger pakte na de oorlog haar afgebroken kunststudie in Oost-Berlijn weer op en gaf er onder meer les aan de kunsthogeschool. In 1953 vestigde ze zich als vrij kunstenares in Treptow-Köpenick.

Ingeborg Hunzinger was de grootmoeder van de schrijfster Julia Franck.

 

 

Esther Freud

Hideous Kinky (1992)

Hideous Kinky is een semi-autobiografische roman uit 1992 van de Engelse schrijfster Esther Freud, dochter van de kunstschilder Lucian Freud en achterkleinkind van Sigmund Freud.
Hideous Kinky is het verhaal van de hippiemoeder Julia die met haar dochtertjes Lucia en Bea naar Marokko reist. Aanvankelijk in het gezelschap van een man en nog een vrouw, maar die reizen zeer spoedig af om verder geen rol meer in deze roman te spelen.
De meisjes worden een beetje aan hun lot overgelaten en verzinnen daarop allerlei dingen om te kunnen omgaan met wat ze zoal tegenkomen. Hun woorden hiervoor zijn ‘hideous kinky’.
Lucia van vijf beschrijft hun leven in Marokko. Het struinen over de kleurrijke markt, hun omgang met bedelaars en mensen die op de markt optreden en ontmoetingen met andere buitenlanders, bijvoorbeeld. De meisjes slagen er in zich redelijk aan te passen, al blijft de taal een barrière. Hun moeder is een figuur, waar je lekker tegenaan kunt kruipen, maar die ook onberekenbaar is. Aangezien zij op zoek is naar persoonlijke vervulling, heeft ze niet altijd aandacht voor de kinderen en moeten ze ook af en toe hun spulletjes pakken om een tijdje ergens in een dorpje op het platteland te gaan wonen. Geldgebrek kan ook een beweegreden  zijn om te verkassen.
Het ene moment genieten de meisjes van de drukte op de kleurrijke markten en zijn ze trots op een baantje, dat ze zelf hebben gecreëerd. Of ze genieten van de avonturen, die ze met een vaderfiguur beleven. Het andere moment verlangen ze naar een enigszins ‘normale’ opvoeding, met een vader en met school. Zelfs Julia kan soms bang en boos worden omdat ze, wanneer ze terug zullen komen in Engeland, geen woord zal kunnen lezen of schrijven.
De moeder laat op een gegeven moment haar oudste dochter achter bij onbekende Engelse mensen. Ze heeft zich namelijk aangesloten bij de Soefibeweging, de onorthodoxe mystieke kant van de islam. Haar oudste dochter van zeven wil niet mee op reis en haar moeder vindt dat goed. Samen met de jongste vertrekt ze naar een andere plek in Marokko om meer kennis op te doen en zich beter te kunnen wijden aan het soefisme.
In deze roman wordt een levendig beeld van het Marokko van de jaren zeventig van de vorige eeuw geschetst. Marokko werd toen immers heel aantrekkelijk gevonden door de hippiebeweging. Het is echter ook een fascinerend verhaal over de eenvoud en ongecompliceerdheid van de kindertijd.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

 

 
 

Gao Xingjian

Kramp

Gao Xingjian is een veelzijdig en begenadigd kunstenaar. Niet voor niets kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur in 2000.
In zijn Nobel-lezing pleitte Gao voor wat hij noemt ‘koude literatuur’. Hij bedoelt hiermee literatuur, waarin de stem van het individu spreekt. De schrijver schrijft voor zichzelf. Niet voor zijn brood, en zonder er zich om te bekommeren of hij wordt gelezen of niet. Wat niet wil zeggen dat deze literatuur niet de moeite waard zou zijn. Gao verwijst bijvoorbeeld naar de postume roem van Kafka, Pessoa of Cao Xueqin, auteur van de Droom in de rode kamer, een van de beroemdste klassieke Chinese romans.
In de bundel Kramp is een aantal verhalen van Gao opgenomen.
In het titelverhaal Kramp vertelt hij in slechts enkele bladzijden hoe een zwemmer kramp krijgt en uiteindelijk opgelucht het strand bereikt. Ook in enkele andere verhalen schetst Gao de omgeving of geeft een toevallig opgevangen gesprek tussen niet nader aangeduide personen weer in een kale, van emoties gespeende stijl.
Het meest bijzonder in deze bundel zijn de laatste twee, langere, verhalen. In ‘Een hengel voor mijn grootvader’ komt de ik-figuur langs een winkel voor visgerei. Hij ziet daar verschillende soorten hengels, die hem aan zijn grootvader doen denken. Hij wil een (moderne) hengel voor zijn grootvader kopen. Voor zijn grootvader, die altijd kromme bamboestengels recht maakte om ze als hengel te kunnen gebruiken. Er volgt een opsomming van herinneringen aan deze grootvader. Bijvoorbeeld dat hij ook zelf visnetten knoopte of niets moest hebben van kant-en-klare sigaretten, maar ze zelf maakte van fijn gewreven tabaksblad, gerold in een stuk van een oude krant.
Een jachtgeweer was ook een mooi cadeau geweest voor de grootvader, maar dat was moeilijk te verkrijgen en bovendien had je daar een speciale aanbevelingsbrief voor nodig. Zodoende moest het maar deze hengel worden, ook al wist de ik-figuur heel goed, dat zijn grootvader er geen vis mee zou vangen, omdat hun geboortestreek al jaren geleden veranderd was in een zandvlakte…
Het is een buitengewoon verrassend verhaal. Verrassend om meerdere redenen. Niet alleen wat de inhoud betreft, of de sprongen in plaats en tijd, ook de manier van beschrijven is ongewoon. Zeker naarmate het verhaal vordert, worden de zinnen soms heel lang en komen er ook een soort opsommingen van woorden voor: ‘..als je je wilt bevrijden van de kwelling van je dwanggedachten, dan moet je weg van deze stereotiepe asfaltwegen, van deze nieuwe gebouwen oude gebouwen half-nieuw-half-oude gebouwen die gauw oud zullen zijn die al bijna oud zijn eenvoudige half-eenvoudige niet-eenvoudige gebouwen en gebouwen en gebouwen en gebouwen en gebouwen onder wouden van televisieantennes en …’enz.
Voor een lezer die de tijd neemt om de verhalen rustig en aandachtig te lezen, zijn de verhalen van Xingjian Gao een aangename verrassing. Zeker als er ook nog een beetje interesse is voor de Chinese cultuur.

Gao is overigens uit China vertrokken.
 ‘Het risico is niet gering dat de minderheidsculturen in China verdwijnen, en dat zou een enorm verlies aan kennis en geschiedenis betekenen. En als ze niet echt van de aardbodem verdwijnen, dan worden ze onderworpen aan de wetten van de markt: ze worden uitgehold, ontdaan van hun authenticiteit en verpakt als toeristische attracties. Dat is de grootste bedreiging vandaag. Maar in de verhalen, liederen en heldendichten van die kleine en afgelegen gemeenschappen vind je nog veel meer restanten van diepmenselijke kennis en ervaring dan in de dominante cultuur van de Han-Chinezen’, aldus Gao Xingjian.
Zulke uitspraken zijn niet welkom in de Volksrepubliek, waar de onrust onder de Oeigoeren en de Tibetanen als staatsgevaarlijk wordt beschouwd.
In zijn roman ‘Bijbel van één mens, uit 1999, blikt Gao vanuit het Westen terug op zijn leven in China.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

 


Paolo Giordano

De eenzaamheid van de priemgetallen

De eenzaamheid van de priemgetallen won in 2008 de belangrijke literaire prijs van Italië, de Premio Straga. Is dat verdiend?
De roman fascineert meteen al door de bijzondere titel.
Wie zijn deze 'eenzame priemgetallen'?

Allereerst Mattia, die een tweelingzusje Michela had. Hád! Hij was verantwoordelijk voor haar en moest voor haar zorgen, want Michela was geestelijk gehandicapt. Mattia leefde hierdoor tamelijk geïsoleerd. Toen hij eindelijk eens voor een feestje werd gevraagd, liet hij Michela voor het eerst een tijdje aan haar lot over. Een fatale beslissing. Michela verdween en werd niet meer terug gevonden. Mattia trok zich vervolgens terug in de wereld van de getallen, waarin hij verder niemand toeliet.

Het andere 'priemgetal' is Alice, die te maken had met een veeleisende vader. De verplichte skilessen waren voor haar een ware kwelling. Vaak deed ze het in haar broek van angst. Toen ze op zekere dag van de spanning ook haar poep niet kon ophouden en ze uit schaamte wegvluchtte van de skigroep, tuimelde ze enkele meters naar beneden. Haar been herstelde nooit meer volledig van deze val.

Deze twee getraumatiseerde en eenzame pubers vinden elkaar op de middelbare school.
Maar reken maar niet teveel op een happy-end. Ze zijn niet in staat om de weg naar een betere toekomst te bewandelen.
Tijdens zijn studie wiskunde beseft Mattia dat hij en Alice zijn als priemgetallen, 'alleen en verloren, vlak bij elkaar, maar niet dicht genoeg om elkaar echt aan te raken'.
Ze voelen een band maar missen de woorden of het juiste moment.
Ze staan weerloos tegenover het leven.

Die prestigieuze literaire Italiaanse prijs? Meer dan verdiend! Wat is dit een mooi boek.

Aly Wagenvoorde, 2009

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

E. Gonggrijp

Voorbij elk kijken

Elbert Gonggrijp (Alkmaar 1965) schrijft al sinds 1981 gedichten. Vrijwel dagelijks. Het dichten is voor hem een even natuurlijk gegeven als bijvoorbeeld het daglicht.
In de bundel ‘Voorbij elk kijken’ blijkt Gonggrijp’s interesse voor de natuur en de poëzie van bijvoorbeeld Wislawa Szymborska en Rutger Kopland. Meerdere gedichten uit deze bundel gaan over de natuur en de tijd.  
Menselijke verhoudingen leveren in de gedichten van Gonggrijp weinig vreugde op; relaties eindigen en leiden tot gevoelens van melancholie en heimwee. Uit de gedichten spreekt een verlangen naar, of is het angst voor, de stilte.

‘Laat de pen de hand proberen,
stilte om de schrijver heen. In
stilte stilte dichten.

Uit: Om de stilte heen


Er is stilte

Er is stilte in mijn hart – zielenpijn
nog zacht van klank – niet tot
treurnis toebedacht –

Want jij lacht – daagt mij
uit – te geloven wat ik
wist – dat in mij nog
stilte heerst –

Uit: Er is stilte

In zijn gedichten zoekt Elbert Gonggrijp naar een evenwicht tussen beeld en taal door middel van een eigen dichterlijke schrijfstijl. Een evenwicht,  waarin hij regelmatig slaagt.
Soms heb ik echter wat moeite met de beeldspraak. Zoals bijvoorbeeld met de berg in het gedicht ‘Als een steen’. Bij het woord ‘steen’ gaan mijn gedachten naar iets vasts en blijvends. In het gedicht wordt de steen beschreven als tijdloos, in zijn vorm besloten, en geduldig. Een geloofwaardig beeld. Het zou verder kunnen gaan  met verwering en erosie. Met een vervolg, waarin zelfs een steen niet altijd hetzelfde blijft, maar ook aan allerlei invloeden onderhevig is. De dichter streeft of zoekt echter naar iets, dat nog groter en bestendiger is dan genoemde steen en vindt dat in een berg.

‘Ik
bewonder de berg en de
berg wuift terug:

ooit word ik vrienden…enz.

Het (tamelijk) bestendige van een berg wordt teniet gedaan door het wuiven.
Ik moest even denken aan het gedicht van Rutger Kopland ‘Tijd’.

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

En toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

Zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

Zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

….

Uit: Tijd, Rutger Kopland

Deze beelden kloppen, zijn invoelbaar. Dat gevoel had ik niet bij de wuivende berg.
Nog een opmerking. Bij een van de gedichten staat de naam Etty van Hillesum. Moet dit niet Etty Hillesum zijn, Etty, die als opdracht van haar leermeester en minnaar Julius Spier krijgt ‘Word, die je bent’? Dat zou wellicht een mooie titel voor een volgende bundel zijn…
Bent u nieuwsgierig geworden? Helaas is de bundel ‘Voorbij elk kijken’ slechts in een beperkte oplage verschenen. U treft hier nog enkele boomgedichten van Gonggrijp aan en kunt hem ook volgen via: http://www.natuurgedichten.blogspot.com/

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voorbij elk kijken

En tot het ons omringt, al het
kleine, al het grote, al het
vanzelfsprekende.

Een ademende zon, een klinkend
lied, zomer en merel, kennen en
gekend zijn.

Waarvandaan moet het komen?
Vanuit het binnenste, vanuit
de ziel.

Niets wat ons tegenhoudt: zo
puur, zo zichzelf, zo duidelijk,
zo noodzakelijk.

A. Grunberg 

Tirza  

De roman 'Tirza' van Grunberg dient zich aan als een ultrarealistisch product.
Hoofdpersoon Jörgen Hofmeester is een vader van het ouderwetse soort. Trots op zijn dochters Tirza en Ibi, maar bevreesd voor de grote veranderingen in het leven. Tirza zou 'hoog-hoogbegaafd' zijn, zijn oogappel Ibi is enigszins uit de gratie geraakt omdat ze met een allochtoon een Bed en Breakfast in Frankrijk runt in plaats van iets moeilijks te studeren.
Zelf is Jörgen intussen maar matig geslaagd. Op de avond van het eindexamenfeestje voor Tirza, als de trotse vader zijn cursus 'Zelf sushi en sashimi maken' uitprobeert, keert zijn weggelopen echtgenote, na een jarenlange buitenechtelijke affaire, terug en drukt hem met z'n neus op z'n tekortkomingen. Hun huwelijk was een vergissing, ze wilden elkaar helemaal niet, maar nu, na haar escapade, zijn ze te oud om er nog wat van te maken en moeten ze maar illusieloos bij elkaar blijven.
Jörgen blijkt intussen door zijn werkgever, een literaire uitgeverij, allang op non-actief te zijn gesteld. Om zijn omgeving niks van die vernedering te laten merken, rijdt hij elke dag naar Schiphol, waar hij doelloos rondhangt met het laatste manuscript van een auteur in zijn tas.
Jörgens met veel krenterigheid bijeengeschraapte kapitaal, waarmee hij zijn dochters een onbezorgde toekomst wilde geven, blijkt na 11 september in hedge-funds te zijn verdampt. Als Tirza vervolgens met een Marokkaans vriendje thuiskomt ziet hij in hem Mohammed Atta, de hoofddader van de 9/11-aanslagen, en daarmee de oorzaak van zijn financiële teloorgang...

Bron: boekrecensies.trouw.nl 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

Hella Haasse

Heren van de thee

In 1948 werd Hella Haasse landelijk bekend, doordat ze de novellewedstrijd van de CPNB won. In dat jaar werd haar boek Oeroeg uitgegeven als Boekenweekgeschenk.
Voor Heren van de thee ontving Haasse de Publieksprijs voor het Nederlandse boek.
 
Heren van de thee beschrijft de levensgeschiedenis van Rudolf Kerkhoven. Deze Rudolf weet van jongs af aan al wat hij wil gaan doen. Namelijk in de voetsporen treden van zijn vader. In 1873 komt hij, een jonge Nederlandse chemisch technoloog,  aan in Java, waar zijn ondernemende en vooruitstrevende familie plantages bezit. Rudolf had er op gerekend om bij zijn ouders aan de slag te kunnen, maar in plaats daarvan laten zij hem bij een oom het theevak leren. Bovendien stellen zijn ouders een nieuwe opzichter aan, in plaats van hem te vragen. Al met al is het een moeilijke en teleurstellende start voor Rudolf.
Na de leerperiode bij zijn oom ziet hij zich gedwongen om een eigen onderneming te zoeken. Rudolf kiest voor Gamboeng, een verwilderde koffieplantage midden in de rimboe. Het ontginnen van het gebied en het planten van theestruiken is een enorm karwei. Het is een hard bestaan, maar uiteindelijk lukt het Rudolf om de plantage tot een succes te maken.
Zijn leven in zijn eentje op de plantage te slijten is echter niet wat hem voor ogen staat. Als hij op een dag Jenny Roosegaarde Bisschop ontmoet, is hij meteen verliefd. Het liefst zou hij haar direct meenemen naar Gamboeng.
Als ze een keer getrouwd zijn, is Rudolf dolgelukkig. De levendige, gevoelige Jenny voelt zich echter niet thuis op Gamboeng, maar Rudolf heeft weinig oog voor Jenny’s problemen. Zijn aandacht is volledig gericht op de onderneming. Hij wil nog steeds bewijzen aan zijn ouders, dat hij een ideale, succesvolle zoon is en dat ze hem ten onrechte hebben afgewezen.
Met sterke psychologische details laat Haasse zien dat Jenny, ondanks verwoede pogingen, niet kan aarden op de afgelegen plantage. Langzaam maar zeker gaat het bergafwaarts met haar. Pas na haar zelfmoord in 1907 begint Rudolf te begrijpen hoezeer hij haar en anderen te kort heeft gedaan en zichzelf heeft geïsoleerd door zijn onbuigzaamheid. Hij heeft zakelijk veel bereikt, maar het is ten koste gegaan van zijn vrouw en zijn familie.

Zowel Louis Couperus als Hella Haasse zijn erin geslaagd om een Indische sfeer te creëren in hun romans, een sfeer, die ons als lezers meevoert naar een wereld, die velen van ons niet gekend hebben.
In Heren van de thee zien we o.a. de veranderingen die er plaatsvinden onder invloed van de toenemende stroom Europeanen in Indië.
Heren van de thee is een boek waarin de culturele aspecten prachtig worden beschreven. Waarbij je je een voorstelling kunt maken van de omgeving, waarin pionier Rudolf zijn bestaan moest zien op te bouwen.

Aly Wagenvoorde, 2011

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Joke J. Hermsen

 

Blindgangers

Joke Hermsen brengt in haar roman oude vrienden, eind-veertigers, bij elkaar in een vakantiehuis. Zij vieren het 25-jarig jubileum van hun studiegenootschap ‘Nil desperandum’ (Gij zult niet wanhopen).
Na alle verhaalfiguren te hebben geïntroduceerd neemt Hermsen ons mee naar het huis in Drenthe, waar de vrienden zich o.a. buigen over de diepere levensvragen. Tijdens hun eerste avond samen (25 jaar geleden) lazen ze een fragment uit Plato’s Symposium. Dat fragment ging over het schone, het ware en het goede. Ze namen hun zoektocht naar de waarheid serieus. Ze hadden idealen en dachten de wereld te kunnen verbeteren.
Inmiddels hebben ze moeten leren leven met het ‘oneindige niets’ waarin hun leven zich nu afspeelt. Het theoretiseren over wie ze nu zijn, op dit moment in de geschiedenis of over het geheim van het menselijk bestaan is niet aan iedereen van de vriendengroep besteed.  Carrière maken, echtscheidingen, slechte verhoudingen met ex-echtgenoten zijn zaken, die iedereen inmiddels meer bezighouden. ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab komt o.a. ter sprake en is zelfs de leidraad voor een van de vrienden geworden.  Deze pleit ervoor om volgens de principes van Epicurus te leven. Dat wil zeggen, wat we na moeten streven is genot, het bevredigen van de natuurlijke behoeften.
Daar is lang niet iedereen het mee eens. Integendeel.
Er worden door de verschillende personages allerlei serieuze thema’s ten tonele gevoerd. Een voorbeeld is het volgende citaat:
‘Onlineneurose, beeldschermverslaving, technostress, je kunt de krant niet openslaan of het gaat erover,‘ merkte Det op.
‘Ja, maar wat is dat toch met mannen?’ vroeg Iris. ‘Als er geen snoertje of beeldscherm aan zit, interesseert het ze niet.’
‘Behalve vrouwen dan,‘ lachte Ella.
‘Nou, ik vraag me af hoelang dat nog gaat duren. Het schijnt dat digitale seks enorm in opkomst is. ‘
‘Volgens Susan Greenfield, weet je wel, die Engelse barones en neuroloog,’ mompelde Det met haar mond vol Fourme d’Ambert, ‘zal die digitale verslaving ons steeds asocialer en onverschilliger maken.’
‘Hoezo?  Eline heeft wel vijfhonderd vrienden op Facebook. Wat ze ermee moet, weet ik ook niet precies, maar het vergroot wel haar sociale netwerk.’
‘Ons brein wordt minder empatisch, omdat achter het beeldscherm onze normale communicatievaardigheden afnemen. Lichaamstaal, oogcontact, stemgeluid en zo. Volgens Greenfield maakt dat tachtig procent van een gewoon gesprek uit.
…..
Het gevaar van digitale communicatie is kortom dat we meer egocentrisch en zelfs autistisch worden.’
 
Wat wil Hermsen met deze roman? Ik neem aan dat ze ons tot nadenken wil aanzetten. ‘Blindgangers’ snijdt diverse problemen van onze tijd aan, zoals tijdgebrek, materialisme, het verlies van idealen, hyperindividualisme en gebroken gezinnen. Er is weinig aandacht voor verworvenheden, zoals bijvoorbeeld onze welvaart, onze mobiliteit en onze vrijheid. Laat staan voor gezinnen, waarin alles wel harmonieus verloopt. En oplossingen voor de problemen komen nauwelijks aan de orde. Toch één voorbeeld van zo'n oplossing?
‘We moeten het klassieke huwelijk afschaffen!’riep Iris uit. ‘We moeten echt iets anders verzinnen. Weet je hoeveel kinderen er jaarlijks in dit soort oorlogen terechtkomen? We moeten van die mythe af, die bijna niemand volhoudt en alleen maar voor ellende zorgt.’
…….
‘Als ik het over kon doen, ‘zei Iris, ‘dan zou ik een contractje voor drie jaar afsluiten. En dat contract kan elke keer worden verlengd, mits er nog steeds volmondig “ja” tegen elkaar gezegd wordt. Als er dan problemen komen, en die komen er geheid, want die komen er namelijk altijd, dan kan er misschien nog iets aan gedaan worden. Of niet natuurlijk, maar dan is er tenminste niet die pijn van de gefnuikte verwachtingen. Je kunt een ander toch niet een leven lang opeisen. De meeste getrouwde stellen praten na drie jaar huwelijk al niet meer met elkaar.
…….
‘Die vechtscheidingen zijn zeker romantisch. Als je het samenwooncontract wilt verbreken, stel je een verstandig co-ouderschapcontract op. Je blijft gewoon vrienden en deelt de zorg.’.

Tja.
Er worden in de meeste hoofdstukken van Blindgangers diverse diepzinnig bedoelde gesprekken gevoerd, die tot niets leiden, er vinden filosofisch getinte gesprekken plaats, die te onbeholpen zijn verwoord om serieus te worden genomen.
Dan volgt deel 7 Nil desperandum. Het begint met een bericht uit Het Parool over een 48-jarige man en een jongen van 17, die met zeer ernstige verwondingen zijn opgenomen in het ziekenhuis. Wij als lezers weten om wie het gaat. Een geest zweeft vervolgens rond, probeert iets goeds te brengen aan de mensen die hij bezoekt, voor hij ten slotte de wereld verlaat. Een heel spiritueel einde van een totaal niet spirituele roman.
Mijn eindconclusie is, dat dit een roman is, die niet voldoet aan wat ik van een roman verwacht. Er wordt veel geredeneerd, maar dit leidt niet tot veranderingen of ontwikkelingen van de personages. De personen in het boek blijven, tot het eind, wie ze waren. Hun betogen zetten in het gunstigste geval aan tot denken, maar dan wel van de lezer.
De zogenaamde dialogen beperken zich in feite tot monologen, waarin ideeën en opvattingen van de personages worden neergezet. Zonder dat deze enige invloed hebben op het verdere verloop van de roman.
De ideeën, die veel te maken hebben met de huidige tijdgeest, zouden de sterke kant van Blindgangers moeten vormen. Ik betwijfel of dat het geval is. De manier waarop de ideeën in de roman worden gepresenteerd doen eerder afbreuk aan deze roman van Joke Hermsen, die eerder aangetoond heeft, dat ze wel degelijk kan schrijven.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Stefan Hertmans

Oorlog en terpentijn

De eerste herinneringen aan zijn grootvader zijn die aan een dag aan het strand van Oostende, toen de grootvader een man van zesenzestig was. En hij en zijn vrouw met hun blote voeten in het zand zaten, hij aanvankelijk in een colbertje.
Het volgende beeld is dat van een stil huilende grootvader. Een grootvader die schilderde en nu met een afbeelding in zijn handen zat. Een afbeelding, zoals veel later blijkt, van de Rokeby Venus (van Velázquez) met het gelaat van zijn vroeggestorven geliefde.
Deze grootvader is Urbain Martien (1891-1981), die op oudere leeftijd heeft besloten om over zijn jeugdervaringen te schrijven. Hertmans heeft de oude schriften van zijn grootvader al langere tijd in zijn bezit, maar hij heeft ze de hele tijd ongelezen bewaard. Tot de tijd er blijkbaar rijp voor was.
De schriftjes bevatten allereerst notities over de armoede van Urbain’s ouders, die in een volksbuurt probeerden het hoofd boven water te houden. Urbain’s vader was een ‘kerkenschilder’. Hij repareerde fresco’s. Van hem heeft Urbain zijn belangstelling voor tekenen en schilderen meegekregen. Urbain ging  al op zeer jonge leeftijd in een ijzergieterij werken; zwaar, gevaarlijk en bijna onmogelijk werk voor zo’n jonge knaap.
Dan wordt het oorlog.
Na 150 pagina’s wijzigt het vertelperspectief.
Over de jaren vóór 1914 vertelde Hertman’s, Urbain vertelt in deel II, de volgende 100 pagina’s,  zelf over de verschrikkingen van de loopgraven tijdens de oorlog (1914-1918).
De oorlogsjaren zijn heftig. Het is een krankzinnige oorlog, waarin de oude krijgsmoraal verloren gaat.  Een militair moest aanvankelijk een voorbeeld vormen voor de burgers die hij geacht werd te beschermen. Al deze ouderwetse deugden sneuvelden echter in de hel van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. We lezen wat de jongens daar meemaken, de ellende wordt tastbaar.
Urbain neemt het keer op keer op zich om er als verkenner op uit trekken. Hetgeen tot afschuwelijke ervaringen leidt. En meer dan eens raakt hij gewond. Om, na opgelapt te zijn, opnieuw naar het front te vertrekken.
Dit deel van de roman geeft een indrukwekkend verslag van wat er zich heeft voorgedaan in deze oorlog en laat zien, dat plichtsbesef een belangrijke leidraad was voor Urbain.
Deze frontervaringen zijn hem echter niet in de koude kleren gaan zitten.
Deel III opent aldus:
‘Nooit, zo zei hij, had hij geloofd hoe lang de dagen,
de tijd en het leven konden gaan duren voor iemand die
op een zijspoor is gezet.’
Een citaat van W.G. Sebald
Na de oorlog ontmoet Urbain een vrolijk meisje, een hemels meisje, zoals hij zelf schrijft. Maar het is 1919 en de Spaanse griep grijpt in heel Europa om zich heen. Het virus eist vele miljoenen doden, in hoofdzaak jongeren. Een van de slachtoffers is Maria Emelia, de geliefde van Urbain. Daarmee is het drama compleet.
Urbain huwt daarna haar zus, een goedmoedige, van passie verstoken vrouw. Het laatste deel van de roman is het meest persoonlijk en ontroerend. Stefan Hertmans heeft dit deel over het privéleven van de grootvader en zijn verlangens en gemis voornamelijk zelf moeten construeren en is daar wonderwel in geslaagd.
‘Oorlog en Terpentijn’ is een knap en meeslepend boek en heeft voor mij de prijs voor de beste Nederlandstalige roman van dit jaar verdiend.

Aly Wagenvoorde, 2014

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Hermann Hesse

 

De Steppewolf

Deze roman van Herman Hesse verscheen in 1927. Dit werk bezorgde de schrijver wereldwijd erkenning. Vooral de Europese en Amerikaanse jeugdbewegingen in de zestiger jaren van de vorige eeuw konden zich identificeren met de figuur van de steppenwolf en gebruikten dit in hun protest tegen het establishment.
Ondanks de schijnbaar chaotische structuur met meermaals wisselende vertelperspectieven, een toegevoegd essay en het verwarrende visioen van het ‘Magisch Theater’, waarmee de roman eindigt, is het een volgens (misschien wel muzikale) wetten gecomponeerd werk. Hesse spreekt zelf ook over ‘een sonate’.
De inleiding, het zogenaamde voorwoord van de uitgever, is een inleiding op de neurotische persoonlijkheidsstructuur van de latere ik-persoon Harry Haller.
Aansluitend volgt een eerste sequens ‘Harry Hallers aantekeningen’, welke geconcretiseerd wordt door het motto ‘Nur für Verrückte’, alleen voor gekken. Dat geeft het motief aan van de innerlijke verscheurdheid, de  ambivalente verhouding tot het burgerlijke van Harry Haller.
Het essay ‘Tractat vom Steppenwolf’ dat hij in handen krijgt via een boekverkoper, werkt als een intermezzo tussen de beide romandelen.
Harry Haller een eenzaam persoon van vijftig,  voelt zich, zoals gezegd,  innerlijk verscheurd. Zijn ene kant is de intellectueel, die mooie idealen heeft; de andere kant is de aardse mens, die leeft volgens zijn instinct. Hij voelt zich totaal vervreemd van de kleinburgerlijke omgeving, waarin hij zich bevindt. Tegelijkertijd voelt hij er zich, door een kinderlijk soort heimwee, eveneens door aangetrokken. Zijn nachten brengt hij door in goedkope kroegjes. Uit het traktaat blijkt, dat Harry Haller niet tevreden met zichzelf kan zijn, zichzelf niet kan accepteren; niet, als hij als ‘mens’ fungeert, maar evenmin als de ‘wolf’ de boventoon voert. Het is alsof beide elkaar beloeren en veroordelen. Zoals hierboven al is aangegeven, beschrijft De Steppenwolf deze spanning, die het innerlijke leven van Haller beheerst, vanuit verschillende perspectieven.
Op het hoogtepunt van zijn vertwijfeling, en als hij dicht tegen een zelfmoord aanschurkt, gaat Haller op onderzoek uit: Hij experimenteert met zijn sexualiteit, bezoekt jazzclubs, leert de foxtrot dansen, en gaat om met mensen, die hij voorheen niet had zien staan. De ‘personen’ die hij ontmoet, zou je kunnen beschouwen als archetypen van de persoonlijkheden, die Haller in zijn onderbewustzijn is. Toch is deze ervaring met een andere manier van leven geen overwinning op zijn intellect en zijn neurotisch dualisme.
Hesse schreef andere boeken, die toegankelijker zijn. Toch zie ik als het een geniale overpeinzing en vormgeving van het proces van zelfontdekking en is het –ook nu nog – zeer interessant om te lezen en te overdenken.

Aly Wagenvoorde, 2010

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 


I  -  J  -  K  -  L
 

 


Arthur Japin

 Vaslav

Het is 19 januari 1919.
Peter, de bediende van Vaslav Nijinski, de beroemde balletdanser, laat ons weten dat die ochtend, al voor dag en dauw, de waanzin begon…
 Uiteindelijk zal blijken, dat dit de laatste dag zou worden, waarop Nijinski optrad.
Nijinski was begin 20ste eeuw de grote ster van Les Ballets Russes, het gezelschap van de eveneens
beroemde Sergej Diaghilev. De vele grote namen die op de een of andere manier verbonden waren met dit ballet, zoals Igor Stravinsky en Pablo Picasso, hebben er mede voor gezorgd, dat Les Ballets Russes zo’n begrip is geworden.
Wanneer de Hongaarse gravin Romola Pulszky kans ziet om Nijinski in te palmen, betekent dat het einde van de relatie van Diaghilev en Nijinski. En niet alleen als minnaars. Wanneer Nijinski na twee maanden per telegram informeert waar en wanneer de repetities beginnen, laat Diaghilev het aan een ander over om de volgende zakelijke mededeling te doen: ’Monsieur Diaghilev zal van uw diensten voortaan geen gebruik meer maken.’ (pag. 169) Hoe groot de impact was van deze scheiding voor beide betrokkenen mogen we als lezer zelf invullen.
In tegenstelling tot wat de titel suggereert, is het minder het verhaal van Vaslav Nijinski, dan wel het verhaal van drie mensen die hem goed hebben gekend en hem dierbaar waren. Zowel het eerste als het laatste deel van de roman worden verteld door Peter, de bediende van Nijinski. Peter kent Nijinski van dichtbij. Hij voert niet alleen taken in het huis uit, maar begeleidt de danser tot in de badkamer. Daarbij voeren ze gesprekken. Peter verandert hierdoor van een jongen, die zich al helemaal had gevoegd in het leven van het dal en dat, wat hem voorbestemd leek tot iemand, die ernaar verlangt om verder om zich heen te kijken. Hij is het echter ook, die als eerste ziet, dat er iets niet in orde is met meneer Nijinski.
Sergej Pavlovitsj (Diaghilev) lijdt onder het verlies van Vaslav. Hij heeft het gevoel, dat zijn uiterlijk hem echter ongeschikt maakt voor welke liefde dan ook. Niemand zal van hem kunnen houden. Toch hoopt hij nog op een privéontmoeting met Vaslav. En als dat niet lukt, dan is Sergej Pavlovitsj misschien in de gelegenheid om hem nog eens te zien dansen. Die hoop was het waard om naar Sankt Moritz af te reizen. Hij ontmoet enkel Peter en Romola en vult zijn tijd verder met het ophalen van herinneringen (en wachten op de voorstelling). Herinneringen, die ook teruggaan naar zijn tijd met Vaslav.
Tot slot is er nog Romola. Romola heeft haar zinnen gezet op Vaslav en doet er alles voor om hem te veroveren. Hoe anderen over haar denken, laat haar koud. Zij vecht voor haar liefde en slaagt erin met Vaslav te trouwen.
Vaslav praat in deze fase van zijn leven veel over de liefde en dat is ook waar de roman om draait. In de verhalen van ieder van de drie vertellers speelt de liefde een grote rol. We leren, als lezer, de drie personen en hun motivaties kennen. En vanuit deze drie personages krijgen we een indruk van het leven van Nijinski. Hun verhalen concentreren zich rond een belangrijke gebeurtenis, namelijk Vaslavs laatste optreden, in 1919.

‘…
Over het toneel trekt hij van sprong naar sprong in grote cirkels. Zijn overhemd bolt op, de losse, wijde mouwen wapperend als vleugels. Boven alles uit gaat hij, geen twijfel mogelijk, over onze hoofden heen lijkt hij te gaan en te ontstijgen aan zichzelf.

Ineens is het gebeurd.
Hoe kan dat, het ging te snel, hebben we hem eigenlijk wel weer op aarde neer zien komen? Alles tolt na. Maar geen vergissing: het is voorbij. Daar staat hij, midden op het toneel, geen fenomeen meer maar zichzelf, klein, kaarsrecht, onbeweeglijk.
Ten slotte legt hij zijn rechterhand op zijn hart.
‘Nu, ‘zegt hij, ‘is het kleine paardje moe.’
….’
 Bij eerdere romans van Japin had ik vaak moeite met de feiten. Japin baseert zijn romans veelal op gedegen onderzoek, maar wanneer er teveel feiten in doorschemeren, kan dat ten koste gaan van het verhaal, van de verbeelding en daarmee van het leesplezier. Dat is bij Vaslav niet het geval. Hoewel Japin zich ongetwijfeld terdege heeft ingelezen in de levens van Nijinski en Diaghilev, heeft hij van ‘Vaslav’ een roman weten te maken die tot de verbeelding spreekt. Enig minpuntje is het gedeelte waarin Romola aan het woord is. Zij vertelt in relatief kort bestek wat er verder in het leven van haar man is gebeurd, na het beruchte optreden. Het is vreemd om dat te lezen, vóór de beschrijving van laatste voorstelling zelf. En overbodig, omdat het er voor de roman niet toe doet.

 Aly Wagenvoorde, 2014

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

  

 

 

 

Franz Kafka

 

De Gedaanteverwisseling  

De gedaanteverwisseling (oorspronkelijke titel 'Die Verwandlung') is een werk van de Tsjechische Duitstalige schrijver Franz Kafka uit 1915.
In dit werk is een bekend motief te herkennen. Ook in dit verhaal van Kafka staat een kantoorklerk centraal, die een vlekkeloze staat van dienst heeft. Op een dag wordt hij echter wakker om erachter te komen dat hij is veranderd in een enorme kever. Terwijl zijn familie moeite heeft de gedaanteverwisseling te accepteren, begint de man zichzelf af te vragen waaraan hij dit te danken heeft. Hij vermoedt dat hij ergens schuldig aan is, maar waaraan? Is het zijn moeizame relatie met zijn vader of is hij toch niet de perfecte werknemer?
'De gedaanteverwisseling' is in haar thematiek te vergelijken met 'Het Proces' en wederom weet Kafka de tragiek en de humor te versmelten tot

een meesterlijk geheel.
 


bron: Wikipedia

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 


Franz Kafka, 1906
(Fotografie aus dem Atelier Jacobi, 1906)

Ben Katchor

De jood van New York, stripverhaal  

'De jood van New York' is de Nederlandse vertaling van 'The Jew of New York' (1998). Dit stripverhaal wordt bevolkt door geobsedeerde utopisten en nerveuze kleine handelaren die proberen te overleven in de Nieuwe Wereld.
Het is (grotendeels) fictie, gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.
De jood van New York leest als een aaneenschakeling van mislukkingen. Het stripboek zit vol verwijzingen naar de geschiedenis van het jodendom.

 

 

Kazuo Ishiguro

De troostelozen

Bijzonder moeilijk om een recensie te schrijven van dit boek. Want waar gaat het over?
De wereldberoemde musicus Ryder arriveert in een hotel in een (niet-bestaande?) stad ergens in Midden-Europa. Vrijwel direct wordt duidelijk dat hij niet echt weet waarom hij in die stad is en wat er van hem wordt verwacht. Dat er echter wel het nodige van hem gevraagd en verwacht wordt, is vanaf het begin duidelijk. Zo houdt de bejaarde bagagist Gustav een hele verhandeling over het belang van bagagisten en hoe ze hun beroep meer aanzien proberen te geven.
‘…Maar ik dacht: nou ja, als ik mijn steentje kan bijdragen en een klein beetje verandering weet te bewerkstelligen, dan krijgen degenen die na mij komen het in elk geval makkelijker.’
Hij heeft als regel voor zichzelf ingesteld, dat hij de koffers die hij tilt niet meer mag neerzetten. Nu hij op leeftijd is, valt die krachtsinspanning hem duidelijk zwaar, maar hij wil aan zijn besluit vasthouden en hoopt, dat meneer Ryder een pleidooi voor de bagagisten wil houden tijdens zijn optreden.
Meneer Ryder is vergeten wat hij in de stad komt doen, weet niet welke afspraken hij heeft en komt zijn verplichtingen dan ook niet na. Een groot probleem wordt dat niet, ook al zijn er in toenemende mate mensen teleurgesteld om dat hij zijn afspraak met hen vergeten is of soms ook niet na wil komen.

'... en ik kan u wel vertellen, meneer, dat die mensen, die gewone dames en heren, dat ze u heel dankbaar zijn, enorm dankbaar dat u zich bereid verklaard hebt hen persoonlijk te ontmoeten. En dat u, meneer Ryder, beseft hoe belangrijk het is om uit hun mond te horen wat ze hebben doorgemaakt.' Ik keek hem steng aan. 'Meneer Hoffman, er is blijkbaar sprake van een misverstand. Ik moet nu meteen twee uur kunnen repeteren. Twee uren van complete afzondering.'

Het werkt niet alleen uitermate bevreemdend dat meneer Ryder niets meer weet van zijn afspraken, maar eveneens dat hij niet zorgt dat hij een overzicht krijgt van zijn afspraken. Van zijn repetities komt niets terecht, omdat hij alsmaar van de ene situatie in de andere vervalt, zonder zelf in te grijpen. Hij gedraagt zich volkomen passief.
Ook de fysieke plekken waar Ryder zich bevindt of begeeft, zijn geen logische plekken. Vaak zijn het plaatsen die veranderen in een soort decor uit een toneelvoorstelling. Is Ryder aanvankelijk een tijd onderweg met de auto, dan blijkt vervolgens dat hij ook binnendoor had kunnen lopen… Het is alsof de musicus verzeild raakt in een droom, of een nachtmerrie?  Ofschoon dat meer zegt over je eigen ervaring als lezer, dan dat het de ervaring van Ryder zelf is. Mensen verdwalen, verdwijnen in de verte, reizen gaan de mist in. Er is vaak sprake van gangen, bossen en verkeerde afslagen, en vooral ook van menselijke tekortkomingen .
Aan het eind, terwijl het optreden van Brodsky en Ryder zal plaatsvinden, wordt Gustav onwel. Hij ligt op een matras in een ongemeubileerde kleedkamer en Ryder gaat Sophie (Gustav’s dochter) halen.
‘Ik had me heel kalm gevoeld – sereen bijna- toen ik op de weg stond, maar zodra ik de auto weer startte, werd ik overmand door een mengeling van enorme frustratie, paniek en boosheid. Mijn ouders arriveerden op dat moment, en ik had mijn voorbereidingen nog lang niet voltooid en reed nu met het oog op een totaal andere kwestie van het concertgebouw vandaan. ‘
Onderweg wordt Ryder aangehouden door een stel mensen, met wie hij buiten de auto even een kopje koffie gaat drinken, op een omgekeerde sinaasappelkist. Dan ontdekt hij een grote kluwen van metaal. Het metaal was hopeloos verwrongen en tot zijn afgrijzen ligt Brodsky ertussen. Brodsky, die eindelijk weer zou gaan optreden, die avond. Er wordt gesuggereerd dat deze zelfmoord heeft willen plegen, maar dat zijn benen nu bekneld zijn geraakt en dat er niets anders op zit dan dat iemand daar ter plekke een van Brodsky’s benen amputeert.

Tussendoor ontdek je als lezer, dat de mensen van deze Midden-Europese stad een groot geloof hebben in de heilzame werking van muziek. Dat moet alle (sociale) problemen oplossen die de stad in hun macht houden. En hoewel de inwoners van de stad Ryder daarom op een voetstuk plaatsen, blijkt, dat hij op allerlei gebied faalt.
Waarschijnlijk heeft Ryder ook een zoontje in de stad, maar daar was hij zich aanvankelijk ook niet volledig van bewust. En er is ook absoluut geen sprake van liefde of genegenheid. Het kost Ryder geen enkele moeite om zijn zoontje Boris te kwetsen. Of vergeet hij hem zomaar?

‘Hoe dan ook, rond dat moment hield ik op hem te volgend doordat zijn opmerking over mijn gebrek aan tijd me opeens had doen bedenken dat Boris in dat cafeetje op me zat te wachten. Er was, zo besefte ik, geruime tijd verstreken sinds ik hem daar achtergelaten had.’

Ishiguro creëert niet alleen een verzonnen wereld, er is zeker ook sprake van vervreemding. Een mening mag u zelf vormen, indien u mocht besluiten een roman van 580 pagina’s die een periode van slechts drie dagen beschrijft, te gaan lezen. Een roman, die mij tamelijk verward, om niet te zeggen verbijsterd heeft achtergelaten.

A. Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Jack Kerouac

Onderweg (oorspr. Titel  On the road)

Over ‘Onderweg’ van Jack Kerouac is veel geschreven, maar de uiteindelijke uitgave is niet geheel geworden, zoals Jack Kerouac het had bedoeld. Het werd echter meteen herkend en omarmd als de stem van een generatie die zich Beatniks noemde, jongelui die anti-Amerikaans waren, de voorlopers van de hippies. Kerouac werd op slag beroemd en On the Road vond wereldwijd miljoenen lezers.
Als je de authentieke versie naast de gepubliceerde uit 1957 legt, valt op hoe rigide de redactie destijds met het boek is omgesprongen. Kerouac beschrijft tussen Cassady en Ginsberg een liefdesverhouding die voor preuts Amerika van de jaren vijftig te homoseksueel getint was, en de passage werd geschrapt. Door de afwezigheid van alinea’s krijgt de ‘scroll’ de lyrische vaart die Kerouac voor ogen staat: in lange zinnen geeft hij de sensatie weer van het reizen en zwerven dwars door Amerika van New York naar San Francisco met auto’s en bussen. Kerouac vond met On the Road een sublieme, bezwerende stijl waarin geen plaats is voor literaire remmingen. Zijn ‘scroll’-boek is net zo uitgestrekt als de asfaltstrook waarover Kerouac en Cassady reisden. Wat zochten ze op weg? ‘Girls, visions, everything,’ schrijft Kerouac. En dit alles moet ‘gewoonweg’ genoteerd worden. Dát was de oorspronkelijke versie, waaraan vóór uitgave veel gesleuteld is.
De man die met On the Road de ultieme Amerikaroman schreef, werd geboren als Jean Louis Lebris de Kerouac, was van Frans-Canadese afkomst en leerde pas Engels op de lagere school. Na een blauwe maandag in het Amerikaanse leger en op de New Yorkse universiteit, waar hij kennismaakte met de literaire bohémiens Allen Ginsberg en William Burroughs, verdeelde hij zijn tijd tussen schrijven en reizen met zijn vriend en muze Neal Cassady.
Kerouac debuteerde in 1950 met de autobiografische familieroman The Town and the City, en schreef een jaar later in drie weken de eerste versie van On the Road op één rol papier, omdat hij zijn ‘spontaneous prose’ niet wilde onderbreken voor het indraaien van nieuwe vellen in zijn typemachine. De op het ritme van de jazz geschreven road novel over een groep non-conformisten die de weidsheid en onbegrensde mogelijkheden (seks en drugs) van Amerika verkent, verscheen in 1957 en werd de bijbel van de beatgeneration (en later van de hippies). Kerouac werd een mediaster, probeerde zijn succes te herhalen met The Dharma Bums (1958), waarin een antimaterialistische dichter het zenboeddhisme als verlossing omarmt. De laatste tien jaar van zijn leven trok Kerouac zich terug in het huis van zijn moeder in Lowell.
Zijn beroemdste roman, Onderweg, was het relaas van Sal Paradise over zijn reizen door Amerika. Hij reisde met de vrije en roekeloze Dean Moriarty van de oost- naar de westkust van Amerika. De afwijzing door het tweetal van huiselijk en economisch conformisme ten gunste van een zoektocht naar vrije en open gemeenschappen en intense individuele ervaringen blijft aantrekkingskracht uitoefenen. Niet alleen in de tijd, waarin het voor het eerst werd uitgegeven, 1957, maar ook nu nog.

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

Routekaart reizen van Kerouac

Herman Koch

Het diner 

Paul en Claire hebben een afspraak met broer Serge en zijn vrouw in een chique restaurant. Serge is politicus en de kans is groot, dat hij premier wordt.
De familie heeft het nodige te bespreken tijdens het diner. Hun zonen hebben namelijk de dood van een dakloze op hun geweten. Ze willen overleggen, wat ze als ouders doen met deze kennis.
Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. Serge vindt dat hij open kaart moet spelen. Paul en vooral ook zijn vrouw Claire vinden, dat ze in de eerste plaats hun kind moeten beschermen door te zwijgen. Zij willen niet dat dit ongelukkige voorval de toekomst van hun zoon vernielt. Welke consequenties deze keuze heeft, ga ik niet verraden.
Het diner is een toegankelijk, geestig en spannend boek. Toch maakt het de verwachting, dat dit een boek is waar nauwelijks iets op aan te merken valt, niet waar. Voor de verklaring van de gewelddadigheid van (zowel Paul als) de zoon van Paul maakt Koch een matige keuze, namelijk een erfelijke ziekte. Dat is een gemiste kans. Het ontneemt de lezer de mogelijkheid om zelf een antwoord te zoeken op het 'waarom' van deze daad. Bovendien wordt de ziekte van vader en zoon tamelijk breed uitgemeten, terwijl uiteindelijk de moeder, Claire, ook voor niets terugdeinst. Hoe verklaren we dit? Nu kunnen de lezers wel zelf 'aan de slag', ware het niet, dat Claire's positie in het boek onderbelicht blijft en we haar voornamelijk kennen van de overdreven liefdevolle beschrijving van Paul. De roman zegt te weinig over deze moeder en ontneemt de lezer daarmee de kans om zich met haar te identificeren. Een verklaring van haar daden, of begrip ervoor, kan dan ook alleen in algemene zin.
Het diner blijft een leuk boek, maar het wekte aanvankelijk verwachtingen, die het uiteindelijk niet waar maakte.

A. Wagenvoorde

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Gerrit Komrij

Over de bergen

Na een reis van vele uren per trein langs ravijnen en door nauwe dalen bereikt Pedro Sousa e Silva het land van zijn dromen. De plek, waar hij zich tijdelijk gaat vestigen, bevindt zich in de verst afgelegen, meest geïsoleerde provincie van zijn land, Portugal. Hij zelf komt uit Lissabon, maar is het leven daar moe. Zijn voorouders bezaten en bewoonden een groot landhuis en dat is de plek, waar Pedro zich nu gaat vestigen. Dat het zo afgelegen is en in een vervallen staat verkeert, deert hem niet.
Hij leert de kleine, haast middeleeuwse dorpsgemeenschap kennen en sluit vriendschap met de plaatselijke padre. Geleidelijk aan begint hij zich te realiseren, dat dit niet meer voor even is, maar dat hij is voorbestemd tot een leven in eenvoud op het platteland.
Het landhuis is verpacht aan een stichting, onder leiding van de padre. Pedro begint vol enthousiasme aan het opknappen van het verwaarloosde huis en het helpen van de stichting.  

Een groot deel van het boek gaat over hoe Pedro het huis, het personeel, het dorp, de mensen en de streek leert kennen. Komrij beschrijft mooi hoe de traditionele samenleving in het binnenland van Portugal ook na de Anjerrevolutie van 1974 grotendeels bleef bestaan.
 
Halverwege het boek leert Pedro Fernanda kennen, de dochter van padre Rodrigo’s lievelingsbroer. Zij is een opvallende verschijning, en bovendien nog jong en ongehuwd. Enige tijd later volgt er een tweede ontmoeting. Fernanda blijft een tijdje in het dorp en Pedro neemt haar mee naar het huis, vooral omdat hij een zekere trots voelt over de gedaanteverwisseling die het huis, door zijn toedoen, heeft ondergaan. Ze ontmoeten elkaar in deze periode regelmatig en maken samen tochten in de omgeving. Dat wil zeggen, zij op de motor en hij per paard. Ze spreken dan af bij een kerkje, omdat Fernanda geïnteresseerd is in muurschilderingen en religieuze architectuur.
Dan keert padre Rodrigo terug, voor de viering van zijn gouden priesterjubileum. Het verheugt hem te merken, dat er tussen Pedro en Fernanda een band is ontstaan. Hij informeert bij Pedro of deze al over een huwelijk heeft nagedacht. Fernanda is op de hoogte van dit gesprek en zij zou zich niet tegen de wens van haar oom verzetten. Pedro realiseert zich dat het zijn plicht is om Fernanda mee te delen, dat hij er niet over peinst. Hij wil enkel vrienden zijn.
Vanaf dat moment verandert het beeld van de dorpssamenleving totaal. Pedro komt er achter, dat de wereld waarin hij zich zo thuis voelde, een illusie is. De stichting van de padre blijkt frauduleus te zijn  en Pedro’s geld is op vele manieren misbruikt.

‘Wie, jaren later, in het dal van Sampaio zou arriveren zonder Pedro te kennen of iets af te weten van de liefdesgeschiedenis tussen hem en Fernanda, zou na zijn vermoeiende reis langs kronkelwegen en door onbewoonde valleien, waar hij soms een half uur achtereen geen schaapskooi of duiventil tegenkwam, in een gebied dat zelfs de straaljagers leken te mijden, na een laatste korte rit over een zandpad in de verte twee grote huizen zien staan, het ene witgekalkt en het andere met de kleur van aarde; hij zou, dichterbij gekomen, alleen op het achterplein van het eerste huis leven bespeuren; varkens die wroetten tussen het afval, kalkoenen die een klaaglijk geluid lieten horen , …’

Uiteindelijk is de idylle verworden tot een verhaal van vernedering en uitbuiting, waarin de hoofdpersoon het onderspit blijkt te delven.
Na vele jaren heb ik dit werk van Komrij met genoegen herlezen.

A. Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Stieg Larsson

 Mannen die vrouwen haten

Uitgever: SIGNATURE
Publicatie jaar: 2008
ISBN: 9789056721763

In het boek spelen twee personen de hoofdrol: Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander. Hij is een innemende man en een kritische journalist van middelbare leeftijd. Hij is tevens verbonden aan het tijdschrift Millennium. Lisbeth lijkt in weinig op hem. Ze is jong, eigenzinnig, ogenschijnlijk gevoelloos en staat onder curatele. Ook uiterlijk is ze zijn tegenpool: Zwartgeverfd haar, piercings en tatoeages.
Mikael raakt betrokken bij een schandaal en wordt vrijwel tegelijkertijd benaderd door oud-zakenman Henrik Vanger. Veertig jaar geleden is de zestienjarige Harriët Vanger op mysterieuze wijze verdwenen en vermoedelijk vermoord. De zaak is echter nooit opgelost en inmiddels verjaard.
Henrik Vanger is geobsedeerd door deze verdwijning en kan niet berusten. Hij wil dat Mikael zich hier nog eens op stort. Mikael sluit zich op en spit in een ijzige omgeving (in meer dan een opzicht) alle dossiers door. En hij leert diverse familieleden kennen. Het zijn er veel… De vele neven en nichten maken, dat de lezer daar de draad snel kwijtraakt. Erg storend is het niet, maar ook niet steeds functioneel. Hetzelfde geldt voor de dochter van Mikael die even opduikt in het verhaal, om er vervolgens ook weer uit te verdwijnen.
Aanvankelijk lijkt het onderzoek van Mikael nergens op uit te lopen.
Dan krijgt hij hulp van Lisbeth, die een uitermate goede hacker blijkt te zijn. Samen stuiten ze op een spoor dat rechtstreeks naar een akelig familiegeheim voert ...
Larsson overleed in 2004, nog voordat Mannen die vrouwen haten, zijn eerste boek, werd gepubliceerd. De Zweedse kritieken waren overweldigend en het boek werd bekroond met de Glazen Sleutel, de prijs voor de beste Scandinavische misdaadroman.
Dat maakt nieuwsgierig. Is het een doorsnee misdaadroman, of heeft het meer literaire kwaliteiten dan alleen een knap geschreven, spannend boek?
Het boek leest vlot en is spannend, er zit voldoende afwisseling in, de hoofdpersonen zijn krachtige en tevens markante personages, maar daarmee ontstijgt dit boek het niveau van de betere misdaadromans niet.
En de titel...?

Aly Wagenvoorde, 2009

 

 

Rutka Laskier

Rutka Laskier - Dagboek januari – april 1943   

Ik heb de indruk dat ik voor het laatst schrijft. In de stad wordt een razzia gehouden. Ik mag niet naar buiten en thuis word ik gek. (…) Sinds een paar dagen hangt er iets in de lucht. (…) De stad is verlamd in afwachting, en afwachten is het ergste wat er bestaat. Was het allemaal maar voorbij, die lijdensweg, die hel. Ik probeer gedachten aan morgen te ontwijken… maar ze blijven steeds als opdringerige vliegen terugkomen. Kon je maar zeggen: Het is zover, je sterft maar één keer … maar dat gaat niet, want ondanks al die wreedheden wil je leven, de dag van morgen afwachten, dat wil zeggen nu, op dit moment, Auschwitz of het werkkamp. Ik moet hier niet aan denken en ga over privédingen schrijven.’ – Rutka Laskier, 20 februari 1943

Rutka Laskier is veertien jaar oud als ze in 1943 in het getto Bedzin, Polen, een dagboek begint bij te houden. De gruwelijkheden van de buitenwereld sluiten haar langzaam in. Haar dagboek geeft het leven weer van een Joodse tiener over wie de schaduw van de dood zich al uitstrekt. In het getto beleeft Rutka haar eerste verliefdheden, haar eerste teleurstellingen, vriendschappen, jaloezie. Te midden van de deportaties, de angst en andere verschrikkingen doet ze verslag van haar dagelijkse leven. Haar bange vermoedens over het lot dat haar en haar tijdgenoten beschoren is, blijken waarheid te worden.
Een ontroerende, menselijke en historische weerslag van Rutka’s leven en dood, maar ook van het leven en de dood van tienduizenden jongens en meisjes tijdens de Holocaust.

In 2006, zestig jaar na de oorlog, wordt Zahava (Laskier) Scherz, de halfzus van Rutka, op een ochtend gebeld door een onbekende man. Hij meldt haar dat het dagboek van Rutka is gevonden in Bedzin, de geboorteplaats van Rutka. Sindsdien zet Zahava Scherz zich in voor de promotie van dit dagboek en maakt zij zich sterk voor de herdenking van de slachtoffers van de Holocaust. Door haar bemoeienis is het dagboek uitgegeven door Yad Vashem. Onlangs werkte ze mee aan een BBC-documentaire over Rutka Laskier in Polen.

Bron: www.degeus.nl

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Lisette Lewin

Een hart van prikkeldraad     

In dit boek uit 1992 gaat het over WO II. Dit keer echter niet over de meest gebruikelijke thema's, maar over meisjes die het met Duitsers aanlegden. Greetje van zeventien groeit op in gereformeerd Katwijk. Ze laat zich verleiden door de Duitser Heinz. Ze staat daar, in haar armoedige, versleten kleding en ziet niets dan een grauwe, troosteloze toekomst. Dan neemt ze in een flits de beslissing om met Heinz mee te gaan. Ze raakt verzeild in het wereldje van bezetters en moffenhoeren, drank en orgieën, waardoor ze na de oorlog uit Katwijk moet vertrekken. Ze gaat op de fiets naar Amsterdam, waar ze zich voordoet als de joodse Jessica Carvalho. Ze gaat medicijnen studeren en krijgt zelfs een joods vriendje ...
En ondertussen neemt ze iedere gelegenheid te baat om mensen aan te geven, tegen elkaar uit te spelen en relaties te gronde te richten. Uiteindelijk vindt ze Heinz terug. Was hij dan toch de man van wie ze echt gehouden heeft?
Misschien is het allemaal een beetje veel, maar het geeft wel een aangrijpend beeld van wat zich in en rond de kringen van de Duitse bezetters heeft afgespeeld. Is 'gewoner' geloofwaardiger of boeiender? Lees het boek en oordeel zelf.
 
Maartje

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Charles Lewinsky

Het lot van de familie Meijer (2007)   

Als op een nacht in 1871 een ver familielid bij de deur van de Meijers aanklopt, kan niemand vermoeden dat hun leven vanaf dat moment radicaal zal veranderen. Hun wereld in het dorp Endingen is op dat moment klein, maar nog intact. Dan duikt wervelwind Janki op, een ver familielid, al weet niemand er het fijne van. Een jaar later heeft hij een bruid - de aangenomen dochter annex dienstmeid Chanele, een vrouw die op vele momenten een beslissende rol gaat spelen in het leven van de Meijers - en een stoffenwinkel in Baden.
Vijf generaties beslaat de geschiedenis van de Meijers, een geschiedenis vol liefdesgeluk en levensdroefenis, en vol strijd om succes en acceptatie. Van de kleine, gave wereld van Endingen, waar veehandelaar Salomon Meijer zijn altijd opgevouwen paraplu tot een symbool van zijn betrouwbaarheid heeft gemaakt, gaat het naar het mooiste warenhuis van Zürich, en voorbij de landsgrenzen. En steeds raakt de wereld een stukje meer uit zijn voegen.
Charles Lewinsky schrijft met een verbeeldingskracht die de lezer onherroepelijk tot een bang, hoopvol en hunkerend deel van deze familie laat worden.
Met Het lot van de familie Meijer heeft Charles Lewinsky een ongelooflijk indrukwekkende, mooie, grappige, ontroerende familieroman geschreven. De stemmen van Salomon Meijer en de zijnen zullen nog lang nagonzen.

Charles Lewinsky (1946) woont afwisselend in Zürich en in een dorpje in Frankrijk. Hij heeft gewerkt als dramaturg, regisseur en redacteur, schrijft scripts voor tv, romans en theaterstukken. Voor zijn roman Johannistag, gepubliceerd in 2002, ontving hij de prijs van de Zwitserse Schillerstichting. In Duitsland zijn van de indrukwekkende roman Het lot van de familie Meijer meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

 

Yiyun Li

Verschoppelingen (2009)


Het verhaal speelt zich af in China, in 1979. In een steegje in een Chinees stadje breekt de moeilijkste dag uit het leven van de familie Gu aan. Leraar Gu en zijn vrouw kenden hun dochter niet meer, toen ze als fanatiek aanhangster van Voorzitter Mao te keer ging in de Culturele Revolutie. Ze leek een heldin of duivelin al naar de bedoelingen van de hogere machten die haar leken te drijven. Gu en zijn vrouw waren altijd schuchtere, gezagsgetrouwe burgers geweest. Vandaag zullen ze hun achtentwintigjarige dochter Shan echter verliezen, omdat ze zal worden geëxecuteerd vanwege haar contrarevolutionaire activiteiten. De pijn die veroorzaakt wordt door de op handen zijnde executie drijft man en vrouw uit elkaar.   

Leraar Gu’s dochter Shan wordt fysiek en psychisch gebroken. De bebloede doek om haar hals op de veroordelingsbijeenkomst blijkt een gruwelijke oorzaak te hebben. En ook het korte oponthoud in een ambulance, vlak voor de daadwerkelijke executie stemt bepaald niet tot vrolijkheid over de humane kant van de Chinese samenleving.
‘Het lichaam spartelde onder het laken, maar werd door een aantal handen in bedwang gehouden. ‘Wat is er?’ vroeg Viertje. Nini gaf geen antwoord. Haar hart ging tekeer toen ze een rode vlek zag verschijnen op het witte laken dat het lichaam bedekte, eerst ongeveer zo groot als een bord, maar al snel naar alle kanten uitdijend.’

Hetzelfde geldt, wanneer mensen proberen om hun kinderen een baan in de stad te bezorgen.
‘Zo had hij opgevangen dat Dafu, die achter in de veertig was en een jaar daarvoor zijn vrouw had verloren, altijd kerngezond was geweest voordat hij zich onderwierp aan een bijzondere operatie waarbij zijn galblaas verwijderd werd – hij had galstenen, maar daar had hij weinig last van en er leek geen medische noodzaak voor de operatie te zijn. Maar het militair hospitaal in de provinciehoofdstad bleek een demonstratiepatiënt nodig te hebben voor een nieuwe, niet-medicamenteuze anesthesiemethode. Dafu liet zich via zijn contacten op de lijst zetten voor deze politieke opdracht, op voorwaarde dat zijn beide dochters een baan in een fabriek kregen…
…Hun vader onderging de operatie zonder andere verdoving dan vijf acupunctuurnaalden in zijn hand.’  

Een andere verhaallijn is die van het gehandicapte meisje Nini, dat kolen en groente moet zien te bemachtigen, uiteraard zonder te kunnen betalen. Bashi, een opgroeiende jongeman, wordt door iedereen met de nek aangekeken, terwijl hij niets doet dan dagdromen over  een jonge bruid. De ontmoeting tussen deze twee randfiguren levert veel  stof tot nadenken.

Een van de andere personen uit de roman  is de mooie nieuwslezeres Kai, die achter de gruwelijke waarheid komt, waarbij haar man betrokken is. Ze sluit zich aan bij een stel dissidenten die in Modderrivier, naar aanleiding van o.a. de executie van Shan  het erop wagen om een kritisch geluid te laten horen.
….
‘Ze waren voor elkaar de enige vertrouweling met wie ze zo’n  gevoelige kwestie konden bespreken. Ze koesterden geen van beiden verwachtingen en namen geen standpunt in; op hun leeftijd beschouwden ze de rol van toeschouwer als de enige die nog voor hen was weggelegd. Ze namen plaats en keken vanaf een afstandje kalmpjes toe. Voor elke arme ziel die hierdoor in de afgrond werd gestort, zeiden de twee wijze mannen peinzend, zou er een ander omhoog stijgen. Het was een balans van sociale energie, zei de een; de ander knikte en voegde eraan toe dat je in dit land alleen hogerop kon komen door elkaar als opstap te gebruiken. Ze namen geen van beiden de moeite om het eigen verleden op te halen, want ze begrepen allebei dat ze op hun leeftijd alleen maar zo hoog en droog konden zitten door de stapel lijken onder hun voeten, en dat waren lange verhalen die er niet meer toe deden, want inmiddels waren ze door hun hoge leeftijd ontheven van schaamte en schuldgevoel.
Ergens anders zei een vrouw aan de ontbijttafel tegen haar man dat de omroepster in moeilijkheden zat. De echtgenoot beweerde dat je dat niet kon afleiden uit een verandering in het presentatieschema, maar zijn vrouw hield vol dat zij een vooruitziende blik had en dat hij het aan haar te danken had dat hij zich niet als een stommeling naar het stadsplein had laten lokken.’

Yiyun Li verweeft de verschillende levens op ingenieuze wijze met elkaar. De hardheid van het bestaan in het communistische China komt in deze roman schrijnend aan het licht. Verschoppelingen is een aangrijpende roman.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 


M  -  N  -  O  -  P
 

 

 

Willem G. van Maanen

Het nichtje van Mozart.

De Constantijn Huygensprijs van de Haagse Jan Campertstichting ging in 2004 naar het oeuvre van Willem G. van Maanen. Het begeleidende persbericht luidde: “Hoewel alom gewaardeerd, mag Willem G. van Maanen gerust onze minst bekende grootmeester worden genoemd.”
Het blijft een vraag waarom Van Maanen niet meer gelezen en gewaardeerd werd (en wordt). Kun je dit nog beschouwen als onwetendheid?
Van Maanen is een meesterverteller, die je met humor, in sober en helder proza onderdompelt in de wereld die hij je voorschotelt.

In zijn romans en verhalen die een periode van 52 jaar schrijverschap omvatten, vormt de complexe verhouding tussen waarheid en leugen ongetwijfeld de kern. Daarnaast zijn de oorlog, liefde en bedrog, vertrouwen en verraad, schijnheiligheid, Kafka en Freud enkele van de voornaamste thema’s, motieven of obsessies.

‘Ze sloeg haar benen open als een boek, en ik weet nog dat ik dacht: goed kijken Steiner, lees wat er staat — maar mijn ogen waren toen al slecht en ik was ook niet zo vertrouwd met wat de levende literatuur wordt genoemd. De smaak van bederf lag op mijn tong, en waar mijn lijf niet wilde rotten of slijten was het aan het verstenen; ik draaide me om, deed de deur achter me op slot en keerde terug naar mijn bureau. Had ze me toegelachen? Jazeker, haar mond zo wijd open dat ik wel volslagen blind had moeten zijn om het niet te zien, en volslagen doof om niet te horen wat ze me nog nariep: Het is hier een paradijs! Ja, en zij was de slang.’
Dat is de openingsalinea van de roman ‘Het nichtje van Mozart’. Meteen raak.
De vraag of Mozart met zijn nichtje Anna Maria Thekla, ‘das Bäsle’ (hetgeen simpelweg ‘nichtje’ betekent), de liefde heeft bedreven is nog altijd onderwerp van speculaties en strijd onder musicologen. Was de relatie tussen die twee alleen maar kinderspel of was er meer?
De hoofdpersoon van deze roman, Steiner, beheerder van de Mozartbibliotheek, interesseer zich niet in het minst voor die vraag, maar hij krijgt ermee te maken op een manier die hem dwingt er een antwoord op te geven.
Degene die hem, als een vrouwelijke Mefisto, daartoe brengt is een studente die meent in een van Mozarts brieven een aanwijzing te hebben gevonden die alle geleerden over het hoofd hebben gezien.
Voor Steiner betekent de komst van de studente het einde van zijn dromen. Zij verjaagt hem als het ware uit het paradijs.
Als lezer kom je er pas na het lezen van de drie perspectieven achter, hoe de ‘waarheid’ er heeft uitgezien. Van Maanen heeft ons eerst op het verkeerde been gezet en komt aan het eind met onvermoede informatie.

Verder samenvatten heeft weinig zin, lezen is de boodschap. Van Maanen lezen is genieten.

Sla een willekeurige bladzijde open en je leest:
Vraag: bestaat de maan niet als ze niet schijnt, de wind niet als hij niet waait, de mens niet als hij niet, ja wat, niet denkt? Met Lotte bij me dacht ik niets, maar ik bestond als nooit tevoren. Ik deelde haar leven, ik had wel eens het gevoel in haar te zijn opgegaan, opgelost, een vorm van vereenzelviging die een zelfstandig bestaan scheen uit te wissen, maar daarentegen pleitte dan weer het idee dat ik haar van binnen uit bestuurde, dat zij evenzeer onderworpen was aan mijn onzichtbare aanwezigheid als ik aan haar zichtbare, alsof, kortom, ik de inhoud was en zij de vorm.
….
 Een onderscheid dat trouwens niet zo wezenlijk is als het lijkt: in iedere man woont Psyche, in iedere vrouw Eros. Maar ik doe beter alle psychologie te vergeten en gewoon toe te geven dat Lotte en ik in alle toonaarden op elkaar waren afgestemd, gehoor gevend aan Rilkes Bogenstrich der aus zwei Saiten eine Stimme zieht.‘

In 1983 kreeg Van Maanen de F. Bordewijkprijs voor 'Het nichtje van Mozart'.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Gabriel García Márquez

De kolonel krijgt nooit post (1961)

Een novelle, die gaat over geweld, onrecht en eenzaamheid. Aan het begin van de twintigste eeuw woont een kolonel, veteraan uit de burgeroorlog, met zijn door astma geplaagde vrouw hongerend en kennelijk vergeten in een klein dorpje in Colombia. Zijn leven wordt gevoed door de hoop dat hij ooit een overheidspensioen zal krijgen, vijftien jaar te laat, dat een eind zou maken aan de armoede en ellende van zijn leven na de oorlog. Maar elke vrijdag wordt zijn hoop op een beter leven de grond in geboord als de postbode zijn wekelijkse refrein opzegt; "De kolonel krijgt nooit post."
De ironie van de ellende van de kolonel - zijn blinde geloof in deelname aan een revolutie die hem en zijn landgenoten alleen maar armer heeft gemaakt - staat naast zijn voornaamste probleem: de vraag of hij de erfenis van zijn zoon moet verkopen: de vechthaan waarmee hij ooit een fortuin zou kunnen verdienen. Zijn zoon werd gedood wegens het verspreiden van verboden literatuur...

Samen met Jorge Luis Borges is Márquez de meest bekende Latijns-Amerikaanse auteur. Ook is hij winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Een van zijn meest bekende romans is 'Honderd jaar eenzaamheid', welke geldt als een van de belangrijkste werken van het magisch realisme en een hoogtepunt van de Latijns-Amerikaanse literatuur.

 


                  Márquez 2009

 

Ian McEwan

Zaterdag (2005)

De Britse auteur Ian McEwan beschrijft in deze roman een dag uit het leven van een welgestelde neurochirurg. Het verhaal speelt zich af in onze tijd. De neurochirurg Henry Perowne verheugt zich op het etentje, dat aan het eind van de zaterdag zal plaatsvinden. Een etentje met zijn familie. Als Perowne onderweg is naar een partijtje squash, wordt hij geconfronteerd met verkeersproblemen vanwege een grote anti-oorlogsbetoging. Bij zijn poging toch nog op tijd voor zijn afspraak te zijn, raakt hij in de problemen en wordt bedreigd door Baxter, een jongeman bij wie hij de symptomen van de ziekte van Huntington herkent. Deze eerste confrontatie loopt met een sisser af, maar een tweede ontmoeting bij Perowne thuis verloopt minder gunstig. Terwijl het helemaal uit de hand dreigt te lopen, brengt het klassieke gedicht 'Dover Beach' uitkomst.
Ik was meteen in de ban van deze roman van McEwan, maar het gegeven, dat iemand je gezin terroriseert en dat een gedicht redding kan bieden sprak me aanvankelijk niet zo aan. Als je dit echter niet al te letterlijk neemt, dan wordt het minder ongeloofwaardig. Poëzie raakte Baxter. Het geeft aan dat Baxter niet enkel een weerzinwekkend persoon is, maar dat hij ook een menselijke kant heeft.
Er zit een prachtige ontwikkeling in deze roman van Henry Perowne's houding ten opzichte van de oorlog in Irak, nu hij geconfronteerd wordt met zijn eigen weerloosheid.
 

Aly Wagenvoorde, 2008

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------


 

 

David Mitchell

De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet

Deze roman van David Mitchell, bekend van ‘Wolkenatlas’, speelt zich af op het eilandje Decima, waar de Hollanders handel drijven met Japan.
Tijdens het Tokugawa Shogunaat (1603- 1868) was ruim 250 jaar lang elk contact met de buitenwereld voor Japan verboden. Japan maakte alleen een uitzondering voor een handjevol Nederlanders op het eilandje Decima, een handelspost voor de kust van Nagasaki.
Het is eind 1799 wanneer Jacob de Zoet, een Nederlandse klerk, naar Decima wordt gezonden. Er heerst veel corruptie en De Zoet gaat proberen om dit in kaart te brengen.  Hetgeen hem uiteraard weinig geliefd maakt bij de mensen, die op Decima werken.
De enige manier voor de onbemiddelde, gelovige Zeeuwse De Zoet om kans te maken op een huwelijk met de voorname koopmansdochter Anna is, dat hij vijf lange jaren doorbrengt in het verre oosten. Maar op Decima valt zijn oog al snel op Orito Aibagawa, een verminkte vroedvrouw die het bij uitzondering is toegestaan lessen te volgen bij een Nederlandse arts. De wederzijdse moraal verbiedt beiden om elkaar nader te komen, maar Jacob kan haar ook niet geheel loslaten.
Er volgt een bizarre episode, waarin de persoon Jacob de Zoet naar de achtergrond is verdwenen. Orito Aibagawa is ontvoerd en naar een tempel gebracht, waar Enomoto verschillende vrouwen naartoe laat brengen. Deze nonnen worden misbruikt voor het ‘oogsten’ van baby’s. Dit onderdeel van de roman deed me sterk denken aan het boek van Margaret Atwood, getiteld ‘Het verhaal van de dienstmaagd’.
Het leek er even op alsof deze individuele verhaallijn afbreuk zou doen aan het ‘grote’ verhaal over de intriges op het eiland en de verhouding tussen de Nederlanders en de Japanners. Maar uiteindelijk slaagt Mitchell er wonderwel in om de verhaallijnen tot een bevredigend geheel  samen te brengen.
Een boeiend verhaal over het leven in die tijd en over de beide culturen, die elkaar op Decima ontmoeten.

Aly Wagenvoorde, 2011

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 


Zicht op Decima

 

Marente de Moor

Roundhay, tuinscène

Marente de Moor schreef een historische roman over de negentiende-eeuwse uitvindersmanie.
De uitvinder, Valéry Barre, gaat in deze roman op weg naar zijn collega Marc Roussin, in Parijs. Na Parijs zou hij doorreizen naar Engeland om afscheid te nemen van vrienden en collega’s. En daarna zou hij naar Amerika vertrekken, naar zijn gezin.
Veel uitvinders hielden zich bezig met het werk, dat hem de laatste jaren zo had beziggehouden: De uitvinding van de film.
Onderweg naar Parijs doet iets hem besluiten om uit de trein te stappen.
Na een voettocht belandt hij in een dorp, waar hij in de biechtstoel van de kerk in slaap valt. Door het uitvinden en de angsten voor mensen die zijn ideeën stelen, is hij uitgeput.

In de eerste zin van de roman verdwijnt de hoofdpersoon.
‘Op 16 september 1890 nam een man de trein van Dijon naar Parijs, daarna is er nooit meer iets van hem vernomen. Hij was niet van plan om te verdwijnen. Bovendien is een mens voor zijn verdwijning, net als voor zijn ontstaan, van anderen afhankelijk. Hij kan niet even bij zichzelf besluiten dat hij er niet meer is, eerst moet iemand hem missen.’
…..
In dit allereerste fragment wordt meteen een van mijn bezwaren tegen dit boek al duidelijk. De schrijfster heeft zich blijkbaar goed in de materie verdiept, heel goed nagedacht en wil de lezer steeds maar dingen duidelijk maken. In een roman kan echter iemand gewoon verdwijnen, zonder dat daar een uitleg op hoeft volgen.
Een ander voorbeeld is, dat het boek vol staat met korte, vaak grappige advertenties, van gekke uitvindingen. Wel een goed gevonden illustratie van de uitvindersmanie, maar wat doet het met het verhaal dat je aan het vertellen bent?
Een tweede bezwaar is de figuur van de Verduisteraar. Als Barre zou lijden aan achtervolgingswaan, zou dat heel goed in het verhaal passen. Maar de vrees voor ‘de Verduisteraar’ lijkt op de vrees voor een reëel persoon, die patenten onder zijn naam laat vastleggen. Hiermee kan hij toekomstige uitvindingen aan zichzelf toeschrijven, met alle financiële voordelen vandien. Deze ‘Verduisteraar’ werkt echter ook letterlijk in het duister en steelt ideeën uit de hoofden van de echte, maar anonieme uitvinders. Hij kan gedachten lezen. Voor mij verwordt deze figuur hiermee tot een figurant uit een kinderverhaal, maar misschien is de bedoeling, dat het om een droombeeld of hallucinatie gaat.
De taal maakt het geheel nog meer gekunsteld. Een paar voorbeelden.
‘Alsof ze ook zien dat ik niet meer weg kan springen van die veertigste verjaardag, die fluitend en sissend op me afraast.’
‘Hun bloemen groeien traag en mooi vooruit, zoals een karavaan door de woestijn trekt.’
‘Zijn pad was nogal doodgelopen, op een vrouw met een spierwit gesteven dovemansoor dat haar hele hoofd in de greep hield.’
Surrealistische vergelijkingen, die het lezen er niet gemakkelijker op maken.
 
De roman gaat over uitvindingen en eveneens over vaders en zonen. Marente de Moor heeft de roman ook aan haar vader opgedragen.
‘Roundhay, tuinscène’ is een roman vol onrust en verwarring.
Als je het al wilt uitlezen, dan gaat dat zeker niet vanzelf.
 

Aly Wagenvoorde, 2014

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Adriaan Morriën

Lotus-brieven (2001)  

In 1956 ontmoet een schrijver - getrouwd, twee kinderen - een jongere studente op wie hij hartstochtelijk verliefd wordt. De liefde blijkt wederzijds te zijn. Tijdens de dagen dat de twee elkaar niet zien, schrijft de schrijver brieven aan zijn beminde; lange, tedere, gepassioneerde brieven.

'Ik ben erg verliefd op je. Ik denk voortdurend aan je. Ik zou voor je bidden als God zich om de mensheid bekommerde. (...) Ik heb een diepgaande liefdesverhouding met je armen. Ik ben telkens verweesd, omdat je ze weer mee naar huis neemt.'

De brieven aan het meisje dat Lotus heet werden geschreven door Adriaan Morriën. Morriën zelf noemde ze 'Het verslag van een betovering', wat de ondertitel werd van de bundel Lotus-brieven.

Morriën was 44 jaar toen hij, getrouwd man met twee dochters, in 1956 de 23-jarige Lotus, een studente, leerde kennen. Hun relatie duurde slechts anderhalf jaar, maar uit het boek blijkt hoe groot de liefde was die Morriën voor haar koesterde.

Deze brieven, die een periode van anderhalf jaar beslaan, geven een beeld van de gevoelens van de schrijver voor zijn geliefde, maar ook van zijn literaire werkzaamheden, zijn reizen, zijn gezinsleven en het algemene klimaat van zijn tijd.

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Blake Morrison

Het laatste weekend (2010)
 

De dichter, journalist en romanschrijver Blake Morrison werd bij een groot publiek bekend door zijn roman ‘En wanneer zag jij voor het laatst je vader?’  Met zijn nieuwste boek, ‘Het laatste weekend’, bevestigt Morrison dat hij los is van het autobiografische proza.

In ‘Het laatste weekend’ zijn Ian en zijn vrouw Em door oude vrienden uitgenodigd voor een lang weekend aan zee. Ian is leraar, maar zit thuis, omdat er op school iets is voorgevallen. Em ontfermt zich over op drift geraakte jongeren. Ze wonen samen  in Londen in een bescheiden woning en een weekend aan zee in het gezelschap van goede vrienden lijkt op het eerste gezicht een leuk uitje.  
Geleidelijk aan leer je de verhouding tussen de vrienden echter beter kennen.
Ollie is een succesvol advocaat, Daisy runt een ontwerpbureau.
De beide vrienden waren elkaar een beetje uit het oog verloren en het is dan ook niet zo voor de hand liggend dat Ian en Em worden uitgenodigd. Ian is meteen wantrouwig. Waarschijnlijk hebben andere vrienden van Daisy en Ollie afgezegd?  Zijn vrouw Em deelt zijn achterdocht en wantrouwen. Uiteindelijk hakken ze de knoop door, en gaan. Het gehuurde landhuis blijkt een bouwval. Door de afgelegen ligging is er zelfs geen GSM-bereik. Ian en Em zien in één oogopslag waarom zij de voorkeur genoten boven de rijkere vrienden…

Door de ligging van het huis zijn de vier vrienden volledig op elkaar aangewezen. Een gedeelte van het weekend zijn er nog andere personen in het huis, maar die zijn minder belangrijk voor het verhaal. De ontmoeting, het samen de tijd doorbrengen, herinneringen aan vroeger en interpretaties van situaties nu, alles wordt bekeken vanuit het perspectief van Ian. Al snel ga je je daar een beetje ongemakkelijk bij voelen, omdat zijn interpretaties nogal gekleurd zijn en niet kloppen met de feiten. Bovendien speelt Ian een ‘vreemde’ rol. Hij maakt zichzelf wijs, dat hij de situatie goed overziet en geeft zogenaamde goedbedoelde adviezen, waardoor de spanningen echter alleen maar oplopen.

Aan de hand van Ian’s verslag worden we als lezer getuige van de gebeurtenissen, die Ian oppoetst ten gunste van zichzelf en die eindigen in een drama.

De kracht van deze roman zit in o.a. in de spanning tussen de onsympathieke, stokende Ian  en de Ioser Ian, waar je medelijden mee hebt. Morrison is er in geslaagd er een boeiend psychologisch spel van te maken.

Aly Wagenvoorde, 2011

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Herta Müller

Hartedier

In ieder stukje wolk zat wel een vriend van iemand
de wereld is vol gruwel dus dat gaat met vrienden zo
mijn moeder zei ook dat is heel normaal
vrienden zijn niet aan de orde
denk aan serieuzere dingen

Gellu Naum

Met dit citaat begint de roman ‘Hartedier’ van Nobelprijswinnares Herta Müller. Herta Müller creëert met eenvoudige woorden een bijzondere taal. Een taal, die langzaam maar zeker begrijpelijker wordt. Een taal ook met een dreigende lading.
Hartedier begint in een studentenhuis. Lola, die Russisch wilde studeren, woonde in een klein vierkant met een raam, met zes meisjes, dus zes bedden en onder elk bed een koffer. Naast de deur was een ingebouwde kast en aan het plafond hing een luidspreker, waaruit ‘de arbeiderskoren zongen van het plafond naar de muur, van de muur naar de bedden, totdat de nacht kwam’. Daarmee is een beeld geschetst, een sfeer geschapen.
Wie zelf in een strafkamp of in de gevangenis heeft gezeten, wie geleden heeft onder een dictatuur, die zal  Müller’s taal begrijpen. Maar zelfs voor een buitenstaander slaagt Müller er in een indrukwekkend en aangrijpend beeld te schetsen. Ze weet haar angst en de voortdurende dreiging op een bijzondere manier over te brengen. En angst heeft zij in Roemenië gekend. De Securitate maakte jacht op haar en bedreigde haar. Je bewust te zijn van deze voortdurende dreiging en weten, dat het geen loze dreigementen zijn, wanneer vrienden dood gevonden worden, omdat ze zogenaamd zelfmoord pleegden heeft Herta Müller voor het leven getekend.  In Hartedier komen naast doodsdreigingen huiszoekingen en verhoren voor.  Niemand is te vertrouwen, je moet voortdurend op je hoede zijn.
Wanneer Lola in het studentenhuis zogenaamd zelfmoord heeft gepleegd, heeft dit grote consequenties voor de hoofdpersoon, een medestudente. Ze sluit zich aan bij drie mannelijke studenten, met wie ze geheime boeken leest. Er moet voortdurend worden nagedacht over waar ze spullen veilig kunnen bewaren. Een van de mannen neemt bijvoorbeeld foto’s van de wantoestanden in slachthuizen. Ze worden echter gevolgd en geïntimideerd, en ook voor hun familie op het platteland blijven de gevolgen niet uit.
Als de vrienden elkaar brieven schrijven, stoppen ze een haar in de envelop. Een haar wordt hierdoor van een onschuldig object een alarmsignaal. Zodra er geen haar tussen het briefpapier zit weten ze, dat de brief is geopend door de geheime politie. Zo worden kleine, onschuldige voorwerpen tot symbolen en gaan ze rondspoken. In het boek en in het hoofd van de lezer.
Ook het dorp speelt een belangrijke rol in ‘Hartedier’. Hoewel de hoofdpersoon naar de stad is getrokken, spelen veel delen van het boek zich af in het dorp, in de vorm van herinneringen of notities in brieven  die de vrienden in de stad van hun familie ontvangen. Alle volwassenen dragen ‘geheimen’ met zich mee. Een grootvader lijdt, omdat zijn bedrijf door de communisten werd onteigend. Een grootmoeder zingt en gaat zwerven. Veel familieleden zwijgen en houden zich bezig met de simpele handelingen van alledag.
De hoofdpersoon slaagt erin naar Duitsland te vertrekken, maar ook daar is ze aanvankelijk niet veilig en vrij. Ze krijgt bezoek van een vrouw, Tereza, die haar hartsvriendin scheen te zijn in Roemenië, maar die nu een spion blijkt te zijn, die door de Securitate op haar af is gestuurd.

‘Toen kwam Tereza op bezoek. Ik haalde haar van het station. Haar gezicht was heet en mijn ogen waren nat.
………
In de keuken zei Tereza: Weet je wie mij gestuurd heeft. Pjele. Anders had ik niet kunnen gaan. Ze dronk een glas water.
   Waarom ben je gekomen.
   Ik wilde je zien.
   Wat heb je hem beloofd.
   Niets.
   Waarom ben je hier.
   Ik wilde je zien. Ze dronk nog een glas water.
   Ik zei: Ik zou je niet meer moeten kennen.
  Hiermee vergeleken was het zingen voor kapiteit Pjele niets, zei ik. Me voor hem uitkleden heeft me niet zo naakt gemaakt als jij nu doet.
   Het kan toch niet slecht zijn, zei Tereza, dat ik je wil zien. Ik vertel Pjele wel iets waar hij niets aan heeft. Dat kunnen we afspreken, jij en ik.
   Jij en ik. Tereza besefte niet dat jij en ik vernietigd was. Dat jij en ik niet meer samen uitgesproken kon worden. Dat ik mijn mond niet kon sluiten omdat mijn hart naar binnen sloeg.’

Aly Wagenvoorde, 2012

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Hans Münstermann

Ik kom je halen als het zomer is. (2010)

In deze roman volgen we de belevenissen van een familie, voornamelijk gezien door de ogen van Andreas.
Het begint met de uitnodiging van Andreas aan Joachim om mee te gaan naar het kerstcircus. Joachim staat er afwijzend tegenover, maar Andreas begrijpt dit niet en blijft doorgaan met hem te overreden tóch maar mee te gaan. Door de gesprekken wordt al snel duidelijk dat grote broer Joachim ‘anders’ is.
Ook het vooruitzicht van de aanwezigheid van Ted de Braak en Hans Klok blijken niet voldoende te zijn om Joachim te overtuigen. Uiteindelijk staat Andreas bij de kassa tevergeefs te wachten op zijn broer. Dat was in 2005.
Vervolgens gaan we stapje voor stapje verder terug in het leven van de familie, met voorvallen uit hun leven, waarin Joachim een belangrijke rol speelt. Zo komt hij in 2002 op doorreis naar Griekenland bij broer Andreas en zijn vrouw langs. Om hem wat afleiding en plezier te bezorgen, gaat Andreas met Joachim de stad in. Andreas wil hem een kleinigheidje geven en Joachim zegt spontaan, dat hij wel iets weet: Een tuinkabouter. Uiteindelijk heeft hij een beter idee, hij wil een beeld van een heilige. Hij valt voor een groot Mariabeeld en staat erop dat ze meegaat naar Griekenland. Uiteraard loopt dit niet goed af.

Citaat uit 1999: ‘Is dit misschien het bedoelde toneelstuk? Is het begonnen? Dat zou geweldig zijn. Zo zitten we daar in het duister. Het is nu zo lang stil en donker, dat niemand meer weet of het zo bedoeld is. We zijn teruggeworpen op de grote levensvragen: waar is de drummer? Wie is het? Aan alle kanten om ons heen: het niets. Dit is zo’n moment dat je het even niet meer kunt volgen. We hebben geen hersenen meer. Alle ogen zijn gericht op het duister. Geen idee wat ik vandaag – vandaag? Wat is dat? – allemaal nog moet doen als zogenaamd normaal mens. Wat ik beslist niet moet vergeten. Wie ik nog moet bellen.
Langzaam gaat er een flauw spotje aan. Een van de gekroonde hoofden rolt een sigaret en steekt hem aan.
‘Je mag niet roken!’snerpt Jezus op de tafel tussen de takken. ‘De drie koningen rookten nog niet. Als hij rookt, mag ik dan even naar de wc?’Niemand reageert. ‘Ik moet heel nodig. Is er hier iemand die Jezus zijn luier kan verschonen?
‘Mijn broer Etter steekt lachend zijn duim op.’

Zo volgt de schrijver Joachim, terug in de tijd. Hij wordt steeds jonger, en in elke episode blijkt, dat Joachim nergens geschikt voor is. Zijn vader heeft het beste met hem voor, maar probeert ook, wellicht tegen beter weten in,  om hem een plekje in de maatschappij te geven. Op een gewone school gaat het niet, maar de kunstacademie is ook niets voor Joachim. Zelfs iets simpels als fietsenmaker worden gaat niet lukken.
Aangezien de roman zo strikt lineair is opgebouwd weet je, dat aan het eind de ontknoping zal volgen. Of liever gezegd de oorzaak van het niet normaal functioneren van Joachim. Hij blijkt bij de geboorte ernstig zuurstoftekort gehad te hebben en dat is de oorzaak van het achterblijven en anders-zijn.
Het is een roman, waarvan je je kunt afvragen, waarom het niet meer met je doet. De feiten zijn toch schrijnend en dramatisch? Toch wordt het zo kalm, haast vlak verteld, dat het nauwelijks invoelbaar wordt.
Zelfs de uithuisplaatsing van Joachim wordt tamelijk feitelijk beschreven. Joachim wordt ondergebracht bij de Broeders van Liefde. Het pijnlijke ‘In de zomer kom ik je weer halen’ van de moeder maakt dit gedeelte tragisch, maar dat gevoel verdwijnt al snel weer.
Een onderwerp als dit zou pijnlijker, schrijnender mogen worden ervaren. De beschrijvingen blijven vlak en oppervlakkig.
Dat mag in het leven een manier zijn om met het feit van de geestelijke beperking van een broer om te gaan, in de literatuur mag die werkelijkheid meer invoelbaar worden gemaakt.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Haruki Murakami

Norwegian Wood (1987)

Norwegian Wood (1987) is een vroeg werk van de Japanse schrijver Haruki Murakami.        
In tegenstelling tot enkele van zijn andere werken is dit een tamelijk rechtlijnig verhaal, een Bildungsroman.
‘Norwegian Wood’ is genoemd naar een lied van The Beatles en de melancholie van dit lied is voelbaar in de gehele roman.
Het boek begint met een introductie van de 37 jaar oude Toru Watanabe, die deze Beatlessong hoort en daardoor wordt herinnerd  aan zijn leven van bijna twintig jaar geleden.
De sombere dubbelzinnigheid en verwarring in het nummer van The Beatles is vergelijkbaar met die van de roman. The Beatles zongen: "I once had a girl / or should I say / she once had me". Voor Watanabe zijn relaties en verliefdheden even onduidelijk.
De eerste vrouw om wie het verhaal grotendeels draait, is Naoko. Watanabe had slechts één vriend op de middelbare school, Kizuki, en Naoko was de vriendin van Kizuki. Het drietal trok veel samen op. Op een dag pleegt Kizuki volkomen onverwacht zelfmoord en daarna zien Watanabe en Naoko elkaar een jaar lang niet.
Watanabe wil de stad waar ze alle drie zijn opgegroeid ontvluchten en hij gaat naar Tokyo om daar te studeren.  Ook Naoko gaat in Tokyo studeren en zo ontmoeten ze elkaar opnieuw. Deze hernieuwde kennismaking  groeit uit tot een aantal vreemdsoortige ontmoetingen. Eén keer slapen ze samen – waarna Kizuki weggaat uit Tokyo en in een soort kliniek wordt opgenomen, ver van de bewoonde wereld.
De tweede vrouw waarmee Watanabe iets begint is Midori. Hij ontmoet haar, nadat Naoko is vertrokken. Midori trekt zich af en toe terug en laat dan niets van zich horen of verschijnt niet op een afspraak. Ze vertelt Watanabe, dat haar vader in Uruguay zit en dat zij en haar zus de boekwinkel van deze vader moeten runnen. Uiteindelijk blijkt de vader echter gewoon in Japan te zijn. Hij is doodziek en zijn dochters verzorgen hem zo goed mogelijk. Toru Watanabe accepteert alles zoals het komt. Hij voelt zich wel aangetrokken tot Midori (die overigens een vriendje heeft), maar voelt zich nog meer verantwoordelijk voor Naoko.
Vrienden heeft Watanabe nauwelijks, afgezien van eentje, die contact met hem legt, omdat ze allebei The Great Gatsby lezen en bewonderen. Deze ‘vriend’ neemt hem af en toe mee naar bars, op zoek naar een one-night-stand.
Na vele maanden in de kliniek te hebben doorgebracht, nodigt Naoko Watanabe uit, om een keer op bezoek te komen. De kliniek ligt erg afgelegen, midden in de natuur. Van de aanwezige personen daar is nauwelijks duidelijk wie arts of verpleger is, en wie patient. Er hangt een vreemde, wat droevige sfeer op de kamer van het meisje. En de kamergenote van Naoko, die gitaar speelt, speelt uiteraard o.a. ‘Norwegian Wood’.
Al met al brengt dit bezoek geen duidelijkheid voor Watanabe. Hij nodigt Naoko uit om bij hem te komen wonen, maar zij kan niets toezeggen of reageert helemaal niet.
Enfin, ik zal niet uit de doeken doen hoe het verder gaat.
Het verhaal maakte op mij een typisch Japanse indruk, al is het moeilijk om dat nader uit te leggen. Verder lag er veel nadruk op sex. Dat er een vreemd of bevreemdend sfeertje hing, blijkt waarschijnlijk wel uit de omschrijving. Afgezien daarvan (of mede daardoor?) was het een universeel verhaal over liefde, verlies en de zoektocht naar je plaats in de wereld.
Na ruim 20 jaar nog steeds de moeite waard om te lezen.

Aly Wagenvoorde, 2011

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

Haruki Murakami

De opwindvogelkronieken

 

Na ‘Norwegian Wood’ uit 1987 mag ‘De opwindvogelkronieken’, een zeer forse roman van bijna 900 pagina’s, in 1991 geschreven in Amerika, niet ontbreken.
De opwindvogelkronieken gaat over een man, Toru Okada, waarvan de vrouw spoorloos verdwijnt.  Toru Okada wil weten wat er aan de hand is en gaat naar haar op zoek. Ook al lijkt de situatie hopeloos, hij is vastbesloten om koste wat het kost zijn vrouw terug te vinden.
Dit wekt enige verbazing, omdat we hem ook leren kennen als een man met weinig initiatief. Hij leidt een gezapig leven, heeft geen baan, maakt zich daar ook niet druk over. Hij luistert naar muziek en ziet wel of iets zijn pad kruist dat hem kan boeien. Zo kabbelt zijn leven voort.
Nog voor zijn vrouw verdwijnt, verdwijnt zijn kat. Voor zijn vrouw lijkt dit zeer dramatisch te zijn. Ze spoort Toru Okada aan om er alles aan te doen om de kat terug te vinden.
Op zijn zoektocht komt hij in een afgesloten steegje terecht met een geheimzinnig verlaten huis. Hier maakt hij kennis met May Kasahara, een ongewoon meisje. Met haar blijft er een zekere mate van contact bestaan. Op zijn speurtochten ontdekt hij ook een put, waarin hij zich later af en toe terugtrekt.  
Als de vrouw, Kumiko, voorgoed verdwenen lijkt,  realiseert  Toru Okada zich dat er veel vreemde dingen plaatsvinden in zijn leven.
Het is bevreemdend om te zien, dat een passief persoon als Toru Okada die inmiddels van alles meemaakt,  op zoek blijft naar zijn vrouw, wat er ook gebeurt. Ook al zegt zijn zwager, met wie hij totaal niet overweg kan, dat hij niet naar diens zuster hoeft te zoeken, ook al laat Kumiko zelf weten, dat hij niet meer naar haar moet zoeken, Toru Okada laat het er niet bij zitten. Hij gaat hardnekkig door met zoeken. Hij beseft, dat hij deze speurtocht moet ondernemen, voor zichzelf. Of zóekt hij eigenlijk zichzelf? Is hij niet letterlijk op zoek naar zijn verdwenen vrouw, maar wil hij de hoop, dat er in zijn leven eenheid of inhoud komt, niet  opgeven?
Vreemde personages, zoals Malta en Kreta Kano of Nootmuskaat en haar zoon Kaneel, blijven hun entree maken in het verhaal. En als de heer Honda, een oude bekende, is gestorven, komt Luitenant Mamiya een pakje brengen, als aandenken van de heer Honda. Uiteindelijk blijkt, dat wat meneer Honda aan Toru Okada heeft nagelaten, een lege doos te zijn. Maar is dat wel zo? De bezorger, Luitenant Mamiya en de heer Honda kenden elkaar uit 1938. Beiden hebben gevochten, in een gebied van substantiële strategische waarde. Ten koste van vele mensenlevens werd er gevochten om een grens die er eigenlijk nooit was geweest. Dit was het zogenaamde Nomohan-incident, op de grens van Mongolië en Mantsjoerije. Luitenant Mamiya vertelt aan Toru Okada hoe een Mongoolse officier een zogenaamde burger, Yamamoto, levend heeft gevild om hem een verklaring af te dwingen. Luitenant Mamiya was erbij en bracht het er levend van af. Hij werd midden in de woestijn in een diepe put (!) gegooid. Sergeant Honda, die ook aanwezig was, had de Mongoolse soldaten bijtijds bemerkt en zich schuilgehouden. Hij had gezien dat Yamamoto levend was gevild en dat de Mongoolse soldaten Mamiya hadden meegenomen. Hoe hij wist waar Mamiya was gedumpt, is nooit duidelijk geworden. Maar hij vond hem en was in staat hem uit de put te krijgen. Wordt dit (en meer) ‘zomaar’ verteld? Wat is de rol van deze oorlogsveteraan en zijn verhaal? Heeft dat ook te maken met het vinden van iemands eigen identiteit? Of is identiteit niet meer dan een omhulsel? Blijft er, wanneer dat omhulsel is verwijderd,niets meer over van een mens dan een anonieme homp vlees?
Misschien is de toevoeging van dit verhaal ook veroorzaakt door de ervaringen van de schrijver Murakami, als Japanner in Amerika? Uit het verhaal of de verhalen zou je kunnen afleiden, dat er ontwikkelingen zijn in het leven die leiden tot wreedheden en massamoorden. Ongeacht of je Japanner, Afrikaan of bijvoorbeeld Mongool bent. Gezien de wijze waarop Toru Okada handelt zou je echter kunnen denken, dat een individu zich daar niet bij hoeft neerleggen. Is er soms een vrije wil? ‘Als poppen die worden opgewonden met een veertje in hun rug stonden de mensen op een tafel en verrichtten handelingen zonder een keus te kunnen maken en bewogen ze zich in richtingen die ze al evenmin uit konden kiezen.’ Het lijkt alsof Murakami zegt: ‘Ik weet het ook niet. Ik reik jullie stof tot nadenken, maar uiteindelijk bepaal je zelf maar in hoeverre je je gemanipuleerd of vrij voelt in het leven. Of je denkt er nog maar eens over na in hoeverre jouw/onze werkelijkheid wel dé werkelijkheid is.’

‘De opwindvogelkronieken’ bestaat uit drie delen: Deel 1.De diefachtige ekster, deel 2. Vogel als profeet en deel 3. De vogelvanger. Deel drie is pas later toegevoegd en dat is enigszins merkbaar, maar volstrekt niet storend.
Het volgende citaat is het eind van deel 2.

‘Ik ging op het droge zitten, mijn rug tegen de muur, en sloot stilletjes mijn ogen. Het geluk dat de hallucinatie in me had achtergelaten trilde als een bundel zonlicht in me voort. Daar ligt het, dacht ik in dat zonlicht. Ik had niet alles uit mijn vingers laten glippen. Niet alles was de duisternis in gedreven. Er was nog iets over – iets warms en moois en waardevols. Daar ligt het. Dat wist ik.
Misschien zou ik het onderspit delven. Misschien zou ik zelf verloren gaan. Misschien liep ik met mijn kop tegen de muur. Misschien was de schade onherstelbaar en liepen al mijn wanhopige pogingen op niets uit. Misschien was ik de enige die niet besefte dat ik doelloos in de as van een ruïne rakelde. Misschien was er niemand om me heen die zijn geld op mij durfde te zetten. ‘Hindert niet,’zei ik met zachte, afgemeten stem tegen degene die zich daar bevond. ‘Maar dit kan ik je wel zeggen: er is iets waar ik op wachten moet, er is iets waarnaar ik zoeken moet.’
Toen hield ik mijn adem in en spitste mijn oren. Ik probeerde de zachte stem te horen die er diende te zijn. En achter het geplons, achter de muziek, achter de lachende stemmen, ving ik een heel ver, geluidloos geluid op. Er riep iemand om iemand anders. Er verlangde iemand naar iemand anders, Met een stem die geen stem was. Met woorden die geen woorden waren’.

Dit had een mooi slot kunnen zijn, maar ook in deel drie houdt Murakami je in zijn greep.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vladimir Nabokov

Heer, vrouw, boer (1928)

Toen Vladimir Nabokov in 1955 in Parijs Lolita publiceerde, veroorzaakte hij in de literaire wereld en nog meer daarbuiten een ware sensatie. Velen hoorden toen pas voor het eerst de naam van deze Amerikaans-Russische schrijver, die reeds een aanzienlijk oeuvre op zijn naam had staan.
Nabokov, in 1899 in Petersburg geboren, verliet Rusland in 1919 en woonde achtereenvolgens in Cambridge, Berlijn en Parijs, voor hij zich in 1940 definitief in de Verenigde Staten vestigde. Sindsdien schreef  hij zijn boeken in het Engels, daarvoor uitsluitend in het Russisch, wat misschien een van de oorzaken is van de geringe internationale erkenning die hij voor de verschijning van Lolita ondervond.
Heer, vrouw, boer behoort tot de werken van de schrijver, die nog in het Russisch werd geschreven. Franz, een jonge man uit de provincie, reist naar de hoofdstad en wordt verkoper in het warenhuis van zijn oom Drayer. Al spoedig ontstaat er een relatie tussen de aantrekkelijke vrouw van Drayer, Marta en de jonge Franz. Franz raakt zozeer in de ban van deze vrouw, dat hij bereid is om samen met Marta de perfecte moord op zijn oom te beramen. Marta wil geen echtscheiding, omdat ze het vermogen van haar man niet wil missen.
Wegens zowel besluiteloosheid als financiële belangen wordt oom nog even gespaard. De ironie wil, dat Marta tijdens het bijna-uitvoeren van hun snode plannen een ernstige ziekte oploopt, waaraan ze uiteindelijk ook bezwijkt.  Pas wanneer Marta zwaar ziek in bed ligt, beseft Franz, hoe troosteloos zijn toekomst met haar er zou hebben uitgezien. Drayer, het beoogde slachtoffer, gaat helemaal op in zijn eigen leven en merkt daardoor van dit alles niets.
Nabokov, die zelf ook nog even optreedt aan het slot, weet de humor van de situatie voortreffelijk naar voren te brengen. Een probleemloos, ontspannend boek, dat ook nu nog puur leesgenot biedt.
Wie het echter sowieso al niet kon vinden met Nabokov, of niet houdt van oudere schrijvers kan maar beter niet aan Heer, vrouw, boer beginnen.

Aly Wagenvoorde, 2010

 


Huis van Nabokov

Nelleke Noordervliet

Snijpunt (2008)  

In Snijpunt draait het om zoektochten.
Letterlijk.
 Guido Kaspers (de vader) heeft één grote ambitie: Meer, zo niet alles, te weten komen over het leven van een cultschrijver, die na één interview gegeven te hebben, van de aardbodem verdwenen lijkt. Guido probeert hem in Italië te vinden.
Dochter Franca, die erg gehecht is aan haar vader en ongerust wordt als hij niet terugkeert, gaat hem zoeken.
Moeder Nora op haar beurt is ongerust over haar dochter en volgt haar naar Italië. Alle drie zijn ze op zoek.
Het thema 'zoektocht' gaat verder dan dat. Het is ook de zoektocht van mensen naar een manier om zich staande te houden in de huidige maatschappij, om een zinvol leven te leiden. Er komen diverse problemen uit onze tijd aan bod: het multiculturele vraagstuk, geweld op school, echtscheiding en de gevolgen ervan voor een kind, de behoefte aan spiritualiteit. Snijpunt is thematisch dus een zeer eigentijdse roman.

Het verhaal
Nora is conrector en docent op een scholengemeenschap. Bij een discussie met een Marokkaanse leerling wordt ze door hem gestoken. Dit heeft grote gevolgen: Het brengt haar zekerheden aan het wankelen en het ondermijnt haar positie op school.
Thuis valt het ook allemaal niet mee. Nora is gescheiden en woont samen met haar puberdochter Franca. Franca is erg gehecht aan haar vader en reageert niet begripvol op de situatie waarin haar moeder verkeert.
Vader Guido heeft altijd last gehad van een minderwaardigheidscomplex. Hij ziet het als zijn levensopdracht om Fischer te vinden, zodat hij zich eindelijk kan bewijzen.
Wanneer vader Guido niet terugkeert van zijn zoektocht in Italië naar de geheimzinnige Fischer,  zit er voor Franca maar één ding op: hem zoeken. Dit maakt Nora dodelijk ongerust en zij gaat haar dochter achterna.
Het leidt tot een reeks spannende verwikkelingen.

Snijpunt is een interessante roman. Het had van mij iets soberder gemogen, er gebeurt (te) veel. Dat is dan ook het enige minpunt. Verder is het een wervelende roman, die de moeite van het lezen en herlezen waard is.

A. Wagenvoorde, 2008

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Andrej Platonov

De stad Gradov (Tweede helft twintiger jaren vorige eeuw)

Tot mijn grote verbazing ontdekte ik, dat ik van Andrej Platonov nog geen enkele recensie had opgenomen. Daarin komt nu verandering.
Andrej Platonov (1899-1951) werkte eerst als journalist. Daarna als landbouwingenieur.
Na de Russische Revolutie van 1917 toonde Platonov zich actief in de ondersteuning van het Bolsjewistische regime, onder meer bij de bevoorrading van troepen tijdens de Russische Burgeroorlog. Later ondersteunde hij het regime als elektrotechnisch medewerker aan grote projecten. Ook schreef hij propagandistische artikelen in diverse Sovjetbladen. Niettegenstaande zijn aanvankelijke solidariteit met de revolutie bleef Platonov altijd kritisch en sceptisch. Hij was fel gekant tegen de zelfbevoordelende praktijken van lokale Bolsjewieken tijdens de hongersnood van 1921, bekritiseerde openlijk de doorgeschoten bureaucratie en ageerde begin jaren dertig nadrukkelijk tegen de collectivering.
In 1927 nam hij, na moeilijkheden met de autoriteiten, ontslag en vestigde zich als schrijver in Moskou. Hoewel hij met zijn satires wel bekendheid verwierf, raakte zijn literaire carrière door de kritische toon in zijn werken geleidelijk in het slop.
In de jaren dertig was hij politiek omstreden. Mede vanwege de ambivalente houding van Jozef Stalin tegenover Platonovs werk wist hij de zuiveringen in de tweede helft van de jaren dertig echter te overleven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij nog enige tijd oorlogsverslaggever, maar na de oorlog verslechterde zijn gezondheidstoestand. Hij werkte nog een tijdje als conciërge bij de communistische schrijversbond en stierf in 1951.
Een groot deel van zijn werk is pas na zijn dood gepubliceerd.
Bij zijn dood was Platonov dan ook relatief onbekend, maar tijdens de ‘dooi’, na 1956, kwam er een herwaardering van zijn werk.

De bundel ‘De stad Gradov’ bevat vijf satirische verhalen uit de tweede helft van de jaren twintig. Het titelverhaal is een absurdistisch verhaal over een ambtenaar die de bureaucratie verheerlijkt en er zelfs een handboek over schrijft. Om een indruk te krijgen een kort fragment:
‘………..
De zaak zat als volgt: door droogte was in de provincie Gradov hongersnood ontstaan. De staat had voor de voeding van de boeren en de aanleg van bijzondere bevloeiingswerken vijf miljoen roebel uitgetrokken.
Acht maal had het PUC-presidium vergaderd: wat te doen met dat geld? De bestudering van dat ernstige vraagstuk nam vier maanden in beslag.
Om hongerende boeren van doorvoede te kunnen onderscheiden hanteerde men het klasseprincipe: er zou slechts steun worden verleend aan boeren zonder koe of paard en met een particulier veebezit van hoogstens twee schapen en twintig kippen, de haan meegerekend; boeren die wel een koe of een paard bezaten kwamen niet voor een broodrantsoen in aanmerking, tenzij hun lichamen wetenschappelijke hongertekenen vertoonden.

….
Behalve tot voeding in natura werd er besloten tot de aanleg van bevloeiingswerken. Er werd een bijzondere commissie ingesteld voor het aantrekken van technisch personeel. Maar deze wist niet één technicus aan te trekken, omdat kwam vast te staan, dat een technicus voor het aanleggen van een put een grondige kennis moest bezitten van de werken van Marx.
….’

De Stad Gradov is karakteristiek voor de humoristische absurditeit die een groot deel van Platonovs boeken kenmerkt.
De teneur van veel verhalen laat zien, dat er twee groepen in de samenleving zijn: een groep die de macht uitoefent en plannen op papier zet en een groep die de plannen ‘mag’ uitvoeren. Platonov was vooral verontrust over de concentratie van de macht in handen van één groep. Temeer daar die groep naar zijn mening weinig nuttigs deed. De verhouding overheid-burger leidt tot absurde verhalen.
Een schitterend voorbeeld hiervan is het verhaal over de Antisexus. Dit is een electromagnetisch apparaat dat de geslachtssfeer van de mens dient te reguleren. Het grote belang van het apparaat is orde te scheppen in de sexuele chaos en de menselijke natuur over te halen tot een hogere rustcultuur en een evenwichtig, kalm, planmatig evolutietempo. Het sexueel bestanddeel is uit de menselijke betrekkingen verwijderd. Zo kunnen louter geestelijke vriendschappen tussen mensen ontstaan, terwijl het apparaat de zogenaamd menselijke behoeften op een veel doelmatiger en efficiënter manier kan bevredigen. De genotsduur kan bijvoorbeeld naar behoefte (en beschikbaarheid van tijd) worden ingesteld. Een aantal beroemdheden, waaronder bijvoorbeeld Gandhi, Chamberlain, Charlie Chaplin en Sven Hedin geven hun commentaar op het apparaat.
In ‘Een weldenkend burger’ hanteert de hoofdfiguur een buitengewoon eenvoudig principe: De staat zorgt voor alles en daarom moeten de mensen de staat dienen. Als mensen of dieren onafhankelijk optreden, raken ze van slag. De absurde humor van Platonov gaat zo ver, dat hij deze persoon zelfs aan een boer laat uitleggen dat zonder de staat zijn koeien geen melk zouden geven.
Deze bundel is een juweeltje.

 

 

 

Andrej Platonov

Dzjan  (ca. 1935)

Andrej Platonov (1899-1951), werkte eerst als journalist, daarna als landbouwingenieur. In 1927 nam hij na moeilijkheden met de autoriteiten ontslag en vestigde zich als schrijver te Moskou, waar hij met zijn satires snel bekendheid kreeg.
In de jaren dertig was hij politiek omstreden. Een groot deel van zijn werk is pas na zijn dood gepubliceerd.

Hoewel Andrej Platonov dit boek schreef als een bijdrage aan het jubileumwerk over het tweede vijfjarenplan halverwege de jaren dertig van de twintigste eeuw, heeft hij het niet in deze vorm willen publiceren. Nadat het verhaal geschreven was, concludeerde hij zelf dat het niet door de censuur heen zou komen. Het is tekenend voor deze schrijver dat, terwijl hij een bijdrage wil leveren die voldoet aan de gestelde regels, het verhaal zo met hem op de loop gaat dat dat niet lukt. Zelfs als hij zich daar in de tweede herschreven versie nog meer op richt, krijgt hij het niet voor elkaar. De oorspronkelijke versie van Dzjan wordt dan ook pas in 1964 voor het eerst in Rusland gepubliceerd, terwijl nadien alleen nog maar de tweede versie wordt uitgegeven.
Deze kennis is overigens van ondergeschikt belang voor het lezen (en genieten) van deze novelle.
Dzjan gaat over Nazar.

‘…..
Zijn oude Toerkmeense moeder Gjoeltsjatai had hem een muts van schapebont opgezet en voor onderweg een knapzak met een homp ongezuurd brood en een koek van gemalen plantenwortels meegegeven. Daarna had ze hem een rietstok in de hand gestopt bij wijze van oudere vriend en reisgenoot en gezegd dat hij nu gaan moest, want ze wilde hem niet onder haar ogen zien sterven.
“Vooruit Nazar, zorg dat je je vader niet tegenkomt. En blijf uit de buurt van de bazars en rijkdom van Koenja-Oergentsj, Tasjaoez en Chiva, loop net zo lang door tot je bij volslagen vreemden bent. Laat je vader een onbekende voor je zijn.’
Nazar wilde niet bij zijn moeder weg en zei, dat hij hongerlijden gewend was en het niet erg vond haast niets te eten te hebben. Maar zijn moeder was niet te vermurwen.
‘Nee, ik ben al te zwak om van je te houden, je moet voortaan in je eentje leven. Ik zet je uit mijn hoofd.’
Hij sloeg huilend zijn armpjes om een van zijn moeders magere, koude benen en klemde zich stijf tegen haar zwakke lichaam aan; zijn hartje stak en begon ineens zwak en moeizaam te kloppen, net of het helemaal doorweekt was. Hij ging in het stof zitten en zei tegen zijn moeder: ‘Dan zet ik jou ook uit mijn hoofd en dan houd ik ook niet meer van jou. Je hebt geen eten voor een klein jongetje, maar als je dood gaat ben je helemaal alleen.
……..’
Als hij geslapen heeft en wakker wordt, is er niemand meer. Hij zwerft wat door de woestijn, wordt uiteindelijk door een herder naar de autoriteiten gebracht.
Als hij later afgestudeerd is, krijgt hij de opdracht om zijn volk te redden, door ze het socialisme te brengen.
Het lukt Nazar uiteindelijk zijn Dzjan terug te voeren naar Sary-Kamysj, aan de voet van de Oest-Oert. Hij bouwt vier stevige huizen, waarvan er een zelfs van een kachel is voorzien. Om de winter door te komen ontvangen ze van het Centraal Comité van de partij hulpgoederen uit Tasjkent. Loopt het dus goed af? En is het volkje nu gelukkig? Lees en oordeel zelf.
Het enige wat ik nog uit de doeken wil doen is, dat dit knap geschreven verhaal nog lange tijd blijft hangen nadat het uitgelezen is.

Twee recensies over werk van Platonov. Dat is niet voor niets. Ik wil iedereen die graag leest de boeken van Platonov zeer aanbevelen.

A. Wagenvoorde, 2013

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 


Chiva (of: Khiva), 2009

 

 

 

 

 

 

 


Woestijn in Oezbekistan, 2009


R  -  S  -  T  -  U
 

 

 

Arundhati Roy

De God van Kleine Dingen (1996)

In De God van Kleine Dingen vertelt Arundhati Roy het verhaal van Rahel en haar tweelingbroer Estha. De tweeling is onafscheidelijk. De beide kinderen groeien op in het ouderlijk huis van hun mooie moeder, Ammu. Ze wonen hier niet met hun drieën, ook hun grootouders, een oudtante, Baby Kochamma genaamd die rouwt om haar verloren liefde en oom Chacko wonen hier.
De familie heeft het goed, tot de komst van Sophie Mol. De grootmoeder heeft namelijk een goedlopende conservenfabriek, Paradise Zuur & Zoetwaren. Het ontbreekt de familie aan weinig.
Het verhaal begint met de begrafenis van Sophie Mol, het nichtje van Estha en Rahel, het dochtertje van hun oom Chacko  (de enige zoon van Mammachi, de grootmoeder van Estha en Rahel en Sophie Mol). Ammu, Estha en Rahel mogen de begrafenis wel bijwonen, maar moeten apart staan, niet bij de rest van de familie. Twee weken later wordt Estha Heengezonden. (Arundhati Roy schrijft Belangrijke Woorden met een Hoofdletter.) Voor de lezer zijn de reden van deze gebeurtenissen nog niet duidelijk.
Nu is het drieëntwintig jaar later. Langzaam maar zeker ontvouwt de hele geschiedenis zich.  
Oom Chacko heeft in Engeland gestudeerd en is daar ook getrouwd en later weer gescheiden. Uit dit huwelijk is een dochter voortgekomen. Als de tweede man van zijn ex-vrouw sterft, nodigt Chacko haar en zijn dochter uit om naar India te komen. Sophie verlaat de Engelse beschaving voor de Indiase chaos. Dit verblijf blijkt voor eeuwig, want Sophie verdrinkt tijdens een nachtelijk boottochtje op de rivier.
Het gevolg is, dat de tweeling wordt gescheiden. De schrijfster vertelt het grootste deel van het verhaal vanuit hun perspectief en gaat daarbij heen en weer tussen het moment van het ongeval  en de hereniging van de tweeling, drieëntwintig jaar later.
In verrassend proza beschrijft Arundhati Roy hoe een dramatische gebeurtenis steeds verder uitdijt, met gevolgen voor een hele gemeenschap. Een belangrijke rol hierin speelt Velutha.
Mammachi (op vakantie van Delhi en de rijksentomologie) was degene die als eerste in de gaten kreeg hoe zeldzaam handig Velutha was. Velutha was toen elf, ongeveer drie jaar jonger dan Ammu. Hij was net een kleine tovenaar. Hij maakte het meest ingewikkelde speelgoed ..… en graveerde figuurtjes in cashewnoten. Als hij ze Ammu kwam brengen, bood hij ze aan op zijn uitgestrekte handpalm, zoals hem geleerd was, zodat ze hem niet hoefde aan te raken als ze ze pakte.
….
Toen Velutha veertien was, kwam de timmerman Johann Klein, van een timmermansgilde in Beieren, naar Kottayam waar hij drie jaar bij de christelijke zendingsgemeenschap een timmerwerkplaats voor plaatselijke timmerlui leidde. Iedere middag na schooltijd stapte Velutha in de bus naar Kottayam, waar hij tot zonsondergang bij Klein bleef werken. Op zijn zestiende had Velutha zijn middelbare-schooldiploma en was hij een bedreven timmerman. Hij had zijn eigen timmergereedschap en een onmiskenbaar Duits gevoel voor ontwerp. Hij maakte een Bauhaus-eettafel voor Mammachi met twaalf eetstoelen van rozenhout en een traditioneel Beierse chaise longue van lichter broodbomenhout. …’

Velutha ontpopt zich als een zeer handige knaap, die de familie bijzonder van dienst is.
‘Maar de vader van Velutha, Vellya Paapen, was een Paravan van de oude stempel. Hij had de achteruitkruiptijd meegemaakt en zijn dankbaarheid jegens Mammachi en haar familie voor alles wat ze voor hem gedaan hadden was breed en diep als een rivier in de regentijd. ‘
Eigenlijk mag de tweeling Velutha niet opzoeken, maar Velutha is erg vriendelijk voor ze. Hij speelt met ze en leert ze van alles.
Maar dan is er de Verschrikking, een tragedie, die langdurig invloed uitoefent op de welvarende familie.
Het vertellen van een spannend verhaal is echter niet het enige waar het om draait. Als Sophie Mol op bezoek komt, heeft Ammu een relatie met deze Onaanraakbare Velutha. Velutha is waarschijnlijk niet toevallig een timmerman. Hij schept en construeert, hij is ‘de God van Kleine Dingen’. Maar hij is ook van de laagste kaste, en bovendien heeft hij marxistische sympathieën.  Zo hebben alle personages een rol in de geschiedenis, de geschiedenis die groter is dan wat er met dit ene gezin gebeurt.  Wie wetten overtreedt, moet daarvoor boeten. Of het nu gaat om het communisme of het christendom, het kastenstelsel of wat zich maar in India afspeelt. Arundhati Roy weet verhaal en geschiedenis  zo te vervlechten, dat het resultaat een interessant, spannend, kortom een prachtig boek oplevert.

A. Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

 

Bernhard Schlink

De Voorlezer

 Op weg van school naar huis wordt de vijftienjarige Michael Berg ziek. Gelukkig komt er een oudere vrouw langs, die hem opvangt. Het is Hanna Schmitz, een tramconductrice. Ze woont alleen.
Na een poosje gaat Michael naar huis.
Michael wordt behoorlijk ziek. Als hij nadien terugkomt om Hanna te bedanken, volgt er een hartstochtelijke relatie. Het voelt voor beiden aan als bizar, Hanna is immers veel ouder dan Michael. Toch blijft deze relatie zijn bekoring houden en blijft Michael haar bezoeken.  Gedurende een periode hebben ze tijdens hun ontmoetingen sex en leest Michael Hanna voor.
Dan is ze op een dag plotseling verdwenen.
De relatie heeft veel impact gehad op Michael’s identiteit. Hij moet Hanna echter vergeten, en weet ook wel, dat hun verhouding geen toekomst had. Zijn zelfbeeld krijgt echter een dreun wanneer hij jaren later ontdekt, dat Hanna terechtstaat voor zware oorlogsmisdaden. Hij gaat naar de rechtszaal  en ziet, hoe ze weigert zich te verdedigen. Langzaam begint het tot hem door te dringen, dat er misschien een geheim in haar leven is waarover ze niet wil spreken. Ze laat zich liever veroordelen. Voor Michael zijn de gruwelijke misdaden die Hanna heeft gepleegd nauwelijks in te passen in zijn beeld van haar als zijn minnares.
Schlink snijdt hier een gevoelig thema aan. Nog steeds zijn er discussies gaande over de verhouding tussen daders en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Evenals over het feit in hoeverre we de naoorlogse generatie verantwoordelijk kunnen stellen voor wat hun ouders hebben gedaan. Met ‘De Voorlezer’ neemt Schlink ons mee in Hanna’s wereld en zet ons aan het denken.

A. Wagenvoorde, 2010

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Jaap Scholten

De wet van Spengler  

De wet van Spengler is een familieroman. Dat blijkt met name uit de verhalen over de vijf broers. Gevoelens en emoties komen in het eerste deel niet of nauwelijks aan de orde. Enkel bij moeilijkheden blijken de broers het voor elkaar op te nemen en is er toch sprake van verbondenheid. Het eerste deel verhaalt voornamelijk over de jeugd van Frederik, de hoofdpersoon, en zijn relatie met zijn broers.
Het motief van de dood komt meerdere keren voor in deze roman en speelt een zeer belangrijke rol in het tweede deel, waarin de ernstige ziekte en dood van Julius centraal staan.

Het verhaal
Frederik, de hoofdpersoon, vertelt over zijn jeugd. Hoe hij gepest wordt, hoe de kinderen naar opa en oma in Twente afreizen en daar leven op het landgoed van deze vermogende mensen. Als hun depressieve vader weer wat opgeknapt is, gaan ze terug naar hun ouders. Maar met vader gaat het niet lang goed. Deze sterft onder onduidelijke omstandigheden. Zelfmoord?
Frederik lijkt een wat eenzaam jongetje.
In het tweede deel is het ruim 30 jaar later en zijn de jongens volwassen. Broer Julius voelt zich niet goed. Hij laat zich onderzoeken en blijkt een hersentumor te hebben. Alles draait in dit deel om de zieke Julius en de reactie hierop van Frederik. Dit tweede deel is veel menselijker dan het eerste deel. Het beschrijft bijvoorbeeld hoe er vijf nieuwe tumoren bij Julius worden ontdekt en hoe hij hierop reageert. Hij zegt tegen z'n broers, dat ze vijf paasvuren moeten laten branden. Met het branden van elk vuur zal dan een van zijn tumoren verdwijnen. Maar voor alle vijf de vuren ontstoken kunnen worden, heeft Julius al geen energie meer. Hij probeert op allerlei manieren om de kanker de baas te worden, maar tevergeefs.

Het is een matig interessante roman. Het eerste deel vertelt in korte, houterige zinnen over niet erg boeiende kwajongensstreken en andere saaie taferelen. Het voegt weinig toe aan wat we kennen en soms veel mooier is beschreven. Het tweede deel maakt het enigszins goed. De slopende ziekte van de broer en het naderen van diens einde maakt deze roman emotioneler, op een positieve manier.

Aly Wagenvoorde, 2009

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Allard Schröder

 

De econome   

  

Het grootste geheim van het leven is het leven zelf. Maar wie weet dat?

De onstuimige, maar toch ook melancholieke Linde Wielantz, een econome met toekomst, merkt onverwachts aan ogenschijnlijke kleinigheden dat ze haar eindigheid in haar hart draagt. Zomaar uit het niets duikt een raadselachtige jongeman op, die ze maar niet uit haar hoofd kan zetten. En dan is er nog die geheimzinnige blik die ze steeds op zich voelt rusten. De wereld blijkt een betoverde plek te zijn, vol betekenissen die zij er nooit in heeft gelezen.

In De econome verenigt Allard Schröder zijn poëtische talent met zijn vermogen de gebeurtenissen een verassende wending te geven.

Allard Schröder is de auteur van o.a. De hydrograaf, de roman die bekroond werd met de AKO literatuurprijs 2002.

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

 

W.G. Sebald

De ringen van Saturnus

In ‘De ringen van Sebald’ neemt de ik-figuur (Sebald)  ons mee op zijn voettocht van 1992 door het graafschap Suffolk. Het blijkt dat hij de streek kent, van vroeger. Veel valt er niet te beleven. Er is geen industrie en veel vis wordt er ook niet meer gevangen. Hele dorpen staan zo goed als leeg. Van het in de middeleeuwen zo grote Dunwich, is bijna niets over gebleven.  Bijna alle woningen zijn, samen met de afkalvende kust, in zee verdwenen.

Allereerst een citaat:
‘Na Reedham stopten we in Haddiscoe en Herringfleet, twee uitwaaierende nederzettingen waarvan nauwelijks iets te zien was. Bij het volgende station, dat bij de buitenplaats Somerleyton behoorde, stapte ik uit. De railbus trok meteen weer op en verdween, een zware rookpluim achter zich aan slepend, in de flauwe bocht in de verte. Een stationsgebouw was hier niet, alleen een afdak. Ik liep langs het lege perron, met links de schijnbaar oneindige ruimte van het marsland en rechts, achter een lage bakstenen muur, de struiken en de bomen van het park. Nergens iemand aan wie ik de weg kon vragen. Vroeger, dacht ik, toen ik mijn rugzak omhing en via de houten vlonder de rails overstak, zal dat anders zijn geweest, want ongetwijfeld kwam vroeger alles wat je in een huis als Somerleyton nodig had om je bezit te completeren, en dat wat je elders moest aanschaffen om je positie, waarvan je tenslotte nooit helemaal zeker was, te behouden, hier bij dit station aan in de goederenwagons van de olijfgroen gelakte stoomtrein – allerlei zaken voor de inrichting van de woning, de nieuwe piano, gordijnen en portières, de Italiaanse tegels en de armaturen voor de badkamers, de stoomketels en de buizen voor de kassen, de leveranties van de handelskwekerijen, kisten vol rijnwijn en bordeaux, grasmaaimachines en grote dozen met door baleinen geschraagde korsetten en crinolines uit Londen. En nu niets meer en niemand, geen stationschef met een glimmende uniformpet, geen bedienden, geen koetsiers, geen gasten, geen jachtgezelschappen, en ook geen heren in onverwoestbaar tweed of dames in elegante reiskostuums. Eén schrikseconde, denk ik vaak, en een heel tijdperk is voorbij.’

Sebald wandelt van de ene plek naar de andere en beschrijft niet alleen wat hij ziet, maar vooral over de sporen van een verleden. Het ene verhaal loopt  over in het andere en voert ons ook naar plaatsen, ver van Suffolk verwijderd. De brug over de Blyth, gebouwd in 1875, werd gebouwd voor een smalspoor tussen Halesworth en Southwold. De plaatselijke historici beweren, dat de wagons oorspronkelijk bedoeld waren voor de keizer van China. Welke keizer dat was of waarom de levering niet doorging, heeft Sebald niet kunnen ontdekken, maar het zien van de brug leidt tot een verhaal over de heerser op de drakentroon. China komt ook later in het boek weer aan bod, wanneer Sebald verhaalt over zijde en de zijderups.

Sebald is niet alleen een geboren verteller, hij neemt met zijn verhalen de lezer mee naar plekken, die de lezer zelf wellicht niet zou ontdekken. Zoals gezegd loopt het ene verhaal  over in het andere, soms op een heel andere plaats of in een andere tijd. De wandelaar Sebald valt bijvoorbeeld in Southwold voor de tv in slaap en mist daardoor een documentaire over Roger Casement. Deze persoon was tot dan toe onbekend bij Sebald, maar Sebald raakte in de ban van de eerste beelden die hij op de tv zag. Toen hij wakker werd, herinnerde hij zich nog, dat er aan het begin van de film gesproken werd over het feit, dat Casement in de Kongo Joseph Conrad zou hebben ontmoet. Dat maakt, dat Sebald gaat nadenken over de relatie tussen Kongo en België.

De ringen van Saturnus is een prachtig boek, vol verhalen, beschrijvingen van een veranderend landschap en wetenswaardigheden. Die op een wonderlijke manier toch een geheel vormen. Sebald verbindt alles met alles, alsof hij de wereld dichterbij wil brengen en wellicht begrijpelijker wil maken.

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl

 

Een interessante recensie van Lex ter Braak treft u aan via onderstaande link:

http://www.athenaeum.nl/recensies/searching-for-sebald


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Nicholas Shakespeare

  Schande   

Wanneer Peter Hithersay zestien wordt, viert hij dit met zijn ouders. Dan vertelt zijn moeder hem het feit, dat ze al die jaren geheim heeft gehouden voor hem. Zijn vader is niet zijn vader. Toen zijn moeder jong was bracht ze een kort bezoek aan Oost-Duitsland. Gedurende dit bezoek probeerde een Oost-Duitse gevangene te ontsnappen. Hij liep weg toen de bewakers even niet opletten en pakte Peter’s moeder bij de arm, zodat ze een stelletje leken. Zij nam hem mee naar haar huisje, ze brachten samen de nacht door, waarna de jongeman opnieuw werd opgepakt. Later bleek Peter’s moeder zwanger te zijn.

Dit nieuws zet de wereld van Peter volledig op zijn kop. Hoewel zijn klasgenoten de spot met hem drijven vanwege zijn Duitse herkomst, is Peter vastbesloten om meer over Duitsland en – uiteraard- over zijn vader te weten te komen. Alles wat hij van deze vader weet is, dat hij Peter heette en van plan was om dokter te worden. Peter leert Duits en gaat in eerste instantie naar Hamburg, waar hij zijn Duits verbetert en een meisje met haar Engels helpt.
Daarmee schiet hij natuurlijk niet echt op, wat zijn zoektocht betreft; hij zal naar Oost-Duitsland moeten. Eindelijk krijgt hij een kans, door zich aan te sluiten bij een klein theatergezelschap. In Leipzig leert hij een bijzonder meisje kennen, Snjólaug. In het Nederlands wordt dit vertaald met Sneeuwlok. Met haar trekt hij door de stad, die op dat moment nog beheerst wordt door de Stasi. In de korte tijd die hun gegund is vertellen ze elkaar veel van hun leven en worden ze tot over hun oren verliefd. Helaas komt er een afschuwelijk einde aan hun samenzijn, wanneer Sneeuwlok naar het officiële diner komt waar Peter haar voor heeft uitgenodigd. Op dat moment verraadt Peter haar door zelfs te ontkennen dat hij haar kent.
Hij keert terug naar het westen, zonder te weten wat er daarna met haar is gebeurd. Hij kent zelfs haar echte naam niet. Zijn verraad blijft hem de volgende twintig jaar achtervolgen. Hij blijft in West-Duitsland, ook al is de grens inmiddels open, en wordt arts.

Nicholas Shakespeare is er wonderlijk genoeg in geslaagd om de queeste van Peter geloofwaardig en invoelbaar te maken. Peter komt namelijk niet bepaald over als een warm persoon of iemand, die veel rekening houdt met de gevoelens van anderen. Hij lijkt meer een koppig en egoïstisch mannetje, die met vrijwel elke vrouw die zijn pad kruist, een korte affaire begint. Je zou misschien denken dat menig lezer niet veel sympathie zou kunnen opbrengen voor zo’n persoon. Toch blijkt dat allemaal niet zo belangrijk. Wat Shakespeare namelijk doet is het oproepen van de sfeer in voormalig Oost-Duitsland en de verschrikkelijke waarheid van het systeem. Voor wie hier weinig van weet, is het interessant om bijvoorbeeld een boek als Stasiland (ook vertaald in het Nederlands) van Anna Funder te lezen.
Door dit gegeven in het boek te verweven met een persoonlijke en noodzakelijke zoektocht  is Shakespeare erin geslaagd er een veel fascinerender boek van te maken dan het begin (‘ je vader is niet je biologische vader’) suggereerde.
Het stond op de Longlist van de Booker Prize in 2004.

Aly Wagenvoorde, 2011

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Caro Sicking

 Wat de Hel!

‘Reizigers

Dochter
Ze wierp zandbergen op waarin mijn voeten wegzakten om mijn lichte tred te verzwaren, om me te ketenen aan de aarde waar ze zelf niet van los kwam. Ze bouwde muren om me tegen aan te laten lopen. Hing lampen laag zodat ik mijn hoofd stootte. Ze temperde mijn enthousiasme om me te beschermen tegen teleurstellingen. Vanaf de dag dat ik geboren werd, de eerste dag in het jaar waarop de zon scheen over de vlakke stad tussen twee rivieren, waar geen muziek gemaakt werd, geen stoel getimmerd, geen sla verbouwd, de stad waar niets gemaakt werd, maar waar de mensen zich lieten betalen voor het doorschuiven van de arbeid van anderen, bereidde Ma me voor op het ergste: leven.’
Zo begint de roman ‘Wat de Hel’, een roman, waarin de (negatieve) ontwikkelingen in onze huidige samenleving op een enigszins wrange manier worden uitvergroot. Het verhaal houdt ons echter wel een spiegel voor. En zwartgallig wordt het niet.
Al vrij in het begin is er sprake van een kopie van een huissleutel, die iedereen, voorzien van adres, sofinummer en een vingerafdruk moet inleveren bij de politie. Weiger je om de sleutel in te leveren, dan kom je op een zwarte lijst te staan en moet je een hoge boete betalen. Bovendien zul je geen inboedelverzekering meer kunnen afsluiten.
Aangezien mensen niet kunnen werken, kinderen groot brengen en een oogje op hun ouders houden, moeten ze ouderen laten chippen.
In die maatschappij speelt zich het verhaal van drie vrouwen af: Een dementerende 80-plusser, haar hardwerkende dochter en een asielzoeker uit Nigeria.

Lisette, de dementerende vrouw vertelt wat er met haar gebeurt, hetgeen zowel pijnlijke als hilarische situaties oplevert. Ze weet je mee te nemen in haar wereld, maar heeft ook haar heldere momenten.
Haar dochter, die zich Pia laat noemen, heeft haar moeder aanvankelijk ‘overgelaten aan professionals’, maar betreurt dat vrijwel onmiddellijk. Ze beseft, dat de vrouw die haar baarde, zoogde en leerde fietsen nu haar bescherming nodig heeft. Ze besluit dan ook om haar moeder in huis te nemen, met alle gevolgen van dien.
De Nigeriaanse Samya is in handen gevallen van vrouwenhandelaren en werkte gedwongen in de prostitutie. Als ze weet te ontkomen, komt ze in de vrouwenopvang terecht en doet ze aangifte. Dat betekent echter niet, dat ze nu ongestoord een bestaan in Nederland kan gaan opbouwen. Er bestaan veel vooroordelen tegen asielzoekers.

Deze drie levens komen samen in het boek en blijven grotendeels met elkaar vervlochten. Dat mag gezocht lijken, maar wordt geloofwaardig, omdat de vrouwen qua karakter op elkaar lijken. Het zijn stuk voor stuk vrouwen, die tegenslagen en rottigheid te lijf gaan en zich verzetten tegen de situatie waarin ze terecht zijn gekomen.
De schrijfstijl is even wennen, alles wordt tamelijk staccato verteld. Het werkt echter wel en zet ons aan om ons te bezinnen over de maatschappij waarin we leven.

Aly Wagenvoorde, 2014

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Graeme Simsion

  Het Rosie Project (2013)   

 ‘Ik heb mogelijk een oplossing gevonden voor het Echtgenote Probleem’ is de openingszin van ‘Het Rosie project’ van Graeme Simsion. Het is een zin, die verwachtingen wekt. Welke kant zal het opgaan? Is er een  ongewenste echtgenote, die uit de weg geruimd dient te worden? Of gaat het om iets anders?
Het blijkt een grappig, romantisch verhaal te zijn, over een professor in de genetica, Don Tillman, die wel een vriendin of vrouw zou willen, maar geen idee heeft hoe hij dat zou moeten aanpakken. Het punt is namelijk, dat hij een vorm van autisme heeft en daardoor geen idee heeft hoe hij een romantische relatie tot stand zou kunnen brengen.
Twee mensen, Gene en Claudia, hebben een tijdje geprobeerd om Don te helpen met het Echtgenote Probleem. ‘Helaas was hun aanpak gebaseerd op het traditionele datingmodel, dat ik al eerder had afgeschreven omdat de kans op succes niet opwoog tegen de inspanningen en de negatieve ervaringen.’ Don deinst terug voor fysiek contact en bereidt bijvoorbeeld zijn maaltijden volgens een vaststaand schema, zonder enige variatie. Op maandag, dit, op dinsdag dat. Dat is Don en inbreuk op zijn manier van leven lijken onmogelijk.
Hij bedenkt echter zelf een ‘oplossing’. Een wetenschappelijk deugdelijk instrument, dat hem de meest ideale vrouw moet opleveren. Hij stelt een vragenlijst op, waardoor bijvoorbeeld tijdverspillers, chaoten, vegetariërs, sportkijkers en rokers worden uitgefilterd. Zo test hij vrouwen op hun mogelijke geschiktheid als zijn toekomstige partner.
Dan ontmoet hij Rosie, die op veel onderdelen van de vragenlijst faalt. Dat kan dus tot niets leiden. Don probeert Rosie echter met zijn genetische kennis te helpen om haar natuurlijke vader op te sporen. Door dit onderzoek moet hij noodgedwongen zijn gestructureerde leven enigszins loslaten. Dat leidt er uiteindelijk toe, dat hij verliefd wordt.
De thematiek van de stoornis van Asperger , de hieruit voortvloeiende problemen met sociale interactie, de sterke focus op de eigen interesses en activiteiten, het volledig leven naar eigen ideeën en een eigen schema en het niet in staat zijn om plezier met anderen te delen, dit alles komt aan de orde. Maar op een lichtvoetige en vaak komische manier.
Vooral het eerste deel van het boek is uitermate geestig. Naarmate het vordert, komt het helaas meer gekunsteld en oppervlakkig over. Met name het onderzoek naar het DNA van mogelijke vaders van Rosie, levert geen gesprekken op, maar blijft hangen in het bemachtigen van koffiekopjes, haren of tandenborstels. Dat is jammer.
Al met al is het echter een verhaal  geworden, dat je in één adem uitleest.

Aly Wagenvoorde, 2014

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Gaétan Soucy

Het meisje dat te veel van lucifers hield   

Een wervelwind, een bliksemschicht, een honderdzesenzeventig pagina's durende fluisterschreeuw -de taalexplosie van Gaetan Soucy's prachtige 'Het meisje dat te veel van lucifers hield' laat zich nauwelijks in beschrijvingen vangen.
Het verhaal is een lange monoloog van een zestienjarig meisje dat met haar broer een uiterst geïsoleerd leven heeft geleid onder het ontstellende regime van een vader die hen, zoals zij geloven 'uit modder geboetseerd heeft'. Op het moment dat de novelle begint heeft de vader zich verhangen, en gaat het meisje (pas aan het eind horen we dat ze Alice heet), naar het dorp om een doodskist te halen. De tocht naar het dorp is een baanbrekende onderneming voor de onaangepaste Alice.
Met deze summiere schets is eigenlijk al te veel verklapt, want het bizarre taalgebruik van Alice, die zich aanvankelijk voorstelt als haar vaders intelligente zoon, maakt het interpreteren van wat er aan de hand is tot een verrukkelijke aaneenschakeling van puzzels die opgelost moeten worden. Wat is 'De Gerechte Straf'? Hoe bedoelt Alice 'met bloed gooien'? Waarom is zij de 'secretariër' van haar vader? Soucy's geniale vondst is dat hij Alice's vertelstijl creëert als een vuurbal van plechtstatige, uit 18de-eeuwse boeken geleerde uitdrukkingen, de vuilbekkerij van haar vader, en verkeerd geleerde zegswijzen.
De achtergrond van het verhaal is een pervertering van katholieke geloofsovertuigingen, een soort 'heidense religiositeit' die ook bekend is uit de romans van andere Frans-Canadese schrijvers, zoals Anne Hébert ('De Zeezotten'), en Marie-Claire Blais ('Engel van Eenzaamheid'). Maar met een iets andere bril op kun je de plot van 'Het Meisje' lezen als een excuus voor een uitzinnig taalfestijn, als een hartstochtelijk pleidooi voor de woordkunst als pure noodzaak om de misère van het bestaan te overstijgen. De taal is Alice's redding: ,,Ik had voorgoed begrepen dat onze dromen alleen maar even op aarde neerdalen om een lange neus naar ons te maken, dat ze ons achterlaten met een bepaalde smaak op de tong, iets als gelei van geronnen bloed, en ik heb het geheimschrift weer opgepakt, zomaar, middenin het veld en mijn potlood ging verder als een man uit een stuk, want een secretariër, een echte, verzaakt nooit de plicht om de dingen een naam te geven ...'
Han Meijer's vertaling sluit als een tweede huid om Soucy's geesteskind. Het levert een boek op als een zucht, een boek om in een zucht uit te lezen.

Bron:Trouw, 9 maart 2002, CHARLES FORCEVILLE

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Van dezelfde schrijver is er nu

De Onbevlekte Ontvangenis  

Margot Dijkgraaf begint haar recensie in het HRC Handelsblad van 11 april 2008 met de volgende woorden:
"Sommige schrijvers laten je regelrecht in de hel afdalen, een particuliere hel waarin je doodsangsten uitstaat en waaruit je hijgend van alle verschrikkingen die je hebt meegemaakt, gehavend weer te voorschijn komt. Zo iemand is de Frans-Canadese schrijver Gaétan Soucy."
Ze eindigt de recensie als volgt:
"Door verhaallijnen door elkaar te weven, de chronologische volgorde door elkaar te husselen en bijbelse en filosofische kwesties aan de orde te stellen, voert Soucy de spanning op. Voortdurend stelt hij vragen van schuld, dood en vergiffenis, van hel, verdoemenis en verlossing. Weinig schrijvers kijken zo onvervaard in de bek van het monster dat hen binnen luttele seconden zal verscheuren."
Lezen dus?
 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Igor Stiks

De stoel van Elijah   

De succesvolle auteur Richard Richter heeft zijn hele carrière lang geprobeerd om te onttrekken aan het beschamende fascistische verleden van zijn vader. Wanneer zijn vrouw hem verlaat belandt hij in een diepe crisis. Hij besluit terug te keren naar het huis waar hij opgroeide in Wenen. Daar ontdekt hij een brief met schokkende onthullingen die in 1941 door zijn moeder is geschreven aan een zekere Jakob Schneider. De brief is één maand voor de geboorte van Richard gedateerd, één maand voor haar dood. Door de inhoud van deze brief voelt Richard zich gedwongen om onderzoek te doen naar zijn verleden. Zijn zoektocht leidt hem naar het door oorlog verscheurde Sarajevo.
Nationaalsocialisme, de Holocaust, het communisme en het conflict in de Balkan in de jaren negentig: Igor Štiks schuwt de grote thema’s van onze tijd niet en koppelt in De stoel van Elijah een groot historisch besef aan een enorme vertelkracht. Het is een caleidoscopisch portret van Europa in de twintigste eeuw en tegelijkertijd een intieme persoonlijke geschiedenis.

bron: www.debezigebij.nl 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

Botho Strauss

 Paren, passanten   

Dagboeken en brieven hebben velen van ons, vijftigers ( en ouder), kortere of langere tijd geschreven. Zijn ze geen uitlaatklep voor emoties, dan helpen ze wel om ervaringen te ordenen of gebeurtenissen in een bepaald verband te zetten.  
Veel auteurs hanteren brieven en dagboeken als literaire vorm.
Uitgeverij De Arbeiderspers is in 1966 begonnen met het uitgeven van  autobiografieën en egodocumenten van literaire auteurs uit allerlei landen. In de reeks zijn dagboeken, briefwisselingen, persoonlijke notities en aforismen, autobiografieën en memoires vertegenwoordigd van schrijvers als Paul Léautaud, Brendan Behan, Elias Canetti, Gustave Flaubert, Hermann Hesse, Konstantin Paustovskij, Ivan Toergenjev, Virginia Woolf, Louis Paul Boon en vele andere.
Er zijn uiteraard delen die zeer in de smaak vallen, en delen die minder boeiend worden gevonden.
Nummer 85 van de reeks is Paren, passanten van Botho Strauss.
‘De afgelopen jaren hebben een duidelijke wending in de Duitse literatuur te zien gegeven. Veel jonge auteurs keerden zich af van een dogmatisch marxistische wereldbeschouwing die in de praktijk bitter weinig vooruitgang had gebracht. De nieuwe maatschappelijke kritiek die uitgaat van het individu dat zijn plaats zoekt in culturele tradities is nergens scherper vastgelegd dan in Paren, passanten van Botho Strauss.’ Aldus de beschrijving op de achterflap van het boek. Het klinkt veelbelovend, maar na lezing vraag ik me af of dit boek wel in de reeks privé-domein had moeten verschijnen.  Waarschijnlijk waren er voldoende alternatieven voor handen geweest, die wellicht minder intellectueel en modieus, maar heel wat interessanter en ontroerender waren geweest. Wat niet wegneemt, dat er een aantal (helaas te weinig) boeiende en scherpe observaties  en bijzondere anekdoten in het boek voorkomen. Hieronder volgt een fragment, met als thema het menselijk gezicht.
(http://www.cedargallery.nl/engphoto_masks.htm )

Er bestaat geen wetenschap van het menselijk gezicht. Op dit terrein van de onfeilbare kenmerken wordt iedere detailmeting door het gehallucineerde totaal van een levend wezen geblokkeerd. Ondanks dat benaderen we het gezicht van de ander, het externe geheim, met een onvermoeibare drang tot weten en oordelen, proberen we het eerst te doorgronden met het spel der stereotypieën, met een verzadigd mengsel van fragmentarische gelijkenissen en algemeenheden, om dan snel onze conclusies te trekken over de eigenheden, de ‘inhoud’ van de mens. Het gezicht, in de loop der evolutie aan de aarde ontworsteld, is niet alleen het actiefste sociale orgaan van de mens, het is ook het enige lichaamsdeel dat – afgezien van het masker en de sluier – zo goed als altijd onbedekt blijft, het is de plaats waar we ons blootgeven, de hoogste instantie en het wezenlijke deel van de ‘onbeschermde voorkant’ van de rechtopgaande mens. Daarom geloven we dat we in het gezicht de hele mens onverhuld aantreffen en beleven we desondanks dit totaal in zijn zinnelijke vorm, zonder dat we het helder kunnen verwoorden en verklaren, evenmin als we de ware betekenis van een droom kunnen vinden zonder kennis van zijn symbolische structuren. Het gezicht, in zoverre het een afschijnsel van de ziel is, is daarom ook altijd een raadselachtig sluier van gezichten. Als iemand een onbekende heeft ontmoet en thuis over deze ontmoeting vertelt, zal gewoonlijk nauwelijks over het gezicht van die ander worden gepraat. Het lijkt op een intiem taboe als we uitweiden over de sympathie of antipathie die we voor iemand hebben gevoeld en tegelijkertijd verzwijgen waardoor deze gevoelens heel direct beïnvloed zijn. De beschrijving van een gezicht beperkt zich meestal tot de grofste trekken, een neus is wat te lang, een paar felle ogen enzovoort. Maar heel zelden bekent iemand dat de boventanden van zijn gesprekspartner voor hem onzichtbaar zijn gebleven; een smalle, onbeweeglijke bovenlip heeft die tijdens het hele gesprek bedekt gehouden; van nu af aan is hij ervan overtuigd dat de man autoritair en hard is. Hoe moeilijk moet het dan niet zijn de frequente veranderingen van de gelaatsuitdrukkingen, van de trekken, naar behoren te schilderen en te beoordelen, waar toch alle indrukken op gebaseerd zijn
…...’

Aly Wagenvoorde, 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 

Cheryl Strayed

 Wild   

Proloog
Het waren hoge bomen, maar op deze steile helling in Noord-Californië torende ik toch boven ze uit. Ik had net mijn  wandelschoenen uitgetrokken en de linker was gevallen en in die bomen beland, eerst gelanceerd toen mijn reusachtige rugzak erbovenop viel en vervolgens omlaag gestuiterd over het grindpad, om daarna over de rand van de afgrond te vliegen. Een paar meter lager was hij over kale rotsgrond verder gerold om tot slot terecht te komen in de boomkruinen van het lagergelegen woud, waar geen mens bij kon. Ik hapte naar adem, hoewel ik na achtendertig dagen in deze wildernis inmiddels wel had ontdekt dat alles wat je voor mogelijk houdt, je ook daadwerkelijk zal overkomen. Maar dat wil niet zeggen dat het me koud liet.
Mijn schoen was weg. Foetsie.
Ik klemde zijn wederhelft als een baby tegen de borst, maar dat sloeg natuurlijk nergens op. Want wat heb je aan een rechterschoen zonder de linker?
…..

Zo begint ‘Wild’ een boek over een Amerikaanse, die in een boerderijtje op het platteland van Minnesota woont en haar moeder heeft verloren, toen ze 22 was. De vader, die losse handjes had, is al lang geleden van het toneel verdwenen. Nu de moeder is gestorven, worden Cheryl, haar familie en haar stiefvader uiteen gedreven. Zelfs aan het huwelijk met haar man, die door haar liefdevol wordt beschreven, komt een einde, vooral vanwege Cheryl’s overspel met meerdere mannen.
Cheryl maakt haar studie niet meer af en wordt serveerster. Ze moet geld verdienen, o.a. om van haar enorme studieschuld af te komen. Hetgeen nog heel wat jaren kan duren. Ze ontmoet een nieuwe man en gaat met hem met heroïne experimenteren. Ze kiest zelf de naam ‘Strayed’ (zwerver), omdat ze zich verloren, verdwaald voelt.

In dit uitermate onderhoudende boek vertelt Cheryl Strayed over haar wandeltocht over de Pacific Crest Trail, die van Mexico naar Canada loopt. Ze besluit om 1700 km te gaan lopen, naar een plek die de Brug der Goden heet. Om zichzelf te redden en weer te worden wie ze was.
Onderweg is ze blootgesteld aan weer en wind, aan hitte en kou, aan beren en ratelslangen. Zoals in de proloog al werd beschreven, verloor ze onderweg haar wandelschoenen en moest ze verder op sandalen, die absoluut ongeschikt waren voor het terrein waarop zij liep.
Ze moet na vermoeiende wandeldagen haar tentje opzetten en iets te eten brouwen en zich er voortdurend  van overtuigen dat ze niet bang is. Vele dagen kan ze zich niet wassen. Als ze dan op een plek arriveert waar een douche is, is dat een bijna goddelijke gebeurtenis.
Het seizoen verandert, het landschap eveneens. Maar behalve dat is de verandering in Cheryl’s innerlijk minstens zo belangrijk.
Toen Cheryl begon met lopen, werd ze innerlijk verscheurd door het verlies van haar moeder. Dat gegeven ‘loopt mee’ met het verhaal. De enorme pijn van spieren, voeten, schouders en heupen aan het begin en de onmogelijkheid om een redelijk aantal kilometers te lopen op een dag lijken symbool te staan voor de pijn van het verlies van een dierbare moeder en het geen uitweg zien. Geleidelijk aan gaat het lopen beter, leert Cheryl hoe ze bepaald gereedschap kan gebruiken en wordt ze gespierder en bruin. Ze heeft zich verzoend met, of aangepast aan het lopende bestaan en lijkt meer tevreden met zichzelf. Maar dat kost wel een tijd…
Op halteposten onderweg pikt ze de doos op, die ze daar naartoe had laten sturen. Elke doos bevatte 20 dollar, boeken, gevriesdroogd voedsel en een schoon shirt.
Ze loopt vrijwel altijd alleen, maar ontmoet zo af en toe een of twee mensen die hetzelfde pad lopen. Dat levert prachtige beschrijvingen op.
Cheryl keert langzaamaan terug naar zichzelf. En word teen (mental) sterkere vrouw, die niet langer afhankelijk is van anderen of vlucht in de drugs.
Sex is een van de – misschien wel onverwachte – motieven. Als Cheryl mannen ontmoet, worden ze gelijk getaxeerd. Maar er komt zelden iets van, er is voornamelijk kameraadschap onder de mannen en vrouwen die het pad lopen. Toch heeft ze met haar beschrijvingen misschien wel een taboe doorbroken, in de reisliteratuur.

Het boek is te dik om op een wandelreis mee te nemen, maar dat de betekenis van een wandeltocht meer is dan een prestatie, is na het lezen overduidelijk.

Aly Wagenvoorde, 2014

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

 Junichiro Tanizaki

De Sleutel (1955)

Wat een bijzonder boek!
Deze roman is geschreven in de vorm van twee dagboeken, bijgehouden door een echtpaar. De man is 55 jaar, zijn vrouw 44. Beide dagboeken hebben een sterk erotische lading.
De verhouding tussen de man en de vrouw is gespannen. De vrouw geeft in haar dagboek aan dat ze haar man haat, ofschoon ze ook wel van hem houdt. Ze schrijft openhartig over het feit, dat zij fysiek tekort komt, meer verlangt en dat ze een weerzin heeft tegen het ouder wordende lichaam van haar man. Zij is voor haar echtgenoot echter nog heel aantrekkelijk. Haar lichaam wordt aanbeden en haar man wil het tot in detail bekijken. Daarmee zie je haar niet meer als de persoon die ze is/moet zijn. Het omgekeerde geldt ook voor de beschrijving in het dagboek van de vrouw. Het lichamelijke  is doel op zich, en ‘ontmenselijkt’ de personen enigszins.
Als we als lezer over de schouder van de beide personen meelezen in hun dagboeken zien we hoe beide personen elkaar beschouwen. We zien dat het huwelijk niet veel meer voorstelt. We leren bovendien een man kennen, die qua leeftijd een goede partner voor hun dochter zou kunnen zijn. Hij krijgt echter een heel andere rol toebedeeld. Zijn rol wil ik hier echter niet prijsgeven.
Het eind van de roman kwam voor mij als een verrassing.
Naar mijn mening is het een heel origineel werk over het huwelijk, over onvrede en over een niet-alledaagse manier om deze onvrede te lijf te gaan.
De Sleutel is een van de laatste werken van Junichiro Tanizaki. Door het lezen van deze roman ben ik nieuwsgierig geworden naar ‘De liefde van een dwaas’, ‘Liever nog op de blaren’ en ‘Stille sneeuwval’.

Aly Wagenvoorde, okt. 2011

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Ivan Toergenjev

Vaders en zonen (1862)

Vaders en zonen is een Russische roman uit 1862 en het belangrijkste werk van Ivan Toergenjev.

Zoals de titel al aangeeft is er sprake van de verhouding tussen vaders en zonen, in dit geval tussen de pas afgestudeerde medicus Bazarov en zijn vriend Arkadi en hun vaders. De jongere generatie behoort tot de groep van Russische ‘nihilisten’ die zich afzetten tegen de ideeën van de liberale landeigenaren, in de gedaante van hun vaders.
De roman speelt zich op een drietal locaties af. Allereerst is er het landgoed van Arkadi’s familie waar o.a. ook oom Pavel woont. Pavel Petrovitsj en Bazarov zijn als water en vuur.
‘Ik weet bijvoorbeeld heel goed, dat u mijn gewoontes, mijn kleding, mijn gesoigneerdheid om zo maar te zeggen, belachelijk vindt, maar dat alles komt voort uit een gevoel van eigenwaarde, uit plichtsgevoel, jawel meneer, jawel, uit plichtsgevoel. Ik woon op het platteland, in een uithoek, maar ik verwaarloos mezelf niet, ik respecteer mezelf als mens.
‘’ Neem me niet kwalijk, Pavel Petrovitsj, ‘zei Bazarov, ‘u respecteert uzelf en u zit met de armen over elkaar; wat heeft dat voor nut voor het
bien public? Zonder respect voor uzelf zou u hetzelfde doen.’
Pavel Petrovitsj verbleekte.
‘Dat is een heel andere kwestie. Ik hoef u nu helemaal niet uit te leggen, waarom ik met mijn armen over elkaar zit, zoals u dat blieft te noemen. Ik wil alleen maar zeggen dat het aristocratisme een prèncipe is, en zonder prèncipes kunnen vandaag de dag alleen zedeloze lieden of leeghoofden leven.’
Het conflict of het verschil in opvattingen blijkt niet alleen voor te komen tussen de vaders en de zonen, maar speelt eigenlijk tussen alle individuen een rol.
De tweede en wellicht belangrijkste locatie is die van het landgoed van mevrouw Odintsov, een rijke weduwe. De beide jongemannen beleven daar hun liefdesgeschiedenissen. Hoewel beiden verliefd raken op de intelligente en beeldschone vrouw, loopt dit anders af dan de lezer aanvankelijk zou verwachten. Odintsova is een bijzondere persoonlijkheid, die zich het meest aangetrokken lijkt te voelen door de scherpzinnigheid van Bazarov. Arkadi wordt regelmatig verzocht zich te vermaken met het jongere zusje Katja. Hoe dit zich ontwikkelt is interessant, maar ga ik nu nog niet verraden.
De laatste locatie die wordt bezocht is het huis van Bazarovs ouders.

Toergenjev legt ook in de beide hoofdpersonen, Arkadi en Bazarov, twee heel verschillende levensvisies vast. Beide vrienden ontwikkelen zich gedurende dit verhaal  in totaal verschillende richtingen.
Ook al is de roman al meer dan 150 jaar geleden geschreven en doet het wat ouderwets aan, toch is het ook nu nog goed leesbaar. Een (voorzichtige) aanrader.

Aly Wagenvoorde, nov. 2012

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 


V  -  W  -  Z
 

 

 

Dimitri Verhulst

 

De helaasheid der dingen (2006)

  

‘De helaasheid der dingen’  gaat over het leven van Dimitrieken, zoon van een vrouw die haar kind verlaat. Zijn thuis wordt daarom het huis van zijn grootmoeder Maria. Oma biedt ook onderdak aan vier van haar vijf zoons, die na mislukte liefdes genoodzaakt zijn bij haar terug te keren. Deze zoons leven volgens het motto ‘God schiep de dag en wij slepen ons erdoorheen’. In grote lijnen komt het erop neer, dat menig personage in het boek niet verwacht, dat er ooit nog iets goeds zal voorvallen en dus leven ze hun leven, zonder werk en met veel zuipen. Deurwaarders en politieagenten staan geregeld op de stoep. Omhooggevallen familieleden en dorpelingen worden uitgelachen. De familieleden van Dimitrieken zijn de outcast en daar zijn ze trots op. Van omhooggevallen familieleden moeten ze niets hebben.
Verschillende hoofdstukken zijn prachtige korte verhalen, met veel  humor.  Verhulst brengt hierin echter ook de thema’s aan, die voor het geheel van belang blijken. Een van de hoogtepunten van de roman is het verhaal over kleine Franky, die niet met Dimitrieken mocht spelen vanwege het standsverschil.  Als ze elkaar na jaren weer ontmoeten, blijkt de vrouw van Franky er net vandoor te zijn met een van de nonkels. Een bitterzoete overwinning voor Dimitri. Een andere aangrijpende episode is die over de vader, die eindelijk besluit om zich aan zijn verslaving te ontworstelen. Hoewel de vader  faalt, brengt de schrijver hulde aan de man, die – hoe dan ook – toch zijn vader was.
Hoewel het lijkt alsof het allemaal losse verhalen zijn, blijkt aan het eind, dat de hoofdstukken wel degelijk samenhang vertonen. Alles wordt in een ander licht geplaatst, wanneer Dimitri, na lange tijd weer naar Reetveerdegem terugkeert.
Dit boek is zeer de moeite van het lezen waard.

Aly Wagenvoorde, 2009

 

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------


Tommy Wieringa

 

 

Caesarion (2009)

 

De roman Joe Speedboot (2005) zorgde voor Tommy Wieringa voor een doorbraak. Wieringa had een bestseller geschreven. Geen wonder dat dit boek een bestseller werd, maar daarom gaat het nu niet.
Na dit enorme succes is de verwachting hooggespannen. Is Wieringa’s nieuwe roman, Caesarion, een waardig opvolger van Joe Speedboot?
Caesarion – eigenlijk Ludwig Unger – reist af naar Engeland, waar een dierbaar iemand is overleden. Wie dat is, doet er in de rest van het boek niet toe.
Waar het boek over gaat, is namelijk het levensverhaal van Caesarion/Ludwig. Ludwig blijkt een bloedmooie moeder te hebben. Die – vreemd genoeg – al vroeg in de steek wordt gelaten door haar man, een kunstenaar. De moeder neemt Ludwig mee van Alexandrië naar Groningen, waarna ze doorreizen naar de rotskust van Engeland.
Ze zijn daar zo dichtbij de kust gaan wonen, dat hun huis op een gegeven moment in de diepte verdwijnt.
Niet alleen het huis verdwijnt in de diepte, in het hele verhaal zit een neergaande spiraal. Zo verandert bijvoorbeeld de verhouding tussen moeder en zoon van (te) intiem naar kil, als de zoon ontdekt, dat zijn moeder als pornoster heeft gewerkt. De zoon toont nog slechts minachting voor haar.
De trouwe Sarah, met wie Ludwig een verhouding krijgt verdwijnt uit zijn leven, als hij haar zomaar in de steek laat. Een tweede kans is er niet.
De zoon toont nieuwsgierigheid naar de onbekende vader, maar als hij deze ontmoet, blijkt de ontmoeting hem ook weer van een illusie te beroven. Het slot van de roman: 'Ik was alleen. En alles begon.'
Dat wat Joe Speedboot veroorzaakte, blijft uit in Caesarion. Maar als ik Caesarion nu had gelezen, zonder dat er een Joe Speedboot was geweest? Dan nog was het voor mij niet een van de mooiere boeken geweest die ik heb gelezen. Er zijn teveel personages, die ‘blijven hangen’. Die interessant zijn, maar onvoldoende worden belicht, uitgewerkt. Er zit ook teveel thematiek in. Bovendien doen  sommige onderdelen, zoals het borstkankerverhaal met daaraan gekoppeld de alternatieve genezers teveel denken aan  verhalen die al uitgebreid zijn besproken op radio en tv en aan de kwaliteit van deze roman niet bijdragen.
Caesarion heeft soms juweeltjes van beschrijvingen, want Tommy Wieringa kan schrijven!  Maar ik wacht toch vol interesse op een volgende roman…

Aly Wagenvoorde, 2009

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


---------------------------------------------------------------------------- top ----------------


Leon de Winter

 

 

Het recht op terugkeer   

 

Uitgeverij: De Bezige Bij

ISBN 9789023414469

Het recht op terugkeer is een spannend boek, met daarin verschillende terugkerende elementen, zoals vermiste kinderen , zelfmoordaanslagen, getallen en slangen. Er wordt in dit boek veel naar voren gebracht over het toekomstige Israël, en over de verhouding Joden-Palestijnen.

Het verhaal speelt zich af in een klein Israël, dat omringd is door een Palestijnse staat. Zelfs Jeruzalem ligt niet meer in Israël. Toch gaat het conflict met de Palestijnen nog steeds door. Gaandeweg blijkt dat de Palestijnen zelfs Joodse kinderen ontvoeren om ze te hersenspoelen, fanatieke moslims van ze te maken en ze op te leiden tot zelfmoordterroristen.
In dit boek is er enkel sprake van Joden als ze Joodse vaders hebben. De constante in het DNA, dat steeds wordt onderzocht, is het Y-chromosoom van de man.
Bram, de hoofdpersoon uit het boek en zijn vader, Hartog, kijken heel verschillend aan tegen de oplossing van het Palestijnse conflict. Hartog is een bèta en een man van de harde lijn. Vernietig de vijand voor hij jou vernietigt, is zijn standpunt. Bram, een alfa, is veel milder, toleranter.
 
Het verhaal komt er in grote lijnen op neer, dat veel rijke Joden naar elders zijn vertrokken en dat de armere Joden in het piepkleine Israël zijn gebleven. De laatste worden onophoudelijk in de gaten gehouden door agenten en vanuit helikopters.
Iedereen die het land in wil, wordt gecontroleerd op Joods DNA.
Bram woont in Tel Aviv en heeft een bureautje, De Bank, dat verdwenen kinderen opspoort, met wisselend succes.
Er volgt een lange flashback, waarin duidelijk wordt dat Bram’s zoontje Bennie, is ontvoerd in de Verenigde Staten.
Op pagina 136 praten Bram en Bennie met elkaar.
‘Papa?’
‘Wat is er , lieverd?’
‘Hoe oud ben je als je weggaat?’ vroeg Bennie.
‘Hoe bedoel je, weggaat?’
‘Grote jongens gaan toch weg van hun huis, van papa en mama?’
‘Als ze gaan studeren, ja. Achttien, negentien jaar ben je dan.’
‘Ik wil niet weg, papa.’
‘Waarom zou je weg moeten? ‘
‘Weet ik niet.’
‘Jij mag blijven tot je honderd bent, ‘ suste Bram hem.


Kort daarna volgt de vermissing van Bennie.
Hij rende de gang in.
‘Bennie! BENNIE!’

Hij holde de trappen op en wist met onwrikbare helderheid dat ze dit huis moesten verkopen. Het deugde niet. Het huis bracht ongeluk. Hij was woedend dat zijn zoon hem weer was ontglipt.
‘Bennie!’…..
Hij had geen keuze: hij moest dichterbij komen om in het gat te kijken, maar hij bleef staan. Nee, zei hij tegen zichzelf, het was onmogelijk dat Bennie in het gat was gevallen. Bennie was bang voor het gat. Bennie had daar wormen of slangen gezien.

……

De wanhoop en het ongeloof wordt steeds groter:
‘Bennie! BENNIE, GEEF VERDOMME ANTWOORD!’

Deze verdwijning blijkt uiteindelijk een ontvoering te zijn, maar dat blijkt pas op het eind.
De ontvoering vond plaats op 28-08-2008. De getallen 2 en 8 worden een obsessie voor Bram, tijdens de zoektocht naar z’n zoontje.
Uiteindelijk denkt Bram de dader gevonden te hebben. Deze vermoordt hij.
Hiermee houdt het verhaal niet op. Het begint pas…
De zoektocht van Bram leidt uiteindelijk naar Kazachstan, waar hij terechtkomt bij moslimfundamentalisten.

Het is een spannend boek, maar niet alleen dat. Er zitten ook ontroerende momenten in. De angst die Bram voelt als er een aanslag wordt gepleegd en hij niet weet waar z’n vrouw en zoontje zijn, de diepe emotie die zich van hem meester maakt als hij zijn kind verliest. En ook de verhouding tussen hem en zijn vader wordt mooi invoelbaar neergezet.
Toch blijven er ook minpunten over. Er gebeurt wel wat heel erg veel in deze roman. Wat was de diepere betekenis van de slangen, die een aantal keren voorkwamen? Waarom gaf Bram zijn zoon aan het eind zo gemakkelijk uit handen en koos hij voor een nieuw leven, zonder het leven met Bennie echt af te ronden?
Het recht op terugkeer is waard om gelezen te worden, maar maakt uiteindelijk de belofte die in sommige passages wordt gewekt, niet helemaal waar.

Aly Wagenvoorde

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

Jan Wolkers

 

De Kus     

  

Motto:
"My life is spent in one long effort to escape from the commonplaces of existence", Sherlock Holmes.
 

Twee heel goede vrienden  gaan samen naar Indonesië, waar veel herinneringen liggen. De ik-persoon herinnert zich de kus, die zijn vriend Bob hem heeft gegeven toen hij vertrok naar Indonesië als militair. Voor de ik-persoon was het geen gewone kus, hij denkt er nog vaak aan. Hij heeft het er alleen nooit meer met Bob over gehad.
De eerste dagen in Indonesië zijn als vroeger…veel achter de vrouwen aan. Er zijn ook seksuele gevoelens tussen de mannen.
Als ze na een paar dagen aankomen in een gebied op Java, waar Bob heeft gevochten, stort hij volledig in, zowel mentaal als fysiek. Vreselijke herinneringen uit de oorlog komen weer naar boven. De vrienden groeien vanaf dat moment uit elkaar, omdat de ik-persoon die dingen niet heeft meegemaakt.
Om er achter te komen hoe deze vriendschap/liefde zich verder ontwikkelt, zult u het boek zelf moeten lezen. Het is een mooi, soms aangrijpend, soms ook humoristisch verhaal.
 
A.Wagenvoorde

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

Image:Jan Wolkers-portrait.jpg

                 Jan Wolkers

Jevgeni Zamjatin


Wij

 

‘Wij’, geschreven in 1921, maar pas in 1988 verschenen in de Sovjet-Unie,  speelt zich af in een verre toekomst. Als gevolg van twee eeuwen oorlog is de wereldbevolking drastisch  uitgedund. De overblijvers zijn bijeengebracht in de Vereende Staat, waar 'de grootse kracht der logica' heerst. Niets wordt aan het toeval overgelaten. De grote Weldoener waakt over de mensheid.  

‘Elke morgen, met de nauwkeurigheid van de zeswieler, op precies hetzelfde uur en precies dezelfde minuut, staan wij, miljoenen, als één man op. Op precies hetzelfde uur beginnen we als één miljoenenlichaam ons werk, en scheiden er als één miljoenenlichaam mee uit. En terwijl we weer op precies dezelfde seconde, die de Tafelen hebben vastgesteld, tot één, miljoenenarmig lichaam samenvloeien, brengen wij onze lepels naar de mond; en op precies dezelfde seconde gaan wij uit wandelen en lopen wij naar het auditorium, naar de zaal van Tayloroefeningen, leggen ons ter ruste…
Ik zal helemaal eerlijk zijn: een absoluut nauwkeurige oplossing van het vraagstuk van het geluk hebben wij ook nog niet: tweemaal per dag, van 16 tot 17 en van 21 tot 22, valt het vereende machtige organisme uiteen in aparte cellen: dat zijn de door de Tafelen vastgestelde Persoonlijke Uren.’
Dat laatste ervaart de verteller als een tijdelijk minpuntje, dat nog herinnert aan de tijden toen de mensen nog in vrije, dat wil zeggen ongeorganiseerde, wilde staat leefden. Maar ook hier zal een oplossing voor worden gevonden.

Burgers hebben geen namen, maar nummers. Ze bewonen identieke ruimtes van glas, waar niets van hun doen en laten verborgen blijft. Allemaal voor hun eigen geluk. Eigenzinnigheid en individualiteit zouden immers de uniformiteit ondermijnen en daar wordt niemand beter van. De mens moet verworden tot een gelukkige machine. Ook voor de sex moet men een verzoekschrift indienen. Zodat er een Tabel van Seksuele Dagen kan worden opgemaakt. Via een verzoekschrift, dat iemand op die en die dag gebruik wil maken van nummer zo- en zoveel, ontvangt men rozerode couponnen…  

De verteller, burger D-503 is uiteraard gelukkig. Totdat hij verliefd wordt op I-330. Plotseling ervaart hij gevoelens en wordt hij zich bewust van een ‘ik’ en een ‘zij’. Hij wil bij haar zijn, maar weer alleen in zijn eigen ruimte kent hij ook twijfels. Zodoende belandt hij op een afdeling ‘Medisch’.

‘Twee man: de een kort, met voeten als schamppaaltjes, en die met zijn ogen de patiënten als op de hoorns nam; en de tweede heel spichtig, lippen als flitsende schaarbladen, een neus als een lemmet… diezelfde.
Ik vloog op hem af als op een vader, regelrecht op zijn lemmet; prevelde iets van slapeloosheid, dromen, van de schaduw en van de gele wereld. De lippen als schaarbladen blikkerden, glimlachten.
‘Uw zaak staat er slecht voor! Het laat zich aanzien dat er zich een ziel in u gevormd heeft.’
Een ziel? Dat vreemde, klassieke, sinds lang vergeten woord. Wij spraken soms nog van ‘één van ziel en geest’, ‘zielloos’, ‘zielenpoot’, en dergelijke, maar een ziel…nee!
‘Dat is.. dat is heel gevaarlijk,’stamelde ik.’

Evgenij Ivanovitsj Zamjatin (1884-1937) was bouwkundig ingenieur en dissident. Lang vóór de Oktoberrevolutie werd hij overtuigd bolsjewiek, maar het juk van het stalinisme paste niet bij hem. De verschillende schrijversgroepen ruzieden rond het verschijnen van deze roman (1927) met elkaar. Zamjatin werd voor contrarevolutionair uitgemaakt en het werd hem onmogelijk gemaakt nog iets te publiceren.
Zijn romans en verhalen werden niet meer uitgegeven. Zijn toneelstukken werden niet meer gespeeld. Tenslotte deed hij een beroep op Stalin, maar zonder een knieval te maken. ,,Zelfs als ik waarlijk een misdadiger ben'', zo schreef hij, ,,dan nog dunkt me dat mijn literaire doodverklaring een onverdiend zware straf is. Ik verzoek u daarom mijn vonnis te wijzigen in verbanning uit de Sovjet-Unie''. Niet lang daarna mocht hij emigreren.

Sciencefiction wordt vaak gebruikt om maatschappijkritiek te leveren. De actuele problemen van de periode na de Russische Revolutie van 1917 worden in deze roman vervormd en verplaatst naar een verre toekomst. Dit gaf Zamjatin meer vrijheid van spreken. Een rechtstreekse aanval op de bolsjewieken, nadat deze in 1919 vrije discussies steeds meer aan banden legden en er allerlei reglementen kwamen, die door de geheime staatspolitie gehandhaafd werden, zou hem duur zijn komen te staan. Een gefantaseerd toekomstbeeld leverde minder risico op. In de Sovjet-Unie mocht het niet verschijnen, maar het verscheen wel in het Engels en heeft waarschijnlijk Aldous Huxley en George Orwell beïnvloed. Nog steeds boeiende stof die tot nadenken stemt.

Brave New World, 1932
Deze roman beschrijft een toekomstige wereld die geheel beheerst wordt door technologie en rationalisme. De mensen zijn gezond en gelukkig, oorlog en armoede kennen ze niet. Traditionele waarden als liefde, trouw, gezinsleven, kunst en godsdienst bestaan niet langer, evenmin als de vrije keuze voor een individueel bestaan.

Animal Farm, 1945
Het verhaal gaat over een commune van intelligente boerderijdieren. De varkens Sneeuwbal en Napoleon lanceren het idee om hun tirannieke baas te verjagen, zodat de dieren kunnen werken en leven als gelijken. Na de revolutie gaat het de dierenboerderij voor de wind, maar de varkens worden corrupt en stellen de utopische idealen ten dienste van hun eigen belangen. Het basisbeginsel Alle dieren zijn gelijk wordt veranderd in Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere. Op het einde is de commune een dictatuur geworden.

1984, 1949
In 1949 schetste Orwell een somber beeld van hoe de mensheid er 35 jaar later uit zou zien: een totalitaire maatschappij onder de controle van het alziend oog van Big Brother waarin de menselijke vrijheid geheel aan banden gelegd werd. Het boek moest de wereld waarschuwen voor het totalitarisme.

Aly Wagenvoorde

 

Voeg zelf een reactie/recensie/bespreking toe   -   contact cedars@live.nl


 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

 

'Wij', in Moskou

   

 

 

 

non-fictie: architectuur

 

Pierre Cuypers, architect 1827-1921  

A.J.C. van Leeuwen

P.J.H. Cuypers (1827-1921), architect van onder andere het Rijksmuseum en het  Pierre CuypersCentraal Station in Amsterdam en van kasteel De Haar, is een alom erkende sleutelfiguur in de negentiende-eeuwse architectuur. Maar wie kent hem als vriend, projectontwikkelaar, ondernemer, champignonkweker of huisvader?
In Pierre Cuypers, architect 1827-1921 wordt voor het eerst voor een breed publiek een duidelijk beeld geschetst van zijn leven en werk. Cuypers was een eigenzinnige workaholic, gedreven op zoek naar de essentie van de architectuur. Met zijn werk bepaalde hij het beeld van Nederland in de negentiende eeuw.                
Dit uiterst toegankelijke en rijk geïllustreerde boek bevat historische foto’s van de architect en zijn familie, zijn woonhuis en verdwenen gebouwen. Materiaal uit archieven en familiebezit is voor het eerst gefotografeerd. Daarnaast zijn er prachtige ontwerptekeningen en schetsen van gebouwen en decoraties. Van een aantal beeldbepalende werken zijn voor deze uitgave nieuwe kleurenopnamen gemaakt.
Deze uitgave verschijnt in de serie Cultuurhistorische Studies

Bron: www.kunstboeken.nl

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

 

non-fictie: design

 

Design Today, forms with a smile   


Een notenkraker met een rij kiezen aan de binnenkant...

auteur : Moniek E. Bucquoye, Dieter Van Den Storm
fotografie : Misc.

Het surrealisme mag dan vooral gekend zijn als stroming binnen de literatuur en schone kunsten, toch is de invloed van deze 20e-eeuwse kunstrichting op andere domeinen niet te onderschatten. Ook de wereld van de vormgeving en het hedendaagse design ontsnapt niet aan een gezonde portie surreële humor. Forms with a smile bundelt ontwerpen en objecten van moderne surrealisten en toont aan dat niets is wat het lijkt. Harige tapijten, lampen in de vorm van een melkfles, usb-sticks gesneden uit houten takken of zetels gemaakt uit pluchen troeteldieren. Is het puur humor? Of is het een prikkelend statement verpakt in een aanstekelijke glimlach? Net zoals het surrealisme vertelt design soms meer dan we denken. Gewapend met subtiele ironie trekken deze nieuwe surrealisten ten strijde in een wereld waar een zekere sérieux regeert.
 

bron: www.stichtingkunstboek.com

 

Design Museum Gent catalogue    

auteur : Lieven Daenens
f
otografie : Misc.

Oorspronkelijk bestond de collectie van het Design museum uit overwegend achttiende-eeuwse stijlmeubels, maar gaandeweg groeide deze culturele instelling uit tot het enige Belgische museum dat zich toelegt op twintigste-eeuws en hedendaags design. Blikvanger is hun art-nouveaucollectie: een van de mooiste van het land. Belangrijke Belgische kunstenaars (Henry van de Velde, Victor Horta en Paul Hanker), worden geflankeerd door buitenlandse ontwerpers zoals Josef Hoffman en Otto Wagner (beiden Wiener Secession). Ook ontwerpen van vertegenwoordigers van het modernisme (Le Corbusier en Gaston Eysselinck) en het postmodernisme (Allessandro Mendini, Aldo Rossi, Hans Hollein en Andrea Branzi) komen ruim aan bod. Daarnaast wordt het minimalisme van Maarten Van Severen er geconfronteerd met de sculpturale benaderingen van Pieter De Bruyne en Emiel Veranneman. Ook buitenbeentjes als Borek Sipek en Ron Arad getuigen van de brede interesse voor hedendaags design. Deze nieuwe museumcatalogus bevat naast de uitgebreide inleiding van auteur Lieven Daenens, conservator van het museum, ook reproducties en notities van en over ongeveer 175 topstukken uit de verzamelingen. Een onmisbaar referentiewerk voor liefhebbers van absolute klassiekers en hedendaags topdesign.
 

bron: www.stichtingkunstboek.com


 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

 

non-fictie: landschap

 

Panorama Nederland, landschap  en  infrastructuur

10 jaar fotografie van Siebe Swart
 
Uitgever: Waanders
 
Sedert 1997 fotografeert Siebe Swart de veranderingen in het Nederlands landschap, veranderingen die het gevolg zijn van de infrastructurele projecten die afgelopen jaren uitgevoerd zijn. Swart heeft alle belangrijke infraprojecten in beeld gebracht: niet alleen maken HSL en Betuwelijn deel uit van het project, het gehele land komt aan bod: van de Blauwestad in Noordoost Groningen tot Westerscheldetunnel in Zeeland, van Schiphol's Polderbaan tot Rijksweg A73 in Limburg. En ook het Deltaplan Grote Rivieren ontbreekt niet.
Uniek is dat Swart vele honderden locaties gefotografeerd heeft vóórdat het bouwen begon. In de daarop volgende jaren zijn de locaties steeds opnieuw gefotografeerd en op volstrekt identieke wijze. Hierbij is gebruikt gemaakt van panoramafotografie, een vorm van fotografie die bij uitstek bij het landschap past. Na tien jaar fotografie heeft Swart het project dit jaar afgerond, het jaar dat Betuweroute en HSL opgeleverd zijn.
Naast de panoramafoto’s zijn ook luchtfoto’s gemaakt, van zowel de bouwwerkzaamheden als ook van de voltooide infrastructuurprojecten, deze foto’s plaatsen de locaties letterlijk en figuurlijk in een bredere context .
Het boek bevat naast kaarten een register, de beschrijving van de projecten en de de locaties maakt het mogelijk zelf op pad te gaan!
Twee prikkelende essays over fotografie en landschap complementeren het geheel. De auteurs hiervan zijn Dirk Sijmons (landschapsarchitect en Rijksadviseur voor het landschap) en Hans Rooseboom (conservator fotografie van het Rijksmuseum). Els Kerremans van TIOSM (Den Haag) tekende voor de vormgeving, inclusief een zeer bijzonder omslag en maar liefst zeven  pagina’s die uitgeklapt kunnen worden.

 

British landscape designers and their creations                                       

auteur : Noel Kingsbury
fotografie :
Misc.

In de collectie Tuinarchitecten en hun Creaties kwamen eerder al België, Nederland, Zwitserland en Duitsland aan bod. Deze keer nodigde uitgeverij Stichting Kunstboek 12 vooraanstaande Britse tuinarchitecten uit (waaronder Sally Court, John Brookes, Julian Dowle, Anthony Paul …) om mee te werken aan het vijfde volume in deze prestigieuze reeks. Britse tuinen spreken sowieso al tot de verbeelding. Maar Groot-Brittannië heeft bepaald meer te bieden dan talloze schitterende varianten op de English cottage garden. De stijl van de verschillende deelnemers is erg uiteenlopend: sommige tuinen zijn heel modern, andere abstract-minimalistisch, nog andere speels en romantisch. De prachtige full page kleurenfoto’s doen de tuinen alle eer aan en focussen op schitterende details. Bovendien geeft dit inspirerende boek ook meer informatie over de ontwerpers van deze prachtige plekken en hun inspiratie voor elk project. Een must voor elke rechtgeaarde tuinliefhebber!
 

bron: www.stichtingkunstboek.com

 

Architectes de jardins et paysagistes de France   

auteur : Michel Racine (introduction)
fotografie :
Misc.

In dit boek worden de mooiste projecten van twintig gerenommeerde Franse tuin- en landschapsarchitecten voorgesteld. De lezer ontdekt er niet enkel realisaties van wereldbekende figuren zoals Michel Corajoud, Jacques Coulon, Allain Provost en Jacques Simon, maar maakt ook kennis met prachtig werk van ateliers en agentschappen van jongere architecten die al een uitstekende reputatie verworven hebben: Louis Benech, Anne-Sylvie Bruel & Christophe Delmar, Cathérine Mosbach, Christine & Michel Péna en vele anderen.
 

bron: www.stichtingkunstboek.com

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 

 

non-fictie: overig



 

Secrets of Digital Illustration - A Master Class in Digital Image-Making    

Lawrence Zeegen

What matters most to image-makers is to communicate through a personal visual language. Zeegen shows how to achieve this, continuing his exploration of image-making through a showcase of exemplary work.

Hoe ga je creatief met beeldmateriaal om; hoe kun je traditionele ambachtelijke technieken combineren met de laatste digitale technologie om bijzondere creatieve beelden te maken? Dit boek geeft antwoord op deze vragen. Met voorbeelden uit het werk van beroemde grafische ontwerpers.
Ook aandacht voor het maken van je eigen portfolio, jezelf promoten, contracten, tips voor het optimaal gebruik van een studio.

Bron: www.naylerco.nl/

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

De Eenzame Snelweg   

Auke Hulst en Raoul Deleo

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat Jack Kerouacs On the Road verscheen, de bijbel van de beatgeneratie. Ter ere van dat jubileum ondernamen schrijver Auke Hulst en tekenaar Raoul Deleo een road trip van New York naar San Francisco – grofweg de route die Kerouac decennia eerder volgde. Zouden ze nog iets terug kunnen vinden van Kerouacs Amerika. Een land van jazz, drugs en gestolen auto’s, bereisd door twintigers bezeten van kicks en literatuur? Met open ogen ondergaan Hulst en Deleo het Amerika dat nú voorbijtrekt.
Van het schoongepoetste Manhattan naar het ontvolkte Nebraska, van de loneliest road naar de heuvels van San Francisco, van motel naar motel, van McDonald’s naar McDonald’s. De eenzame snelweg is een fascinerend en persoonlijk verslag in tekst en beeld, een beschouwende en poëtische zoektocht naar Amerika. Een unieke samenwerking tussen twee disciplines en twee talenten.
Bron: www.eenzamesnelweg.com

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
 


Luxe en decadentie

Luxe en decadentie, leven aan de Romeinse goudkust.

Vincent Hunink, Fik Meijer e.a.

Bij de tentoonstelling ‘Luxe en decadentie’, die van 23 augustus 2008 t/m 4 januari 2009 te bezichtigen is in museum Het Valkhof in Nijmegen, is een fraaie publicatie verschenen. Deze is geschreven door Vincent Hunink, Fik Meijer, Eric Moormann, Stephan Mols, Nathalie de Haan, Lien Foubert en Louis Swinkels.
Allereerst gaat Vincent Hunink in op de kritiek die de denkers en dichters uit de Romeinse tijd hadden op het zedenverval, met name op weeldezucht en inhaligheid. Citaten uit zowel proza als poëzie geven hier voorbeelden van.
Vervolgens doet Fik Meijer de historische achtergronden uit de doeken. Volgens de geschiedschrijvers Livius en Sallustius zouden de senatoren zich in de vroege republiek (500-300 voor Christus) geheel in dienst hebben gesteld van de staat.  Hierin kwam echter al spoedig  verandering. Eerzucht en hebzucht kregen de senatoren steeds meer in hun greep. Persoonlijke rijkdom en macht werden belangrijker dan het welzijn van de staat. Dit leidde tot grote tegenstellingen in de samenleving. Een kleine toplaag kon het zich permitteren in ongekende weelde te leven.
Want meer nog dan van het rijk zijn als zodanig houden zij ervan door anderen te worden gefeliciteerd met hun rijkdom.’ Lucianus, Nigrinus (23)
Het grootste deel van de bevolking leefde echter in bittere armoede en onder erbarmelijke omstandigheden. Om het volk toch tevreden te houden organiseerden de rijken gratis optredens van gladiatoren in de arena.
Pas toen in de derde eeuw de economie stagneerde, begonnen de rijken zich te bezinnen op hun positie.
Naast de twee inleidende hoofdstukken over de kritiek op de luxe en de historische achtergronden bestaat het boek uit beschrijvingen van het leven van de superrijke Romeinen en de uitingen daarvan. Zo lieten de Romeinen luxe villa’s bouwen, die ze verfraaiden met weelderige muurschilderingen en beelden van brons en marmer. Ze legden mooie eetzalen aan met duur beschilderde wanden en plafonds en mozaïekvloeren, en prachtig versierde aanligbedden. De dames (maar ook de heren) besteedden veel  aandacht  en geld aan sieraden en dure kledij.
Naast een duidelijke uitleg over het leven van de rijken, wordt de beschrijving van situaties en voorwerpen verlevendigd met veel illustraties.
Het boek eindigt met voorbeelden van Romeinse luxe in Nijmegen en Nederland.
De vele namen, jaartallen, Romeinse termen en citaten maken, dat niet alles even vlot  leesbaar is. Daar staat tegenover, dat het een gedegen beschrijving  en een helder beeld geeft van de weelde uit de Romeinse tijd, niet alleen vanwege de vele citaten, maar vooral ook door de fraaie foto’s van schilderingen en voorwerpen uit deze tijd.

A. Wagenvoorde


 

Stinkend Rijk

Susanna Piras en Odette Straten

Naast de bovengenoemde publicatie is er ook een boekje voor kinderen ontwikkeld, getiteld 'Stinkend Rijk!'. Dit boekje geeft een duidelijke toelichting bij alles wat er op de tentoonstelling ‘Luxe en decadentie’ , die van 23 augustus 2008 t/m 4 januari 2009 te bezichtigen is in museum Het Valkof in Nijmegen, te zien is. Er wordt o.a. uitgelegd wie de rijken in het Romeinse Rijk waren en waar de rijkdom vandaan kwam. Ook de kritiek hierop wordt niet vergeten. Verder wordt in het boek aandacht besteed aan de situatie van de armen en slaven. De auteurs beschrijven, dat ook de Romeinen graag aan zee woonden en dan bij voorkeur in een mooie, grote, fraai ingerichte woning, een villa. In het boek zijn veel voorbeelden van de weelde van de rijke Romeinen te zien.
Het boekje bestaat uit korte, informatieve teksten en veel illustraties, die het erg aantrekkelijk maken. Het is door de duidelijke uitleg, zowel in woord als in beeld en de woordenlijst achterin niet alleen een boekje voor de jonge museumbezoeker. Ook voor kinderen die geschiedenis leuk vinden of die iets meer willen weten over de Romeinen is het een aanrader.

A. Wagenvoorde

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------

 

Het Medicigeld (2007)

Tom Parks

Uitgever: Arbeiderspers

Het Medicigeld is een duik in de geschiedenis van het  fascinerende Italië.
De familie De Medici regeerde het Florence van de Renaissance. Hun rol als mecenassen voor de kunst is legendarisch. Minder bekend is dat de familie aan de wieg van het moderne geldwezen heeft gestaan. Hun macht was geworteld in hun rol als bankiers. In de Middeleeuwen werd geld tegen rente uitlenen gezien als immoreel, en de Kerk verbood het.
Toen de vijftiende eeuw aanbrak zag de familie De Medici in dat de wereld veranderde: de internationale handel en het lenen van geld door de staat vergden een nieuw en stabiel financieel systeem. In dit boek beschrijft Parks deze cruciale transformatie naar het moderne kapitalisme, en geeft hij en passant een schitterend beeld van het Florence van de Renaissance.
Hoe kan men geld met geld verdienen en toch in de hemel komen? In Het Medicigeld laat Tim Parks zien hoe 15de-eeuwse kooplieden en kerkvorsten met gewiekste bankierstrucs en staaltjes van theologische redeneerkunst een uitweg vonden uit dit dilemma.
De  Medici-holding deed de culturele, economische en bovenal politieke wereld van Florence op zijn grondvesten schudden. De Medici en de pausen werden twee handen op een buik en vonden in de wereld van kunst en schoonheid een vrijbrief voor hun financiële (wan)praktijken. Zo slaan de kunsten – schilderkunst, architectuur, poëzie – een brug tussen twee schijnbaar onverenigbare fenomenen: geld en God. Door de De Medici’s werd bijvoorbeeld.de San Marco gerestaureerd.
In 1494 sloeg Piero de’ Medici op de vlucht voor de opstandige Florentijnse burgers die het Palazzo Medici plunderden, het archief versnipperden, schilderijen en tapijten vernielden en beelden kapot sloegen. Florence had even genoeg van de Medici.
Twintig jaar later keerde de familie in de stad terug, niet als bankiers, maar als groothertogen van Toscane. Die titel hadden ze te danken aan hun goede relaties met het Vaticaan, waar inmiddels Giovanni de’ Medici, een zoon van Il Magnifico, als paus Leo X de scepter zwaaide.

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------
special

SPECIAL november 2009 - februari 2010

Boeken waarin getallen een belangrijke rol spelen

 

Paolo Giordano
De eenzaamheid van de priemgetallen

Leon de Winter
Het recht op terugkeer

Michael Blastland, Andrew Dilnot
The numbers game
(Over het gebruik - vooral misbruik - dat journalisten en politici maken van o.a. cijfers.)

special maart 2010

SPECIAL maart 2010 -
juni 2010

Boeken van Chinese schrijvers

 

Lao She
De riksjarenner

Zhang Jie
Zware vleugels

Zhang Xianliang
De vrouw in het riet

Jung Chang
Wilde zwanen

Gao Xingjian
Berg van de Ziel

Lu Xun
Te wapen (verhalen)
Dagboek van een gek

Zhang Xianliang
De boom van wijsheid
Doodgaan went

Ling Mengchu
Eros op goudlelietjes en paardenvoetjes

Feng Menglong
De aap van begeerte (verhalen)

Bai Juyi
Lied van het eeuwig verdriet

Dai Houying
Namen in de muur

Li Yu
Lustgebed

Mo Yan
Het rode korenveld

Su Tong
De rode lantaarn

Feng Menglong
Begeerde draken

 

special juni

SPECIAL sept 2010 -
december 2010

Boeken met als thema:

Zoektocht

 

Dan Brown
De DaVinci Code

Sir Arthur Conan Doyle
De hond van de Baskervilles

G.L. Durlacher
De zoektocht

Hermann Hesse
Siddharta

Brigitte Raskin
De eeuw van de ekster

Chrétien de Troyes
De Graal

Jorge Volpi
De zoektocht naar Klingsor
 

special mei11

SPECIAL mei 2011

Boekenprogramma's

Literaire ontmoetingen

In 1963 introduceerden literatuurcriticus H.A. Gomperts en filmmaker Hans Keller de schrijversdocumentaire Literaire ontmoetingen op de Nederlandse televisie. Deze portretten zijn door de verrassende en kritische vragen van Gomperts en de bijzondere getuigenissen van tijdgenoten veertig jaar later ‘nog even schitterend, amusant als leerzaam’ oordeelde Kees Fens.
Literaire ontmoetingen is uitgebracht op dvd.
 Wie deze tien historische uitzendingen bekijkt, aangevuld met het destijds geweigerde portret van Remco Campert (omdat hij het woord ‘naaide’ gebruikte), stelt zichzelf ongetwijfeld de vraag waarom de Nederlandse televisie nooit op die weg is voortgegaan.

Info: http://www.lubberhuizen.nl/detail.php?id=434


Hier is… Adriaan van Dis

Hier is… Adriaan van Dis is het legendarische Nederlandse praatprogramma waarin Adriaan van Dis beroemde buitenlandse en Nederlandse schrijvers ontving. Het programma, dat tussen 1983 en 1992 door de VPRO werd uitgezonden, geldt nog steeds als het enige succesvolle Nederlandse tv-programma over literatuur. Uit de meer dan 200 gesprekken die in de loop van de jaren in het programma zijn gevoerd heeft Adriaan van Dis, samen met regisseur Ellen Jens, dertig nieuwe uitzendingen van een uur samengesteld. Honderd gesprekken die allemaal begonnen met de vraag: “Rode wijn, witte wijn of water?” Bovendien haalt Adriaan van Dis voorafgaand aan iedere uitzending herinneringen op aan de gasten. Dat levert prachtige anekdotes op over ondermeer de woede-uitbarsting van Willem Oltmans, de verkoopcijfers van Annie Cohen- Solal, de volgelingen van de Dalai Lama en het sterrengedrag van V.S. Naipaul. Adriaan van Dis ontving voor dit programma in 1986 de Zilveren Nipkowschijf voor het beste televisieprogramma. 
"Dit is geen vraaggesprek, dit is een vertelgesprek van mijn kant"
Aldus W.F. Hermans in één van de legendarische interviews die schrijver Adriaan van Dis tussen 1983 en 1992 met hem had.
Geluukig (!) is dit op dvd verschenen.

Meer info: http://www.rubinstein.nl/onze-uitgaven.php?id=131  

 

 

 

Stuur uw tips voor het onderdeel 'Special' naar onderstaand e-mailadres.

----------------------------------------------------------------------------

                    
 

Stuur uw boeken ter recensering. Contact via: cedars.letters@live.nl

U kunt uw eigen recensies naar hetzelfde adres sturen. 

 

 

---------------------------------------------------------------------------- top ----------------