Cedar Gallery


Cedar info  |   Nieuws   |  Educatie  |   Links   |  Vriend/Donateur   |  Contact | Engels

 

 

Kunstenaars

Architectuur

Boeken

Design

Films

Fotografie

Letters

Schilderijen

Bomen

Religie

Thema's

China

Japan

Rusland

 

 

                                                                                                                                                                      

                                                                                                                                                                             

GESCHIEDENIS  VAN CHINA

 

    

 

 

 

 




mausoleum mao, beijing, sept.08

Onderwerpen:
INHOUD:

China vanaf 1950 
 

Geschiedenis (alg.)

-
Het feodale China (ca. 1045-221 v. Chr.)

- Het vroege keizerrijk

- Het graf van de Eerste Keizer

- De Han-dynastie

- De Westelijke Han

- De Oostelijke Han

- De Xin-dynastie
 

Bronnen

Prominente personen  

Zijde 
 

Prominente Personen:

Confucius

Du Fu

Chiang Kai-shek

Aisin-Gioro Puyi (Pu Yi)

Confucius

Deng Xiaoping

Cao Xueqin

Mao Zedong

Qin Shihuang

 

geschiedenis

Algemeen

De geschiedenis van China, met name die van het Chinese keizerrijk, boeit velen.
We spreken van de eenwording van China in 221 v. Chr., door de Qin-dynastie, en de hereniging van China in 589 door de Sui-dynastie. De term 'China' dateert echter niet uit deze periode. De heersers en onderdanen van deze dynastieën noemden zich geen van allen 'Chinezen' of 'Chinees'.
De keizers van China waren de dragers van het Hemels Mandaat over het Al-onder-de-Hemel, oftewel over de beschaafde wereld. Alles wat zich daarbuiten bevond, werd 'barbaars' genoemd.
In hoeverre er sprake was van een werkelijke eenheid is nog maar de vraag, al zal menig Chinees dat bestrijden. Zij zullen hun rijk liever zien als een eenheid die al duizenden jaren bestaat.
In het traditionele China zag men zich waarschijnlijk als onderdaan van een dynastie.
Veel Chinezen zijn buitengewoon trots op de geschiedenis van hun land. Toch zijn bronnen niet altijd even gemakkelijk te vinden. Er werd namelijk gedacht dat dynastieën volgens een vast patroon van opkomst, bloei en verval verliepen. Na afloop van een dynastie werd een historisch overzicht gemaakt, waarna de oorspronkelijke bronnen overbodig waren geworden. Archieven verdwenen op die manier.
Gelukkig is niet alles vernietigd. Zo is er in de grotten van Dunhuang een schat aan geschriften gevonden. Evenals bijv. in Turfan, waar de mensen in de 7de en 8ste eeuw na Chr. hun documenten hergebruikten in het graf.


Dunhuang

Aanvankelijk bleek het bestuur van dit rijk goed georganiseerd. En dit ging niet ten koste van te hoge lasten voor de bevolking, zoals zo vaak het geval is.
Later ontstonden er echter problemen, zoals groeiende druk op de financiën door militaire expedities, de spilzucht van het hof en het aanleggen van prestigebouwwerken. De belastingdruk nam toe, de effectiviteit van het bestuur nam af, met desastreuze gevolgen.
Wat volgde was het verdwijnen van de ene dynastie om plaats te maken voor een volgende.
Een geschiedenis wordt herleid naar aanleiding van wat er overgeleverd is via geschriften en archeologische vondsten.
Van China zijn er al teksten vanaf de late dertiende eeuw voor Chr. (op orakelbeenderen en bronzen voorwerpen).
Een andere interessante geschreven bron over het vroege China is de 'Optekeningen van de Historicus (shiji)' van rond 100 v. Chr.
Meer informatie hierover:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Shiji
Inmiddels staat vast dat al zo'n 8000 jaar geleden gemeenschappen in heel China zijn begonnen met een - zij het eenvoudige- vorm van landbouw. Zij waren dus geen verzamelaars meer, maar plantten zaden. In het noorden werd gierst verbouwd, in het zuiden rijst.
Een volgende belangrijke ontwikkeling doet zich voor in de Noord-Chinese laagvlakte. Er wordt namelijk zwart aardewerk gefabriceerd, evenals voorwerpen van o.a. jade. Deze culturen staan bekend als de Longshan-culturen. Deze duurden van ongeveer 3000 tot 2000 v.Chr.


Opgegraven in Jiaoxian, provincie Shandong, 1975

Deze beker, gemaakt van een bijzonder dun materiaal dat bekend staat als "eierschaal aardewerk", werd gemaakt in afzonderlijke delen. De voet en de vaas werden afzonderlijk vervaardigd en daarna aan elkaar bevestigd.
Nat hout werd tijdens het bakken aan de oven toegevoegd, hetgeen op een relatief lage temperatuur plaatsvond, waardoor koolstof uit de rook door kon dringen in het aardewerk en het zwart kleurde.

Naast voorwerpen worden er ook restanten van nederzettingen gevonden met muren van gestampte aarde.
Uit deze noordelijke culturen ontstaan op een gegeven moment de Shang en de Zhou, beide met een koning aan de top. Deze ontwikkelen en gebruiken op hun beurt het schrift.
Een volgende belangrijke ontwikkeling is de beheersing van de metaalbewerking.
In de 15de en 14de eeuw v. Chr. leert men bronzen voorwerpen te gieten, in plaats van te hameren. Een unieke Chinese ontwikkeling!
De vondst van orakelinscripties in de vroege twintigste eeuw heeft het mogelijk gemaakt de Shang beter te leren kennen. Schouderbotten van buffels of schilden van schildpadden werden in het vuur gegooid. De botten barstten en uit deze barsten werden vervolgens de antwoorden van de goden op van te voren gestelde vragen afgeleid.
De etnische groep de Yi in het zuiden van China beoefent deze techniek soms nog.
Hoe lang de Shang een echte politieke eenheid was en haar heersers een echte dynastie vormen valt niet met zekerheid te zeggen. Zeker de stichter, koning Tang, lijkt een mythisch figuur te zijn. Tang betekent 'heet water' en wijst op de zogenaamde 'vallei van het hete water' waar de tien zonnen uit de mythologie om de beurt opgaan.
De teksten op de orakelbeenderen en de rijke archeologische vondsten getuigen van een uitgebreid systeem van offers aan goden en aan de zielen van de voorouders. De koning, die via het orakel zijn voorouders raadpleegt, is daarbij de centrale figuur. Aan vrijwel elk aspect van het optreden van een vorst gingen voorspellingen vooraf en bijbehorende speciale offers, die voornamelijk werden gebracht aan de koninklijke Shang-voorouders. Dit waren namelijk machtige godheden en middelaars tussen de hoge god Di en de mens. In de rituelen spelen offers van een alcoholische drank, evenals offers van mensen en dieren een belangrijke rol. Volgens een schatting liggen er in de offerkuilen van Anyang zo'n 10.000 mensenoffers uit een periode van circa 150 jaar. Drank- en dieroffers werden veelal aangeboden in fraai versierde bronzen offervaten.
Een permanente hoofdstad bestaat er nog niet in deze tijd. Wat er wel gebeurde was het volgende. De priesters vormden geleidelijk om tot een soort adel en deze adel vestigde zich te midden van de dorpen, in ommuurde centra. De architectuur van de Shang-centra wordt gekenmerkt door houtconstructies op een terras van aangestampte aarde.
Ook tegenwoordig tref je in arme Noord-Chinese dorpen nog huizen aan met muren van gestampte aarde, al verdwijnen deze meer en meer.

Het feodale China (ca. 1045-221 v. Chr.)
Omstreeks 1045 v. Chr. wordt de Shang ten val gebracht door de Zhou. Het verhaal van de val van de Shang is een politieke mythe die veel invloed heeft gehad op de Chinese manier van denken. De laatste Shang-koning is namelijk een dronkenlap en getrouwd met een slechte vrouw. Daarom hebben de heren van Zhou het morele recht om - in opdracht van de Hemel - in verzet te komen. Het Hemels Mandaat is overgegaan op de heersers van Zhou.
De politieke mythe van het Hemels Mandaat wordt later door de Qin en de daaropvolgende dynastieën overgenomen en blijft tot het einde van het keizerrijk in 1911 de basis van alle politieke legitimatie.
De periode tussen 481 en 221 v. Chr. wordt meestal aangeduid als de tijd van de Strijdende Staten. Zoals de naam al aangeeft, werd er in deze periode regelmatig oorlog gevoerd. Het voornaamste doel van de strijd was de vorming van grotere eenheden of allianties. Overwonnen rivalen werden aan het rijk toegevoegd, evenals gebieden die nog niet ver ontgonnen waren.
Technische innovaties, zoals de kruisboog, maakten de infanterie effectiever. Daarnaast werd het inzetten van cavalerie overgenomen van noordelijke nomaden. Enorme legers van soms wel 100.000 man veroverden de staten die niet over een dergelijke krijgsmacht konden beschikken. Het resultaat was de zogeheten 'Strijdende Staten', nieuwe, omvangrijke, maar instabiele staten, met vaste grenzen en van elkaar gescheiden door muren.
Uiteindelijk gaat de strijd tussen twee staten: De Qin, met onder andere expansieruimte naar het zuiden, waar zich vruchtbare landbouwgrond bevindt. De huidige provincie Sichuan. En de Chu, met expansiemogelijkheden naar de heuvels en vruchtbare rivierdalen van het zuiden.
Het inzetten van grotere legers vraagt om een goede organisatie. De heersers worden absolute machthebbers. De oude heersersfamilies strijden uiteraard om de macht, enkel het oude adellijke huis van de Qin overleeft deze strijd.
In de late vierde eeuw en de derde eeuw v. Chr. neemt het schrift een steeds belangrijker plaats in, zoals in de rechtspraak, religie, grafinventarissen en de geneeskunde.
De nieuwe bestuurders onder de nieuwe heersersfamilies stammen nog steeds uit een maatschappelijke elite, maar zij worden benoemd op grond van hun bestuurlijk-politieke talent in plaats van hun afstamming. Ze zijn dan ook vergelijkbaar met de centraal benoemde ambtenaren van het latere keizerrijk.

© tekst en foto's, sept. 2011 - nu

Confucius (meestal Meester Kong of zelfs alleen 'de Meester' genoemd)
leefde van 551-479 v. Chr. en was afkomstig uit de kleine staat Lu. De Chinese naam van Confucius was Kongzi of Kongfuzi, hetgeen door Jezuïeten uit de 16de eeuw werd verbasterd tot 'Confucius'. In Lun Yu (Analecta of De Analecten) staan zijn uitspraken opgetekend.
Confucius stoorde zich aan de sociale en politieke chaos van zijn tijd en hij vond dat de ontaarding van de maatschappij samenging met de ontaarding van de li (dat is de manier om zich in verschillende situaties correct te gedragen). Daarom reisde hij naar verschillende staten in de hoop de heersers ertoe over te halen zijn grondregels in te zetten voor vrede en sociale harmonie.
'Het land is van alle mensen samen. De getalenteerde en welwillende mensen worden gekozen (door de vorst) om het land te regeren. Tussen mensen is er betrouwbaarheid en vriendelijkheid. Men verzorgt eigen ouders en zelfs ook ouders van anderen. Men voedt eigen kinderen op en zelfs ook kinderen van anderen. Weduwen, wezen en eenzame mensen hoeven geen zorgen te hebben. De jonge mensen leren vaardigheden en de volwassenen krijgen de kans om zich nuttig te maken.'
Confucius zocht in de antieke wereld naar praktijkvoorbeelden van sociale harmonie en een welgezinde regering.
De kern van de leer van Confucius was een diepgevoelde ren (humaniteit), wat betekent dat men handelt vanuit een sensitiviteit voor de nuances van de menselijke relaties. Voor Confucius was een basisrelatie die tussen ouder en kind. In zijn visie moest het kind respect aan zijn ouders tonen (gehoorzaamheid en plicht), terwijl de ouder het kind liefdevolle en aandachtige zorg verschuldigd was.


Confuciustempel Jianshui

De ideeën van Confucius werden verder uitgewerkt door Mengzi (of Mencius, 372-ca. 289 v. Chr) en Xunzi (ca. 310-215 v. Chr). Mengzi is de bekendste confucianist naast Confucius zelf. Hij verklaarde o.a. dat een koning slechts heerste met het 'Mandaat des Hemels': als een vorst zijn volk niet met welwillendheid tegemoet trad, was het volk gerechtigd hem omver te werpen. Hij breidde het confucianisme uit met concretere morele eisen. Vanaf de Han-dynastie is het confucianisme de morele en ethische standaard geworden. Sindsdien werden ambtenaren gekozen op grond van hun kennis van de leer van Confucius.
Xunzi was de derde van de grote klassieke confucianisten. Zijn ideeën over de menselijke natuur ('de mens is van nature slecht') en de noodzaak van strenge wetten om haar te beheersen werden minder goed ontvangen in de Chinese geschiedenis.

Het vroege keizerrijk (221 v. Chr. - 220 na Chr.), de Eerste Keizer.
In 221 v. Chr. roept de koning van de Qin zich uit tot de Eerste Keizer van de Qin.
De titel 'keizer' werd hiermee de benaming voor de hoogste menselijke heerser.
Tijdens het bewind van de Eerste Keizer werd een aantal maatregelen genomen tot unificatie van het rijk. Deze omvatten bijvoorbeeld de standaardisatie van het bestuur en het recht. Met de voormalige staten werd afgerekend door hun stadsmuren en andere militaire bouwwerken te vernietigen en hun wapens om te smelten. Er werden verder strenge en strikt toegepaste wetten en regels doorgevoerd, die voor het hele rijk golden.

Het graf van de Eerste Keizer.
In het Westen is de Eerste Keizer van de Qin vooral beroemd om zijn uitgestrekte onderaardse mausoleum. Het graf en het bijbehorende tempelcomplex in de buurt van het huidige Xi'an, vlak bij de voormalige hoofdstad van zijn rijk, zijn al in de burgeroorlog na de val van de dynastie geplunderd en grotendeels verbrand. Hoewel de grafheuvel is gebleven, is het onderaardse mausoleum daarna totaal vergeten.
In 1974 werd er bij toeval een grafkuil ontdekt iets ten oosten van het keizerlijke mausoleum in Lintong,  bij de stad Xi'an dus, in de provincie Shaanxi. Toen men verder ging graven, kwam hieruit een leger te voorschijn van meer dan 7000 terracotta soldaten. Chinese archeologen zijn nog steeds bezig het hele complex in zijn volle omvang in kaart te brengen.


Het eigenlijke graf van de Eerste Keizer is nog steeds niet opgegraven, maar uit schriftelijke bronnen weten we dat het een representatie moet zijn geweest van de kosmos. Boven de grond zijn tempels gebouwd voor de offercultus aan de keizer. Onder de grond zijn ruimtes met grotere en kleinere groepen beelden.
In drie grote kuilen zijn de onderdelen van een hele legerdivisie teruggevonden in de vorm van beelden. Alle beelden bestaan uit een aantal standaardonderdelen, gemaakt van klei en met behulp van mallen, waarna ze zijn gebakken en in wisselende combinaties in elkaar gezet. Ook al bestaan ze uit een beperkt aantal standaardelementen, toch zien de figuren er levensecht en allemaal verschillend uit. De individuele gelaatstrekken en haarstijlen dragen hiertoe bij. Veel beelden zijn beschadigd, maar worden nu gerestaureerd.
In zijn beschrijving van het mausoleum van Qin Shihuangdi zegt de Han-historicus Sima Qian, dat er rivieren en meren van kwikzilver waren en dat er automatisch werkende bewakers met kruisbogen in de doorgangen opgesteld stonden.

Han-dynastie (202/206 v. Chr. - 220 n. Chr.), algemeen
Na de teloorgang van de Qin-dynastie in 206 v. Chr.  werden deze keizers opgevolgd door die van de Han-dynastie. Deze dynastie is op het gebied van staatkunde, economie en cultuur hét grote voorbeeld geweest van de latere Chinese keizers die het land regeerden tot 1912. De positionering van de graven van deze periode, het uiterlijk ervan en de grafgiften geven inzicht in de manier waarop het leven van de keizerlijke familie en het systeem van het keizerlijke hof was georganiseerd. De beelden van personen, voor het eerst ook van een vrouw, geven bovendien een indruk van meer alledaagse zaken, zoals de kleding die de adel droeg: Lange tunieken en wijde broeken. Ook waren er offerkuilen, waarin zich zeer realistisch uitgebeelde zwanen, ganzen en kraanvogels bevonden.
De Han-dynastie had een sterk ontwikkelde confucianistische cultuur, met daarnaast intensieve contacten met het buitenland. Er werden grote militaire acties gehouden tegen o.a. de Xiongnu-nomaden. Het onderwijs en de politieke systemen werden sterk bepaald door het confucianisme, tevens waren er strenge regels en rigoureuze wetten.
De invasies van de Xiongnu hadden al vanaf de vijfde eeuw voor Christus voor grote problemen gezorgd. Tijdens de Han-dynastie strekte hun rijk zich uit over een gebied van wel 2400 km van oost naar west. Het omvatte ondermeer het westen van Mantsjoerije, Mongolië en een groot deel van Siberië.
Han Wudi viel de Xiongnu aan en plaatste overwonnen gebieden onder Chinees bestuur. Chinezen moesten naar deze gebieden verhuizen.
Behalve militaire acties gebruikte Wudi ook andere strategieën. Zo stuurde hij Zhang Qian naar het westen, met de bedoeling om een bondgenootschap te sluiten met een andere stam. Zo zouden ze zich samen sterk kunnen maken tegen de Xiongnu. Helaas pakte dat anders uit. Zhang Qian werd onderweg door de Xiongnu gevangen genomen en slaagde er pas na tien jaar in te vluchten. Hij keerde echter niet onmiddellijk terug. Pas na dertien jaar arriveerde hij weer in China.
Het succes van deze en een latere expeditie bestond eruit, dat de keizer kon beschikken over paarden. Verder zou Zhang Qian planten als druiven, komkommers, wortelen en dergelijke hebben geïntroduceerd in China. Hieraan wordt echter wel getwijfeld. Hij heeft waarschijnlijk wel bijgedragen aan contacten tussen China en westelijke stammen. Zo ontstond geleidelijk aan de bekende Zijderoute.

De Westelijke Han (202 v. Chr. - 9 na Chr.)
Liu Bang, de stichter van de Han-dynastie, was van boerenafkomst. De hoofdstad van de Han werd gevestigd in Chang'an, dichtbij de oorspronkelijke uitvalsbasis van Liu Bang.
( http://nl.wikipedia.org/wiki/Han_Gaozu    http://nl.wikipedia.org/wiki/Chu-Han-oorlog )
In de graven van diverse vroege Han-keizers komt de continuïteit tussen de Han en de Qin tot uiting. Net als de Eerste Keizer van de Qin worden de Han-keizers na hun dood begeleid door een uitgebreid leger en een hofhouding. Alleen zijn de beelden nu kleiner.
Gedurende de regeringsperiode van keizer Wu (zie Oostelijke Han) worden een veel expansiever binnen- en buitenlands beleid gevoerd dan de voorafgaande decennia. Dit beleid kostte veel geld en mensenlevens. Toch zien velen de regering van keizer Wu als een van de grootste bloeiperiodes in de Chinese geschiedenis.

De Xindynastie (9 - 23 n. Chr.)
Na de westelijke Han neemt de regent van een kind-keizer voor een tijdje de honneurs waar (en de macht over). Deze Wang Mang stichtte in de 9de eeuw een eigen dynastie, de Xin, hetgeen 'vernieuwing' betekent. Wang Mang voerde inderdaad vernieuwingen door en maakte gebruik van voortekenen en aan Confucius toegeschreven voorspellingen om zijn beleid te rechtvaardigen.
De motieven van deze leider waren waarschijnlijk zeker nobel te noemen. Zo probeerde hij de uitbuiting van de boeren door het grootgrondbezit aan banden te leggen. Zonder reële machtsbasis in het rijk waren zijn pogingen tot hervorming door continue tegenwerking van ongeveer alle sociale groepen in de maatschappij echter tot mislukking gedoemd. Zelfs het weer leek zich tegen hem te keren: droogte en overstromingen wisselden elkaar af, die zorgden voor grote hongersnoden. Deze dynastie was dan ook geen lang leven beschoren.
Een gevolg van de ineenstorting van de Xindynastie was het ontstaan van vele benden wanhopigen, die door plundering in leven probeerden te blijven. De meest bekende van deze groepen waren de zogenaamde 'Rode Wenkbrauwen', hongerige boeren, die vanaf 18 na Chr. het Chinese platteland onveilig maakten. Ondertussen betwistten meerdere pretendenten de troon. In 23 werd Wang Mang door opstandelingen in zijn paleis in Chang'an vermoord.

De Oostelijke Han (23-220 n. Chr.)
Na de catastrofaal verlopen periode van de regering van Wang Mang wist een lid van het oude keizerlijke huis Liu, na een burgeroorlog die ongeveer twee jaar duurde, de macht aan zich te trekken en als keizer Guang Wu of Guang Wudi de keizerlijke troon te bestijgen. Omdat de hoofdstad Chang'an tijdens deze oorlog door barbaren uit het noordwesten verwoest was, verplaatste Wudi de hoofdstad van Chang'an naar Luoyang (provincie Henan). Vanwege deze verhuizing werd de dynastie de Latere of Oostelijke Han-dynastie genoemd  (23 - 220 na Chr.). Onder het krachtige bewind van Wudi en van zijn directe opvolgers vond er een voorspoedig herstel plaats.
De keizer van de nieuwe dynastie was een afstammeling van Liu Bang, de stichter van de Han-dynastie. Er was dus in zekere zin sprake van een herstel van de Han-dynastie.
Na het debacle van Wang Mang en de restauratie van de Liu-familie op de keizerlijke troon ging het economisch weer voor de wind en het rijk bereikte opnieuw het prestige en de afmetingen van de vroegere Han. De Zijderoute kwam weer onder Chinese controle en de handel bloeide als vanouds. Chinese legerafdelingen bereikten tijdens de eerste eeuw zelfs de Kaspische zee en daarmee de grenzen van het Romeinse Rijk.
Tijdens deze periode drong het boeddhisme voor het eerst door in China, om een blijvende stempel te drukken op de Chinese samenleving.
Vanaf circa 90 v. Chr.  was de keizer steeds meer gaan steunen op zijn eunuchen (gecastreerde haremdienaren).  Hierdoor was de invloed van de eunuchen gestaag toegenomen, ten koste van bepaalde families.
De Han werden in het noorden bedreigd door de Xiongnu, die roofovervallen pleegden en grond veroverden. De Han probeerde ze aanvankelijk te vriend te houden door grenshandel toe te staan en vrouwen aan de Xiongnu uit te huwelijken.
Een beroemd voorbeeld van dat laatste is Wang Zhaojun, afkomstig uit de harem van de keizer en beeldschoon. Helaas besloot de keizer haar tot politieke bruid te maken van een lid van de Xiongnu.


Wang Zhaojun

Zij ging de Chinese overlevering in als onderwerp voor tal van gedichten, verhalen, schilderijen en zelfs films.
Een andere beroemde naam is die van Zhang Qian, ontdekkingsreiziger en diplomaat. Hij bracht vele jaren in gevangenschap door, maar zorgde uiteindelijk wel voor een beter paardenras in China. Dit was belangrijk, omdat deze paarden geschikt waren voor de cavalerie.

De Xiongnu verloren hun macht in het westen.
Er was sprake van een opkomende handel in dit gebied. Langs deze handelsroute trokken boeddhistische leraren naar China en soms ook Chinese monniken de andere kant op. Deze handelsroute staat nu bekend als de Zijderoute.
Er waren volkeren die vluchtten voor de Chinese legers, o.a. in de richting van het gebied dat wij nu kennen als Tibet.
De kolonisatie van het zuiden lukte maar mondjesmaat. Het gebied was moeilijk toegankelijk, omdat het bergachtig was en men stuitte op rivieren, meren en moerassen. Bovendien heerste er een subtropisch klimaat en kwamen er ernstige ziekten voor. Wanneer iemand uit het noorden verbannen werd naar het zuiden, stond dat in feite gelijk aan een doodvonnis.
Uit archeologisch onderzoek is gebleken, dat er handwerkslieden werkten voor de hoofdstedelijke markt, voor het keizerlijk hof en voor publieke projecten als paleizen, tempels en graven. Dit werk was onderdeel van hun belastingverplichting. Uiteraard werkten er ook vele dwangarbeiders. Uit massagraven is gebleken dat er duizenden van deze dwangarbeiders hun werk niet overleefden.
Verder werd er roofbouw gepleegd op de omgeving. Er was immers een enorme behoefte aan hout, zowel voor de bouw als als brandstof. Dit leidde tot ontbossing rond de hoofdsteden Chang'an en Luoyang.
In deze periode werd lakwerk als materiaal voor luxe-eetgerei, dozen en bijvoorbeeld grafkisten belangrijk. Lak werd gemaakt van het sap and de zogenaamde lakboom. Lakwerk werd tijdens de Han-dynastieeen belangrijke grafgift. Daarnaast was zijde belangrijk, zowel voor kleding als om als betaalmiddel te dienen of om grafgiften in te verpakken.

© tekst en foto's, maart 2012 - nu
 

Han-dynastie (2), een periode van verval.
Zoals eerder, met name in de laatste jaren van de Vroegere Han-dynastie, werd tijdens de 2e eeuw het hof geteisterd door een onverzoenlijke rivaliteit tussen de (confucianistische) ambtelijke elite, eunuchen, de clan van de keizerin en lokale militaire machthebbers. Met name de boeren werden weer het slachtoffer van de steeds machtiger wordende grootgrondbezitters. Bijkomende natuurrampen beroofden massa's boeren van hun normale broodwinning en dwongen hen vaak aansluiting te zoeken bij roversbenden. De vlucht naar allerlei mystieke stromingen zoals die ontstaan waren binnen het het daoïsme was een middel om te ontsnappen aan deze maatschappij in verval. Het confucianisme verloor haar prestige en liet een vacuüm achter waarin het boeddhisme zich snel verspreidde.
Geïnspireerd door het mystieke daoïsme en gevoed door een leger van duizenden wanhopigen brak rond het jaar 184 de opstand van de 'Gele Tulbanden' uit. Ondanks het feit dat deze opstand na een aantal jaren weer onderdrukt werd, bracht het een genadeklap toe aan het centrale gezag en feitelijk aan de dynastie. Hoewel de Han-dynastie formeel nog bestond, bleven de generaals, die de opstand van de 'Gele Tulbanden' neergeslagen hadden, als lokale krijgsheren de macht in handen houden. Ook de (minderjarige) keizers aan het hof werden een speelbal van dergelijke krijgsheren. Een periode van verval was aangebroken. 
Toch zit deze cultuur sterk verankerd in de Chinese cultuur. Zelfs nu nog spreken ze immers over Han- Chinezen, of 'het volk van Han'.

De periode van verdeeldheid (220-589)
In de laatste honderd jaar van de Han-dynastie belandden vaak kindheersers op de troon. Hun moeders of andere familieleden hadden aanvankelijk de werkelijke macht in handen, maar als de keizer ouder werd, veroverde hij zijn positie terug met behulp van eunuchen. De eunuchen kregen in die tijd veel invloed.
Dit leidde tot conflicten met veel academici, die hard hadden gestudeerd om ambtenaar te kunnen worden. Die positie kreeg overigens niet iedereen door studie; sommigen slaagden er ook in deze positie te kopen. De laatste zogen de bevolking uit, om op die manier hun investering terug te verdienen.
De hongerige boeren en burgers kwamen in opstand en dit alles leidde tot een lange periode van verdeeldheid in China.
De periode van verdeeldheid begon met de tijd van de Drie Koninkrijken. Er ontwikkelden zich namelijk drie machtscentra.
Over de Drie Koninkrijken weten veel Chinezen uit onze tijd wel iets te vertellen. Dat komt door een populaire roman, ook in het Engels vertaald, getiteld 'Romance of the Three Kingdoms', geschreven door Luo Guanzhong. Luo werd tussen 1330-14-- geboren, en vermengde de geschiedenis zoals hij die leerde met volksverhalen en fantasie.
De roman begint met het verhaal van de beroemde eed in de perzikboomgaard.
Op een dag stond Liu Bei te kijken naar een aanplakbiljet waarin de plaatselijke prefect om vrijwilligers vroeg om te vechten tegen het naderende leger van de Gele Tulbandrebellen. Toen hij stond te zuchten om de ellende van het land en zijn eigen machteloosheid, werd hij aangesproken door een vreemdeling, Zhang Fei. Toen ze daarna naar de herberg gingen om samen een beker wijn te drinken en te bespreken wat ze konden doen om het land te redden, ontmoetten ze een derde persoon, een reus van een man met een grote baard, Guan Yu, die hun gevoelens deelde. Ze besloten met hun drieën om een eed van broederschap te zweren. En zo geschiedde.
Guan en Zhang waren uitmuntende krijgers.
Zhuge Liang was een slimme strateeg, die volgens de roman echter als een kluizenaar leefde en bekend stond als de Meester van de Slapende Draak, naar een nabij gelegen bergrug. Hij woonde in een hutje in een traditioneel Chinees landschap: tussen de pijnbomen en weelderige bamboebossen, waar de gibbons in de bomen speelden en de kraanvogels door de ondiepe beken waadden.


©Yu Jigao

Liu probeert Zhuge Liang te spreken te krijgen. Hij komt tot drie keer langs, maar treft hem telkens niet thuis. Uiteindelijk krijgt Liu hem toch te spreken en weet hem voor zijn zaak te winnen. Met de hulp van deze mensen verkreeg Liu macht en stichtte hij een Han-koninkrijk in Sichuan.
Cao Cao was de koning van Wei. Formeel was hij ondergeschikt aan de jonge verheven heerser van Han, maar in werkelijkheid vreesde deze Cao Cao.
De Cao Cao van dit verhaal is sluw, wreed en doortrapt. In Chinese opera's wordt zijn gezicht altijd wit geschminkt, omdat een wit gezicht sluwheid symboliseert. Iemand met een wit gezicht is vaak een bedrieger of een politicus.
Guan staat bekend om zijn loyaliteit. Guan Yui is een Chinese volksheld en zelf een boeddhistische godheid, een poortwachter. Zijn gezicht is altijd rood, rood symboliseert loyaliteit en hartelijkheid.


Graven, orakelbeenderen en bronzen
Vanaf de Eerste Keizer tot en met politiek leider Mao Zedong in 1976 speelden de graftombes voor de heersers een belangrijke rol in zowel de Chinese samenleving als de architectuur en geven ze ons kennis van de tijd waarin ze zijn ontstaan.
De macht en roem van de keizers gold niet alleen tijdens hun regeerperiode, maar reikte tot ver in het dodenrijk. Een mausoleum was dus een paleis voor de eeuwigheid, dat ingericht diende te worden met vertrekken en voorwerpen die niet alleen deze paleisfunctie waardig waren, maar er ook op leken.
Koning Zheng stichtte rond 220 v.Chr. het Chinese Keizerrijk en noemde zich vanaf dat moment Qin Shi Huangdi, de Eerste Keizer. Hij stelde zich boven een koning en gelijk aan de goden, afgezien dan  van het feit, dat hij niet onsterfelijk was. Zijn leven na de dood zou een vervolg zijn van zijn leven op aarde.
Toen men onderzoek deed in het  mausoleum van deze Eerste Keizer werden dan ook  zowel mensenoffers als terracottabeelden aangetroffen. Beelden, die weergaven welke personen zich in de nabijheid van  de keizer hadden bevonden. Het meest bekend zijn de duizenden levensgrote soldaten van het Terracottaleger. De terracotta soldaten droegen zelfs echte wapens.
De functie van de legers was om de Eerste Keizer ook na zijn dood te beschermen tegen aanvallen van welke vijand dan ook.
Ook de keizers van de vroege Han-dynastie werden met uitgebreide legers en een eigen hofhuishouding begraven, deze beelden zijn echter vaak kleiner. En ook deze graven werden gegraven door dwangarbeiders, waarbij elke dag mensen doodgingen aan uitputting, ziektes of mishandeling.
 

In andere offerkuilen van de Eerste Keizer stonden ook beelden van levensgrote dienaren, wagenmenners en muzikanten. Deze graven gaven een mooi en imposant beeld van hoe de wereld rondom de keizer er uit heeft gezien.
 
De keizerlijke dynastieën regeerden het land  gedurende een periode van bijna 4000 jaar.
De oudste geschriften, die pas eind negentiende eeuw werden ontdekt, dateerden uit ongeveer 1200 v. Chr. Het waren waarzegteksten voor de laatste koningen van de Shang-dynastie, de zogenaamde orakelbeenderen. Er werd geschreven over belangrijke zaken zoals oorlog of overstromingen, maar ook over persoonlijke zaken.
Een derde bron van informatie over de geschiedenis van China waren de bronzen. De Shang regeerden eeuwenlang over een groot deel van Noord-China rond de huidige stad Zhengzhou, tot ze in 1045 v. Chr. werden verslagen door de Zhou. De heerschappij van de Zhou duurde meer dan acht eeuwen lang.  Tijdens de Shang-periode werden er veel bronzen objecten geproduceerd met decoratieve abstracte patronen, draken, vogels en fabeldieren. Tijdens de Zhouperiode bleef van deze motieven alleen de draak bestaan en werd het gietwerk vaker gedecoreerd met inlegwerk van andere materialen, zoals goud, zilver of steen. Een belangrijke bron voor het vastleggen van de functie waren de teksten op de bronzen voorwerpen zelf. Veel  van de objecten waren namelijk niet alleen versierd, maar bevatten ook inscripties. Deze teksten onthulden waarom vaten zijn gemaakt en waartoe ze dienden. De inscripties waren gericht aan de voorouders.
Centraal in het religieuze leven stond de vooroudercultus. Offers aan voorouders waren bedoeld om de dode voorvaderen terug te roepen in de tegenwoordigheid van de levenden. Bovendien waren de nakomelingen verplicht om hun eigen daden te rapporteren en daarmee hun voorouders te eren. Sommige van de oudst overgeleverde teksten, daterend uit de late Westelijke Zhou, geven meer bijzonderheden over de totstandkoming van de communicatie tussen levenden en doden.
Naarmate de eeuwen verstreken, werden de inscripties langer en vormden ze een mooie bron van informatie over onderwerpen als diplomatie en oorlogvoering.Deze schrifttekens zijn de voorlopers van de Chinese karakters.
Reeds 1500 jaar voor Chr. was China een ontwikkeld en welvarend rijk met een heerser, adel en ondergeschikten. Omstreeks 500 v. Chr. maakte China, dat toen bestond uit een verzameling losse staten, een woelige periode door met veel oorlog. In deze tijd leefde Confucius, die verkondigde dat de mensen volgens traditionele waarden moesten leven zodat er weer orde in de chaos van die tijd zou komen. Latere dynastieën namen zijn ideeën over als officiële staatsleer en bepaalden daarmee de levenshouding van alle Chinezen.

Graf China's laatste keizer, Pu Yi. (Artikel Trouw 1996)
China's laatste keizer, Pu Yi, heeft mogelijk zijn laatste bestemming gevonden: hij dient nu als publiekstrekker van een nieuwe luxe joint-venture begraafplaats. De Hongkongse zakenman die de begraafplaats opende, hoopt dat de laatste keizer, behalve voor bedevaartgangers die nu al op zijn graf afkomen, uiteindelijk ook voor klanten zal zorgen. Voor 20 000 yuan per vierkante meter kunnen minder adellijken begraven worden op de keizerlijke begraafplaats. http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2767240/1996/05/08/CHINA.dhtml 

-wordt vervolgd

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

zijde

Zijde uit China…

Van routes over de hele wereld is de Zijderoute er eentje, die altijd veel tot de verbeelding heeft gesproken. Vaak wordt gedacht, dat het dan om één lange route van oost naar west gaat, maar dat is niet het geval. Het gaat om een heel stelsel van meerdere wegen. Het gaat ook niet alleen om handel in zijde. Langs deze wegen werden allerlei producten verhandeld en zelfs niet alleen dat. Ook religies en ideeën, technologie en wetenschap verspreidden zich langs deze routes. Het boeddhisme was het belangrijkste, meest invloedrijke ‘bijproduct’.
Het begin van de Zijderoute wordt vaak aan de Han-dynastie gekoppeld. In feite vallen er twee dynastieën onder deze noemer: Een westelijke Han-dynastie, van 206 v.Chr. tot 9 n. Chr. en een oostelijke, van 25 tot 220.
Met name de missies van de ontdekkingsreiziger en diplomaat Zhang Qian, die op zoek was naar bondgenoten tegen China’s noordelijke vijand, de Xiongnu, hadden een aanzienlijke invloed op contacten in verre streken. Toch tonen archeologische vondsten en geschriften aan dat de handel tussen oost en west veel verder teruggaat in de tijd.
 
Zhang Qian werd geboren ten oosten van de stad Hanzhong, in de provincie Shaanxi. Tussen 140 en 134 v. Chr. vestigde hij zich in de hoofdstad Chang’An, het tegenwoordige Xi’an.


markt Xi'an

In die tijd bedreigden de nomadische Xiongnu-stammen het gebied, dat we nu kennen als Binnen-Mongolië en ze heersten over de westelijke regio, die aan het rijk van de Han-dynastie grensde. De Han keizer was zeer geïnteresseerd om handelscontacten met verre gebieden aan te gaan, maar werd hierin belemmerd door de vijandige Xiongnu.
De keizer stuurde Zhang Qian naar de westelijke gebieden om te proberen een verdrag te sluiten met de Yuezhi tegen de Xiongnu. Om het gebied van de Yuezhi te bereiken, moesten Zhang Qian en zijn mannen echter door vijandig gebied. Onderweg werd hij door de Xiongnu in de Gobi-woestijn gevangen genomen. Hij leefde tien jaar in gevangenschap en huwde een Xiongnu-vrouw die hem een zoon baarde. Zhang Qian wist samen met zijn vrouw en zoon  te ontsnappen en vervolgde zijn reis langs Kashgar, over het Pamirgebergte.


Kashgar

Uiteindelijk bereikte hij het land van de Yuezhi, een boerenbevolking, die sterke paarden hielden en onbekende gewassen verbouwden, zoals alfalfa (als diervoer). Helaas voor Zhang Qian en dus voor de keizer, waren de Yuezhi niet genegen om een oorlog tegen de Xiongnu te steunen. Zhang bracht wel een behoorlijke tijd bij dit volk door en legde hun manier van leven en werken vast, vóór hij terugkeerde naar Chang’An.
Zo kwam Zhang Qian in 125 v. Chr.  weer in China aan met gedetailleerde informatie over beschavingen in het verre westen, waarmee China wellicht handelsbetrekkingen zou kunnen opbouwen. Met name de wilde paarden uit de Ferganavallei trokken de interesse van de keizer.  


paarden in Kirgizië

Maar de keizer hoorde ook, dat er verschillende staten waren met allerlei producten, en mensen, die land bebouwden en op een soortgelijke wijze leefden als de Chinezen. Al deze staten stelden militair gesproken niet zoveel voor. De Chinezen hadden dus weinig van hen te vrezen. Daarbij kwam, dat ze nogal onder de indruk waren van de goederen van de Han. Heel geschikte handelspartners dus.
In 119 v.Chr. werd Zhang Qian voor een tweede keer op een missie naar het westen gestuurd naar het Wusun-volk. Hij vertrok met een delegatie (± 300 man) naar Dunhuang en nam in de stoet grote hoeveelheden goud, zijde en andere geschenken mee. Na een vermoeiende reis van vier jaar keerde Zhang Qian wederom terug in China. Het was hem gelukt het Chinese Keizerrijk in contact te brengen met andere beschavingen in Centraal-Azië, zoals o.a. de volken Dayuan (in het huidige Oezbekistan), Kangju (in het huidige Kazachstan), Daxia (in Bactrië), de Anxi (in het huidige Iran) en Yuandu (in het huidige India).
De Han-dynastie, waarnaar de leden van de etnische meerderheid in China zijn vernoemd, stond bekend om zijn militaire heldhaftigheid. Het imperium breidde zich westelijk uit tot het Tarim-bassin (in het moderne autonome gebied Xinjiang, zie kaart).


xxx  Xinjiang


Dit maakte redelijk veilig karavaanverkeer door Centraal-Azië mogelijk.

De route van het karavaanverkeer wordt vaak de Zijderoute genoemd, omdat de route dus werd gebruikt om Chinese zijde uit te voeren naar o.a. het Romeinse Rijk. De Chinese legers vielen ook delen van noordelijk Vietnam en noordelijk Korea binnen en voegden ze tegen het eind van de tweede eeuw voor Christus bij het rijk . Zo breidde het handelsgebied zich gestaag uit. Controle van de Han-dynastie over grensgebieden was over het algemeen echter moeizaam. Om vrede met niet-Chinese lokale bevolking te verzekeren, ontwikkelde het hof van Han een wederzijds voordelig "schatplichtigensysteem". De niet-Chinese staten mochten autonoom blijven in ruil voor symbolische goedkeuring van de Han-controle. De schatplichtige banden werden bevestigd en werden versterkt door gemengde huwelijken op regeringsniveau en periodieke uitwisselingen van giften en goederen.

Zoals gezegd, bestond er al ver voor deze tijd een soort zijderoute. Archeologen vonden bijvoorbeeld nabij Stuttgart resten van zijden stoffen in een graf uit de 6de eeuw v. Chr. Op dat tijdstip was de zijdeproductie alleen in China bekend. Een dergelijke vondst wijst dus op het bestaan van handelswegen die via talrijke tussenpersonen Europa en China met elkaar verbonden.
 
De zijderoute zoals wij die kennen,  startte in de hoofdstad Chang’An. Hij liep van oost naar west en splitste zich bij de stad Dunhuang in een zuidelijke en een noordelijke tak. In de oasestad Kashgar kwamen de routes weer samen. Daarna ontstonden weer allerlei vertakkingen, o.a. in een noordelijke route naar Samarkand.
 


Samarkand


De Chinezen probeerden de regio permanent onder controle te houden, de vrede werd  echter regelmatig bedreigd.  Maar ook wanneer de Chinezen de route niet zelf in handen hadden, bleef de handel doorgaan. De vraag naar Chinese zijde en later ook thee als voornaamste exportproducten bleef bestaan.

Hoe ging de zijdeproductie in zijn werk?
De zogenaamde zijdevlinder was in het westen niet bekend. Het is een weinig indrukwekkend beestje. De enige bezigheid van deze vlinder is de voortplanting. Het mannetje sterft kort na de paring, het vrouwtje legt verscheidene dagen achtereen drie- tot vijfhonderd eitjes en sterft dan eveneens. De zijderupsen die uit de eieren kruipen, hebben een leven van zes tot zeven weken. Ze vervellen in die tijd een aantal keren. Als de gedaanteverwisseling nabij is, houden ze op met eten. De rups zoekt een plek waar hij aan zijn spinsel kan beginnen. Op de eerste dag spint de rups een web, waaraan de cocon zich moet gaan hechten. En dan bouwt hij door, waarbij hij voortdurend zijn kop beweegt. Het spinsel komt namelijk uit zijn bek. Zo omhult hij zichzelf met een cocon, waarin hij een laatste keer zijn huid afwerpt, om na twee tot drie weken veranderd te zijn in een vlinder.
In Aziatische landen, waar de witte moerbeiboom groeit, kon deze zijderups ongestoord leven, tot de mens het nut ervan inzag. In literatuur over de geschiedenis van China wordt beschreven, dat de Keizer van de Aarde, Huang-Ti, zijn eerste gemalin Lei-Tzu aanmoedigde haar aandacht aan de zijderupsen te schenken. Het verhaal wil, dat Lei-Tzu in de tuin van haar thee zat te genieten, toen er een cocon van een moerbeiboom in haar kopje viel. In plaats van de thee weg te gooien, keek Lei-Tzu vol verwondering, hoe de cocon als het ware uitrafelde. Toen ze de draad uit haar thee viste, bemerkte ze hoe mooi het materiaal was. Ze zag in gedachten al een fraaie jurk van deze stof.
De keizer moedigde haar aan om eens te proberen wat de mogelijkheden van het materiaal waren. Lei-Tzu haalde daarop de rupsen van de bomen in de paleistuin en bracht ze naar de keizerlijke vertrekken, waar ze ze beschermde en verzorgde. Dat werd het begin van de huiszijdeteelt. Spinnen en weven werd daarop de bezigheid van alle keizerinnen en tenslotte van heel veel Chinese vrouwen.
In de loop van slechts enkele generaties namen de zijdeteelt en de zijdeverwerking een hoge vlucht. De naam China werd identiek met het land van de zijde en met een enorme zijderijkdom. Door heel Azië trokken de zijdekooplieden met hun met zijde beladen karavanen. Dankzij de lange afstand en de problemen tijdens het reizen, maar ook, vanwege de wrede straffen die erop stonden, wanneer je iets over de zijdeteelt aan vreemdelingen liet uitlekken, bleef de zijdeproductie duizenden jaren lang tot China beperkt. En de keizerin is nog steeds beroemd, maar staat niet meer bekend onder haar eigen naam. Ze werd al spoedig Si-Ling Chi genoemd, de Dame van de Zijderupsen.

Tekst en foto's: c en a wagenvoorde 

Lezing over een reis langs de Zijderoute:     http://www.cedargallery.nl/nleducatie_zijderoute.htm

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 China vanaf 1950

'In de toekomst zal het Chinezen worden toegestaan naaldhakken, lippenstift en televisies te bezitten', zei Deng begin jaren vijftig. 'We maken een einde aan de verschillen tussen de steden en het platteland. Straks bezit iedereen een fiets. Gemotoriseerde voertuigen zullen de ploegen voorttrekken.'
Veertig jaar later was daar in zijn dorp nog weinig van te vinden. Vrouwen liepen op gescheurde laarzen en op juten slippers door het slijk. Make-up kenden ze slechts van spotjes die een provinciaal televisiestation uitzond. Fietsen waren er schaars. En op de akkers liepen magere boeren achter magere waterbuffels. Deng zette al die jaren geen voet in Xiexing, waar hij oorspronkelijk vandaan kwam.


Foto ©wagenvoorde

De levensloop van de leider weerspiegelt de tragedies die de Chinese boeren de vorige eeuw beleefden. Deng werd in 1904 geboren als telg van een man die later in aanmerking zou komen voor het predicaat 'klassenvijand': een niet onvermogende landheer, getrouwd met vier vrouwen. Zoon Xiaoping kreeg als puber les van Franse missionarissen in Chongqing. Op zestienjarige leeftijd vertrok hij naar Montargis, 120 kilometer ten zuiden van Parijs, om een werk- en studieprogramma te volgen. Deng was vaker te vinden in een nabije Renaultfabriek dan op de universiteit en hij groeide uit tot prominent figuur in de Franse tak van het Chinese communisme. In 1926 keerde hij enthousiast terug naar het Moederland. Als vertrouweling van Mao, topmilitair en briljant tacticus zou hij een sleutelrol vervullen in de Lange Mars en de strijd tegen de nationalistische Kwomintang (of Guomindang).
Anders dan in de Sovjet-Unie bestond de ruggengraat van de communistische partij en het Rode Leger uit ongeletterde boeren. Zij droegen het meest bij tot de overwinning. China's revolutie was een rurale revolutie.
Het agrarisch socialisme wordt na de machtsovername (1949) ingezet met de onteigening van landeigenaren. Velen sterven voor een vuurpeloton. Anderen ondergaan degradatie tot voetveeg of mestopruimer in een van de coöperaties. Zonder succes is de omwenteling niet - China ontworstelt zich in hoog tempo aan de feodaliteit. Volgens Mao Zedong zijn de boeren 'een blanco stuk papier, waarop men de mooiste tekeningen kan maken.' Hij dwingt hen tot de vorming van volkscommunes en lanceert medio1958 een rigoureuze industrialisatiecampagne: De Grote Sprong Voorwaarts.


Foto ©wagenvoorde

De Grote Sprong Voorwaarts (1958) kende twee hoofddoelen: vergroting van de staalproductie en invoering van het echte communisme op het platteland. Gezamenlijke inspanningen, zo wilde de filosofie, zouden  iedereen welvaart garanderen ('Alle boten drijven hoger als het water stijgt'). Het streven is de Volksrepubliek binnen korte tijd een landbouw- en staalproductie te bezorgen die de Sovjet-Unie en de geavanceerde westerse landen in de schaduw stelt. Iedere Chinees moest staal maken, had Mao bedacht. Zo verdween overal in het land het huisraad in lemen bouwseltjes die werden gestookt op hout. Hele landstreken werden er in één grote massabeweging voor ontbost. Boeren trokken er met de schep op uit om zomaar ergens naar ijzererts te gaan graven en artsen moesten midden in een operatie naar buiten om nieuw hout in hun oventje te doen, want de staalproductie mocht niet worden onderbroken. Huisraad was niet meer nodig, want iedereen was voortaan verplicht in collectieve kantines te eten, waar de bewoners van het platteland zich volgens Mao 'naar behoefte' te goed konden doen. In het Volksdagblad verschenen fantastische artikelen over de vraag hoe het voedseloverschot kon worden opgelost. In werkelijkheid waren de voorraden in één seizoen opgegeten, de landbouw was totaal ontwricht en er brak een hongersnood van drie jaar uit.

China verwerd aldus tot één grote, falende proefboerderij. Pragmatist Deng Xiaoping had van meet af aan zijn twijfels over de utopieën van 's lands Roodste Zon: 'Onze Chinese ezel is langzaam. Een auto gaat heel snel, maar bij een aanrijding word je gedood. De ezel is traag, maar veiliger.'
Het resultaat van het landbouwexperiment geeft Deng gelijk. Aangezien de maoïstische slogan 'bekwame vrouwen kunnen zonder voedsel een maaltijd maken' niet op waarheid blijkt te berusten, verkopen ouders hun kinderen voor een zak rijst. In veel streken komt het tot kannibalisme. Tienduizenden mensen vinden de marteldood omdat ze ervan worden verdacht graan te verbergen. Naar schatting dertig miljoen Chinezen sterven (in Sichuan overlijdt niet minder dan tien procent van de bevolking).
'De drempel van het paradijs bleek te hoog', schrijft Gu Hua in zijn roman Het dorp Hibiscus. 'Iedereen viel uit de wolken terug naar de schrale mensenwereld en hervatte het harde bestaan met koolsoep in de eetzaal. Op de halfjaarlijks markt werden alleen nog eikels, kafkoeken, varenwortelmeel, bonenstaken en aardzwammen verkocht.'
In Gu Hua's roman De tuin der literaten staat een brief van een 'stinkende student' die wegens reactionaire meningen en een verwerpelijke houding is opgesloten in het heropvoedingskamp De tuin der literaten, vlak bij Beijing: 'Fluitmeisje, net na het drakenbootfeest van de vijfde maanmaand kreeg ik via-via een schokkend bericht dat ik tot nu toe moeilijk kan geloven. Jouw broertje, dat was geboren tijdens de Grote Sprong Voorwaarts en dan ook Sprongetje Voorwaarts heette en net drie jaar was geworden, was van honger gestorven. Je vader en moeder droegen hun enige zoon 's avonds het veld in, spitten een gat en begroeven hem. Maar toen je moeder er de volgende dag naartoe ging om Sprongetje Voorwaarts te bewenen, was er alleen nog maar een gat en geen zoon meer. Hij zou door hongerige mensen uit het dorp zijn opgegraven, gekookt en opgegeten. Je moeder werd gek van woede en ging naar huis om aan je vader te vragen waar het kind was. Je vader was niet thuis. Hij lag in de hooiberg achter het hutje, zijn hele lichaam opgezwollen dat het groen zag, hij was dood. In zijn hand had hij een mager armpje geklemd dat was overgebleven, zeggen ze.'

Foto ©wagenvoorde

Begin jaren zestig bemoeit Deng Xiaoping zich intensief met pogingen een landbouwrenaissance te bewerkstelligen. Zijn recept: decollectivisering. 'Het maakt niet uit of een kat zwart of wit is', verkondigt hij, 'zolang zij maar muizen vangt.' Deze 'smerige kapitalistische' benadering komt hem tijdens de Grote Proletarische Culturele Revolutie duur te staan. Deng Xiaoping heet een 'onverbeterlijke bourgeois', een Chinees met 'een zwart hart, zwarte longen en zwarte botten', een 'bedorven ei', een 'duivel'. Met instemming van de Grote Roerganger en diens vrouw Jiang Qing wordt hij veroordeeld: twee jaar eenzame opsluiting, vervolgens verbanning naar Jiangxi en langdurig huisarrest.
Het lot van Deng lijkt bezegeld.
In 1973 verschijnt hij echter weer ten tonele, om drie jaar later weer te worden weggezuiverd.
Pas een half jaar na de dood van Mao (1976) begint Deng aan zijn definitieve opmars. Zijn hervormingsdrift richt zich in eerste instantie op het platteland. Hij heft de communes op en boeren worden verplicht een deel van hun oogst voor weinig geld aan de staat te verkopen, maar kunnen  met de rest doen wat ze willen. Aanvankelijk lijkt dat te werken, maar halverwege de jaren tachtig tekent zich een stagnatie af. Met lede ogen ziet de agrarische bevolking hoe stedelingen en bewoners van de kuststroken de vruchten plukken van de economische groei.
Door Dengs liberale aanpak ontstaat een enorme inkomenskloof. De gemiddelde stadsbewoner verdient drie tot zes keer zoveel als een boer.

wordt vervolgd...

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Prominente personen

Prominente personen uit China's verleden en heden, in alfabetische volgorde.

Du Fu (712-770)

was een belangrijke Chinese dichter uit de Tangdynastie. Hij was afkomstig uit een familie die over voldoende middelen beschikte om hem voor ambtelijke examens op te leiden. Hij had verschillende betrekkingen aan het keizerlijk hof en bij plaatselijke overheden, maar wist nooit een hoge positie te bereiken. Een groot deel van zijn leven was hij dan ook onbemiddeld en leidde hij een zwervend bestaan, mede als gevolg van de burgeroorlog die volgde op de opstand van An Lushan, vanaf 755. Zijn werk is beïnvloed door zowel het confucianisme als door het taoïsme; die laatste vorm van spiritualiteit was dominant in het keizerlijk bestuur van zijn tijd.
Vooral in zijn latere werk is de invloed van het boeddhisme merkbaar.
In zijn poëzie is de bitterheid over zijn lot verwoord. Ook beschrijft hij in zijn gedichten de corruptie en onpersoonlijke behandeling en wreedheden aan het keizerlijk hof en het lijden van het arme deel van de bevolking als gevolg van de onmogelijkheid om zich aan hun lot te ontworstelen. Typerend voor zijn stijl zijn de ironische passages over het door de armoe veroorzaakte sociale en geestelijke afglijden van de mens. Zijn werk wordt nog steeds gelezen en hij wordt binnen en buiten China beschouwd als een van de grootste Chinese dichters.
Van veel belang voor leven en werk van Du Fu was de relatie met de elf jaar oudere dichter Li Bai. Aan hem droeg Du Fu enkele gedichten op; gedichten van Li Bai gericht aan Du Fu zijn echter niet bewaard gebleven. De poëzie van beiden is sterk verschillend van aard: Li Bai is de dichter van het exotische en de mens als nietig onderdeel van natuur en universum, Du Fu is vooral een ‘humanistisch dichter’ met veel aandacht voor de armoede, honger en oorlog die de bevolking trof.

In 760 arriveerde hij in Chengdu (Sichuan). Ook al had hij wel financiële problemen, toch was dit een gelukkige tijd voor hem. Veel van de gedichten die hij hier heeft geschreven zijn vredige beschrijvingen van zijn leven in de strohut.
In de 11de eeuw werd ter nagedachtenis van Du Fu een tempel gebouwd, met tuinen en stenen tafelen. In de Du Fu-herdenkingszaal staan beelden van Du Fu uit de Ming- en Qing-dynastieën. In de bijbehorende tentoonstellingsruimten zijn klassieke edities van zijn gedichten tentoongesteld, evenals moderne uitgaven en vertalingen. Ook is er een replica van zijn hut in het park te vinden.

Tot de vroege bewonderaars van het werk van Du Fu behoren de dichters Bai Juyi (772–846) en Yuan Zhen (779–831). Het is mede aan die bewondering te danken dat zo veel van Du Fu's gedichten zijn overgeleverd. Ook de bekendste Chinese dichter van de twintigste eeuw, Lu Xun, en de stichter van de Volksrepubliek China, Mao Zedong, hebben zich lovend over Du Fu uitgelaten.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

Chiang Kai-shek (31.10.1887-05.04.1975)

was de zoon van een welvarende zouthandelaar uit de provincie Zhejiang. In 1906 koos hij voor een militaire carri~ere.
Hij studeerde in China, Japan en de Sovjet-Unie en diende tussen 1909 en 1911 in het Japanse keizerlijke leger. Daar trof hij veel Chinezen die een republiek China wilden.
Chiang Kai-shek was een van de vertrouwelingen van Sun Yat-sen. (Sun Yat-sen was de initiator van de Xinhai-revolutie en de grondlegger van de Republiek China.) Chiang Kai-shek werd diens opvolger als leider van de Kuomintang, in 1925. De KMT was de nationale volkspartij. Aanvankelijk leidde hij zijn eigen leger succesvol in de strijd om hereniging van een verscheurd land. Maar hij verloor de burgeroorlog teggen de communisten in 1949, na militair falen en het verlies van burgersteun.
Van 1949 tot 1975 was hij president van de Republiek China, dat zich sinds die tijd beperkt tot Taiwan.
Meer over Chiang Kai-shek, in het Engels:

http://www.bbc.co.uk/history/historic_figures/chiang_kaishek.shtml
 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -


Aisin-Gioro Puyi (Peking, 7 februari 1906 – aldaar, 17 oktober 1967)
 
was onder de naam Xuantong de laatste keizer van de Qing-dynastie en tevens de laatste keizer van China. Hij was de oudste zoon van de tweede prins Chun. Na de dood van zowel keizerin-moeder Cixi als keizer Guangxu werd Puyi als peuter van twee jaar en tien maanden op de keizerstroon gezet.
Na het uitroepen van de Republiek China in 1912 leefde hij als niet-regerend keizer.  Op 12 februari 1912 deed Puyi namelijk afstand van de troon. Hij bleef officieel nog tot 1924 keizer, maar was in feite een gevangene, opgesloten in de Verboden Stad.
Restauratiepogingen mislukten. In 1917 werd Puyi nogmaals tot keizer uitgeroepen, maar dat duurde slechts twaalf dagen. In 1924 werd hij definitief uit de Verboden Stad verbannen.
Tijdens de Japanse bezetting stichtten de Japanners Manchukuo (Mantsjoerije), oftewel: het Rijk van de Mantsjoes. Pu Yi  liet zich hier in 1931 door de Japanners op de troon zetten.  Zo hoopte hij de schande van zijn val in 1912 weg te poetsen. Hij maakte het alleen maar erger. Hij had namelijk nauwelijks macht. Hij ‘regeerde’ van 1934-1945 als marionet van de Japanners. Pu Yi had de Qing-dynastie nieuw leven willen inblazen, maar was veel te jong om zijn afzetting te voorkomen. Toch ervoer hij die als een grote schande. Toen hij dan ook op 25-jarige leeftijd het aanbod van de Japanners kreeg om hier keizer te worden, dacht hij alsnog zijn plicht jegens zijn voorouders te kunnen vervullen.  In plaats daarvan werd Manchukuo de kroon op het onvermogen van de laatste Chinese keizer. Het rijk van de Mantsjoes was een marionettenstaat van Japan.
In Manchukuo kregen Japanse legerartsen al in 1932 de vrije hand om medische experimenten uit te voeren op levende gevangenen. Miljoenen Chinezen moesten dwangarbeid verrichten bijvoorbeeld in de opiumteelt, al was die internationaal verboden. Op die manier vulden de Japanners hun oorlogskas.
Na de Tweede Wereldoorlog vluchtte Puyi met zijn hofhouding naar de Sovjet-Unie. In 1950 werd hij door de Sovjetautoriteiten overgedragen aan het (inmiddels) communistische regime van Mao, en gearresteerd wegens collaboratie met de Japanse bezetters en in een heropvoedingskamp voor oorlogscriminelen geïnterneerd in Shenyang en later Harbin. In december 1959 kreeg hij amnestie van Mao Zedong, waarbij hij door premier Zhou Enlai persoonlijk werd ontvangen. Enige tijd later nam hij het beroep aan van tuinman in de Botanische Tuin van Peking.
Voor geschiedschrijvers van de Volksrepubliek is Pu Yi een dubbel symbool: Dat van een mislukte keizer en van een man die – na verblijf in Siberische en Chinese heropvoedingskampen – veranderde in een goed communistische burger.
Puyi's leven werd verfilmd door de Italiaanse regisseur Bernardo Bertolucci, als L'Ultimo Imperatore (1987) (The Last Emperor).


Puyi

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -


Deng Xiaoping
(Xixian, 1905 - 1997)

is de laatste grote leider die is voortgekomen uit de generatie van de revolutionairen. Na eerst het slachtoffer te zijn geworden van enekele zuiveringsacties binnen de Partij, kwam hij als meest geschikte leider naar voren, na 1976.
In dat jaar overleden drie revolutionairen van het eerste uur: Zhou Enlai, Mao Zedong en de zeer gerespecteerde generaal Zhu De. Ook kwam de Culturele Revolutie tot een eind.
Toen het noordoosten van China ook nog eens werd getroffen door een zeer zware aardbeving, meenden veel Chinezen dat het Hemels Mandaat was ingetrokken. Vóór 1911 was zoiets een reden om een keizerlijke dynastie te beëindigen.
Deng wist met zijn politieke behendigheid de leiding naar zich toe te trekken. Het land stond in 1976 aan de rand van de afgrond. Tien jaar lang was China geterroriseerd door fanatici die scholen sloten, de intelligentsia voor heropvoeding naar het platteland stuurden of vermoordden en die geen flauw benul leken te hebben van behoorlijk staatsbestuur, Het recept voor wederopstanding was ingrijpende hervorming, besefte Deng. Maar hij liep behoorlijk voor de troepen uit, zo ondervond hij. Een poging in 1978 om met muurkranten een beter idee te krijgen van wat er onder de bevolking leefde, was geen lang leven beschoren. Ook de oorlog tegen Vietnam in dat jaar werd geen succes.
Aanzienlijk bestendiger is zijn eenkindpolitiek. De economische hervormingen van de jaren tachtig brachten welvaaryt en wederom kritiek. De demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede en het daaropvolgende bloedige ingrijpen door het leger vormden een forse terugslag voor de hervormers.
Uiteindelijk slaagde Deng erin de hervormingen door te zetten. De huidige welvaart is grotendeels te danken aan Dengs beleid.


Beeld Plein van de Hemelse Vrede, Beijing  ©wagenvoorde

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -


 

Cao Xueqin (ca. 1715-1763)
 
was een Chinees schrijver, dichter, filosoof en schilder. Hij is vooral bekend als de auteur van Droom van de Rode Kamer. Zijn geboortenaam was Cao Zhan.
Over Cao’s leven zijn bijna geen bronnen bewaard gebleven, waardoor er veel onzekerheden over hem bestaan. Zo is onder andere zijn exacte geboortejaar niet bekend. Cao kwam in elk geval uit een Han-Chinese familie. Zijn familie kende een glorieperiode onder het bestuur van keizer Kangxi.
Vrijwel alles wat men vandaag de dag weet over Cao Xueqin is afkomstig uit wat familie en vrienden later over hem vertelden. Cao zou zich op latere leeftijd hebben gevestigd in een voorstad van Beijing, waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht. Hij leefde in armoede; zijn enige inkomen kwam uit de verkoop van schilderijen. Volgens zijn vrienden en kennissen was hij intelligent en zeer getalenteerd. Zijn schilderijen waren voornamelijk afbeeldingen van rotsen en landschappen.
Cao Xueqin zou meer dan 10 jaar hebben gewekt aan het manuscript dat uiteindelijk uitgroeide tot Droom van de Rode Kamer. De roman was nog niet helemaal af ten tijde van zijn overlijden.
Postuum werd hij beroemd toen zijn boek werd uitgegeven. Hij geldt als de grootste romancier uit de Chinese geschiedenis.
Droom van de rode kamer is (Engelstalig) op internet te vinden, bij project Gutenberg. Project Gutenberg is een digitale bibliotheek van zogenaamde e-books of elektronische boeken. Michael Stern Hart startte in 1971 met dit project genoemd naar Johannes Gutenberg, die algemeen geldt als uitvinder van de boekdrukkunst met losse letters.
De meeste door Project Gutenberg gepubliceerde teksten vallen in het publiek domein in de Verenigde Staten. Ofwel omdat ze nooit onder het auteursrecht vielen, ofwel omdat het auteursrecht verlopen is. Enkele teksten vallen nog onder auteursrecht, maar zijn beschikbaar gesteld door de auteurs. Typische kandidaten voor Project Gutenberg zijn belangrijke of succesvolle boeken waarvan het auteursrecht inmiddels verlopen is, zoals veel oude filosofische teksten.
Droom van de rode kamer is te vinden via onderstaande link:

http://www.gutenberg.org/browse/authors/c#a3092

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -


 

Mao Zedong (Shaoshan, 26 december 1893 – Peking, 9 september 1976)

was een Chinees politicus en partijleider. Mao vormde decennialang het gezicht van de Volksrepubliek China.
Mao Zedong (of Mao Tse-toeng) was de leider van de Communistische Partij van China (CCP) vanaf 1935.
Halverwege de jaren vijftig werd de Campagne tegen rechtse elementen’ gestart. ‘Rechtse elementen’ waren de bureaucratie, bepaalde elementen in het leger, en een deel van de partijleiding. In 1958 begon de Grote Sprong Voorwaarts. De Grote Sprong Voorwaarts was typisch maoïstisch te noemen, omdat Mao via enkele ‘grote sprongen’ China wilde omvormen tot een moderne, zelfvoorzienende en gecollectiviseerde natie. Onafhankelijke boerenbedrijven werden afgeschaft en samengevoegd tot ‘volkscommunes’. Op de achtererven van de boerderijen werden staaloventjes opgericht. In die oventjes moesten de boeren uit ijzererts ijzer halen. Via dit simpele  beleid wilde Mao China omvormen tot de grootste staalproducent ter wereld. Een groot probleem was het gebrek aan ijzererts…  
Dit beleid, samen met de Grote Mussencampagne,  leidden tot grote hongersnoden. China had veel voedsel nodig, maar veel boeren konden niet oogsten, omdat ze aan de staalproductie werkten. De hongersnood duurde van 1959-1961, waarbij miljoenen mensen de hongerdood stierven.
De Grote Sprong Voorwaarts, maar vooral de gevolgen ervan voor de bevolking, riep veel kritiek op binnen de CCP. In 1959 trad Mao daarom af als voorzitter van de volksrepubliek en werd in die functie opgevolgd door Liu Shaoqi. Mao's positie was nu verzwakt, maar hij bleef voorzitter van de CCP.

Mao richtte eind mei 1966 een kantoor op ten behoeve van de grote zuivering: De Kleine Groep voor de Culturele Revolutie. Een van Mao's naaste medewerkers, maarschalk Lin Biao, lid van De Kleine Groep, publiceerde in 1966 het boekje Citaten van voorzitter Mao. Dit boekje, dat korte uitspraken van Mao bevat zou de geschiedenis ingaan als het Rode Boekje. Linkse studenten begonnen het Rode Boekje als een heilig geschrift te beschouwen.  Jongeren richtten Rode Gardes op en eigen tribunalen om ‘contrarevolutionaire elementen’ te berechten, dit ook deels uit verveling, daar Mao alle vormen van ontspanning had verboden. Alle tijd moest aan de revolutie gewijd worden. Mao werd de ‘Grote Roerganger’ van de Culturele Revolutie en wist meer macht naar zich toe te trekken. Al gauw werden voorzitter Liu Shaoqi, Deng Xiaoping, Hua Guofeng en anderen tot ‘volksvijanden’ en ‘contrarevolutionairen’ betiteld, en kwamen in de gevangenis terecht. Het voorzitterschap van de republiek kwam tijdelijk te vervallen.
De Rode Garde, een burgerbeweging die vooral bestond uit jongeren, werd aangemoedigd het ‘oude China’ te vernietigen. In de praktijk kwam dit neer op het vernielen van eeuwenoude gebouwen als tempels en het bestormen van scholen, fabrieken en partijgebouwen. Huizen werden bestormd, alle antiek vernield, bibliotheken en universiteiten werden verwoest. In de Culturele revolutie werd een groot deel van het Chinese culturele erfgoed verwoest. Vervolgens vielen de gardes mensen aan die als verraders van het communisme werden beschouwd. De jongeren vernederden en vermoordden hun eigen leraren en zelfs hun ouders. In deze sfeer van chaos en paranoia vonden miljoenen de dood. Gedurende de Culturele Revolutie werden vele leraren, intellectuelen, artsen en hoogleraren, alsook opstandige boeren en arbeiders opgesloten in concentratiekampen/werkkampen (officieel ‘heropvoedingskampen’ of kaderscholen genoemd) of simpelweg vermoord. Ook was deze periode bijzonder slecht voor de Chinese economie. De landbouw lag in de jaren 1966-1969 vrijwel stil en er heerste hongersnood. Op het 9de partijcongres verklaarde Mao dat de Culturele Revolutie tot een einde was gekomen.
Mao stierf in 1976.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

 

Qin Shihuang

Qin dynastie (Ch'in) (225-206 v. Chr)
Qin Shihuang is misschien wel China's bekendste verheven heerser. Hij heeft Chang Cheng (de Grote Muur) gebouwd.

   
Wan Li Chang Cheng is de Chinese naam van de Grote Muur (of de Chinese Muur). De naam betekent 10.000 nli lange muur. Een li is ruim 500 meter.  De muur werd in verschillende perioden onderhouden, verbouwd en uitgebreid. De omvangrijkste renovaties dateren uit de Mingdynastie ( 1368-1644).
De muur begint ongeveer 200 km ten noordoosten van Beijing en eindigt in het westen, in de provincie Gansu. Hij is zes tot acht meter hoog en vijf tot zes meter breed.

   

In 1974 werd een leger van aardewerk, het zogenaamde terracottaleger, in het graf van Qin Shihuang in Xi'an opgegraven.
Behalve een muur en een graf heeft hij nog meer belangrijke veranderingen op zijn naam staan.
Hij wilde een centrale regering met absolute macht over iedereen. Daartoe verdeelde Qin het hele land in - aanvankelijk - 36 provincies, waarvan de gouverneurs elk onder direct bevel van de verheven heerser stonden.
De eenheden van lengte, gewicht en inhoud werden onder deze leider gestandaardiseerd.
Er zijn bamboedocumenten uit deze periode opgegraven, waarin uitvoerige gegevens staan vermeld over soldaten en burgers. Deze gegevens werden gebruikt voor belastingen en militaire oproepen.
Mao Zedong was een van zijn bewonderaars.



De aanleg van de Grote Muur
en de bouw van het Terracottaleger hebben veel geld en arbeidskracht gekost.
Geen wonder, dat de Qindynastie maar kort standhield.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -  T O P - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Aanbevolen literatuur, bronnen

Mao - Jung Chang

China - onder redactie van Prof. Edward L. Shaughnessy

Wilde zwanen. Drie dochters van China - Jung Chang

De tuin der literaten - Gu Hua

Het dorp Hibiscus - Gu Hua

Geschiedenis van China - D. van der Horst

Het hemels mandaat. De geschiedenis van het Chinese Keizerrijk - Barend J. ter Haar

China - Shan-Wei Cheng, Jan Willem Nienhuys

Achter de Chinese Muur - Julie Lovell


 

We nodigen u uit om onze site nog fascinerender te maken. Ook staan we open voor commentaar en verbeteringen.
Heeft u materiaal (tekst of foto's) over China, stuur het dan alstublieft op naar:

cedars@live.nl, o.v.v. "China".

Texts, pictures, etc.  are the property of their respective owners.
Cedar Gallery is a non-profit site. All works and articles are published on this site purely for educational reasons, for the purpose of information and with good intentions. If the legal representatives ask us to remove a text or picture from the site, this will be done immediately. We guarantee to fulfill such demands within 72 hours. (Cedar Gallery reserves the right to investigate whether the person submitting that demand is authorized to do so or not).

The contents of this website (texts, pictures and other material) are protected by copyright. You are welcome to visit the site and enjoy it. But no part of this website may be reproduced in any form by any means without prior written permission.  If you like to use a picture or text, first send your request to

cedars@live.nl

 

 

< vorige