Cedar Gallery


Cedar info  |   Nieuws   |  Educatie  |   Links   |  Vriend/Donateur   |  Contact | Engels

 

 

Kunstenaars

Architectuur

Boeken

Design

Films

Fotografie

Letters

Schilderijen

Bomen

Religie

Thema's

China

Japan

Rusland

 

 

                                                                                                                                                                      

                                                                                                                                                                               

 Letters: verhalen en gedichten

Eén van de vaste rubrieken op Cedar Gallery is GEDICHTEN.
Dit onderdeel biedt zowel een podium voor aankomend talent, als voor dichters die reeds naam hebben gemaakt.
We nodigen vooral nieuwe en nog onbekende dichters uit om bijdragen in te zenden, die passen binnen de onderstaande thema's.
U treft meer gedichten aan bij de rubriek Rusland.
Verder is er een aparte rubriek haiku, tanka en senryū (Japan).

Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn,
en wat de zon, de mane?
Wat in de bergen, in de mijn ligt,
en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al 't geen me U vragen kan?
Antwoordt dan en wilt mij zeggen:
Dichten... wat is dichten dan?

Guido Gezelle
 

BOMEN   |   DOOD   |   EINDE EN BEGIN   |   KUNST   |   LIEFDE   |   REIZEN   |   VERLANGEN   |   VRIENDSCHAP   |   OVERIG

JIDDISCHE POËZIE   | 

TREFWOORDEN

 

BOMEN

De Ceder

Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.

Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.

Han G. Hoekstra (1906 – 1988)

gedichten over bomen            >  
 

 

 

DOOD

Nog

Mijn hartslag stokte, en met korte kramp
schoot mij hoe sterfelijk ik ben te binnen.
Ik moet mij steeds meer op de dood bezinnen,
hoe vaster ik mij aan het leven klamp.

Dat eenmaal zo het einde zal beginnen
is in het licht van wat er was geen ramp,
maar toch: er valt onder de kleine lamp
nog zoveel onontgonnens te ontginnen.

De aarde is nog ongeëvenaard;
er liggen nog oneindige domeinen
waarover deze lamp moet schijnen braak;

en slechts met de gedichten die ik maak
maak ik de wereld woord voor woord de mijne,
en breng ik het geschapene in kaart.

Jean Pierre Rawie
Uit: 'Onmogelijk Geluk' 1993, uitg. Bert Bakker

gedichten over dood           >  
 

 

 

KUNST

Eva, zandsteen, twaalfde eeuw

Voor de steenhouwer was zij de eerste vrouw
op aarde - alsof je iets ziet van zijn deemoed
in de vrouw die hij schiep, zo trots is ze

haar ogen kijken langs ons weg, terug naar
wat achter haar ligt, al een mensheid ver

ze lijkt te denken aan hoe het begon, hoe ze
met Adam het paradijs verliet en ze samen
de eerste mensen moesten zijn

haar huid, haar mond waren nog glad en zacht
ze was geschapen om te worden bemind
en om kinderen te koesteren

maar de zon, de regen, de wind waarin ze leefde
hebben haar verweerd en de materie blootgelegd
waarin ze werd gemaakt - de steen

de steen die er al was, een eeuwigheid
voordat ze zelf bestond

het geeft haar gezicht iets zeer nadenkends
een niet te peilen afstand

Rutger Kopland
uit: Wat water achterliet, van Oorschot 2004

gedichten over kunst           >  
 

 

 

LIEFDE

In andermans handen

Die heb ik niet nodig,
Ik heb er genoeg binnen eigen bereik.
Maar wat maakt zijn mond dan zo zoet en zo rozig
Dat ik er met zoveel verrukking naar kijk?
Hij spreekt maar m’n schande en maakt me maar zwart!
Maar hoor – in zijn stem wordt een steunen gesmoord.
Nee, nooit overtuigt hij me dat nu zijn hart
In blinde verliefdheid een ander behoort.
En nooit zal ik aannemen dat je, wanneer
De liefde een hemels geheim is geweest,
Weer lacht en weer huilt met de angst van weleer,
En dat je mijn vurige kussen verwenst.

Anna Achmatova
Vertaling Hans Boland, uit: Requiem

gedichten over liefde           >  
 

 

 

REIZEN

Ik ga naar Pasárgada

Ik ga naar Pasárgada
Daar is de koning mijn vriend
Daar ligt de vrouw die mij gerieft
In het bed dat mij belieft
Ik ga naar Pasárgada

Ik ga naar Pasárgada
Hier ben ik niet gelukkig
Daar is het leven avontuur
En wel zo inconsequent
Dat Johanna de Waanzinnige van Spanje
Koningin en zogenaamd dement
Familie is van de schoondochter
Die ik nooit heb gekend.

En wát zal ik aan gymnastiek doen
Wát zal ik uit fietsen gaan
Op ongetemde ezels rijden
In kokanjemasten klimmen
Wát zal ik zwemmen in zee!
En als ik moe word ga ik liggen
Aan de kant van de rivier
Ik laat de watermoeder komen
Om mij de verhalen te vertellen
Die toen ik nog kleine jongen was
Rosa mij vertellen kwam
Ik ga naar Pasárgada

In Pasárgada heb je van alles
't Is een ander soort beschaving
Er is daar een feilloze methode
Ter voorkoming van bevruchting
De telefoon werkt automatisch
Er zijn alkaloïden naar believen
Er zijn mooie prostituees
Waar je mee vrijen kunt

En als ik eens wat droever ben
Zo droevig dat het niet te harden is
Wanneer mij 's nachts de lust bekruipt
Mijzelf van kant te maken
- Daar is de koning mijn vriend –
Dan ligt de vrouw die mij gerieft
Daar in het bed dat mij belieft
Ik ga naar Pasárgada.

Manuel Bandeira
vertaling August Willemsen

gedichten over reizen           >  
 

 

 

VERLANGEN, verlies, heimwee

Achter het einde

De wind en haar kleren lagen nog saam
maar het was al over;
ergens tegen de sterren aan
sloeg het raadsel uiteen, maar wie gelooft er
dat het hiermee eindigt, wat zo begon
dat het de elementen verzamelen kon
in énen greep, binnen één bloed?
wat zo begon
dat ik het zelf niet geloven kon,
dat ik niet wist waarom het begon
dat het niet anders eindigen kon
dan in de eeuwigheid.

Gerrit Achterberg

gedichten over verlangen, verlies, heimwee           >  
 

 

VRIENDSCHAP

Zeventig jaar verschil

Hij klaagt hardop dat hij de nieuwe
aardappeltjes niet meer haalt. Ik roep
dat ik ze al gegeten heb, dus hij moet
terug naar start of naar de gevangenis.
Hij strompelt toch al zo moe. Zijn hart.

Maar een vriend hoeft niet perse snel te zijn
van mij, alleen in de buurt.
Hij moet niet zeggen dat het weer weer
in de weg zit. Ik weet al lang dat het moet
vriezen voor regen ijzelt op straat.

En dan strooi ik heus wel zout voor je voeten.
Wat heeft het nu voor zin om zo maar
dood te willen gaan als ik er toch ook nog ben?

Of ben je jaloers dat ik nog zo n hoop
te leven heb. Ik ben jaloers dat jij het
hebt gehaald. Ik weet niet of ik dat wel kan.

Ted van Lieshout,
uit: "och ik elleboog me er wel doorheen"

gedichten over vriendschap           >  
 

 

OVERIG

Ochtendmens

De morgen kost
normaal al strijd,
maar zeker tegen
sluitingstijd.

Jan Boerstoel

gedichten over diverse thema's           >  

 

Cedar Gallery is een non-profit site. De gedichten worden enkel gepubliceerd voor educatieve doeleinden, om mensen te informeren of te vermaken en met goede bedoelingen. Als iets niet conform de regels voor copyright gebeurt, stuur ons dan een bericht, zodat we het gedicht waarop dit betrekking heeft, zo spoedig mogelijk kunnen verwijderen. We garanderen dit binnen 100 uur te doen (afwezigheid vanwege vakantie of ziekte buiten beschouwing gelaten).

Cedar Gallery behoudt zich het recht voor na te gaan of de persoon die bezwaar aantekent daartoe gerechtigd is.

 

TREFWOORDEN

Alexandrijn

Een alexandrijn
is een zesvoetige jambische versregel, dus een versregel die uit zes jamben bestaat. Als die zes jamben worden gevolgd door nog één onbeklemtoonde lettergreep wordt er nog steeds van een alexandrijn gesproken.
De alexandrijn is genoemd naar de Roman d'Alexandre van Alexandre de Bernay.

Voorbeeld

De Zee, de Zee, klotst voort in eindeloze deining

Willem Kloos

 

Apollinaire, Guillaume

Guillaume Apollinaire, pseudoniem van Guillelmus Albert Vladimir Alexandre Apollinaris de Kostrowitzki (Rome, 26 augustus 1880 - Parijs, 9 november 1918), was een Franstalige schrijver, dichter en protagonist van de eigentijdse kunst.
Na een ongelukkige liefde vertrok hij in 1901 naar Duitsland, waar hij de uit Engeland afkomstige Annie Playden ontmoette, die zijn grote liefde en muze werd. Zij vertrok later echter naar de Verenigde Staten.
Hij reisde door verschillende landen: België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Engeland.
In Parijs ontmoette hij de groten van zijn tijd: Picasso, de Vlaminck, Henri Matisse, George Braque, Max Jacob, André Derain, Raoul Dufy, Kees van Dongen en Henri Rousseau. Hier ontwikkelde hij zijn grote schrijftalent.
Als dichter heeft hij eminente betekenis gehad voor de ontwikkeling van de 20ste eeuwse poëzie, maar hij speelde eveneens een grote rol in de doorbraak van de moderne kunst in het begin van deze eeuw. Hij had een intuïtie voor de betekenis van het werk en de nieuwe visies van de kunstenaars die hij ontmoette en hij wist dit in zijn geschriften indringend te verwoorden.
 

Armando

Armando (Amsterdam 1929)
Velen kennen Armando als schilder; hij is echter eveneens dichter en schrijver. In de verschillende disciplines die hij beoefent, geeft hij op indringende wijze gestalte aan zijn visie op het menselijk bedrijf.
Hij was lid van de Informele Groept (1958) en de Nulgroep. De Nederlandse Nul-beweging werd gevormd in 1960, door Jan Schoonhoven, Armando, Jan Henderikse en Henk Peeters.
De rode draad in zowel het beeldende als het literaire werk van Armando is de thematiek van schuld en onschuld, en uit zijn werk spreekt onder meer een fascinatie voor het geweld en de gruweldaden waartoe de mens in staat is. Een sleutelbegrip is dan de term 'schuldig landschap', voor de elementen in het landschap die zwijgend toekijken hoe de mens zichzelf vernietigt en daardoor als het ware medeplichtig zijn geworden aan de daden waartoe dat kan leiden.
 
Ballade Een ballade
is een gedicht waarvan de vorm in de Middeleeuwen is ontstaan. Het kent een aantal strofen, die elk worden afgesloten met een refrein of stok. De ballade lijkt hierin op het referein.
Bekende beoefenaars van het genre waren in de Middeleeuwen Guillaume de Machaut, Christine de Pisan en François Villon.
De Rederijkers, met hun voorkeuren voor vormtechnische huzarenstukjes, beoefenden het genre met enthousiasme. Vervolgens raakte het uit de gratie toen de kunst van de Renaissance veld won, om weer in de aandacht te komen in de tweede helft van de negentiende eeuw, met beoefenaren als Algernon Charles Swinburne.
 
Elegie

Het begrip elegie
heeft een betekenisontwikkeling ondergaan van “kort gedicht” via “meditatief, melancholisch gedicht” tot “klaagzang”, waaraan wij vaak denken als we de term gebruiken. Deze ontwikkeling is niet volstrekt chronologisch. De klaagzangen zijn al ten minste vanaf de middeleeuwen bekend. Tegelijkertijd zijn meditatieve elegieën nog in de twintigste eeuw beschreven.

De negentiende-eeuwse elegieën van Friedrich Hölderlin grepen in hun vorm op de Griekse voorbeelden terug. Ook de Duineser Elegien (1923) van Rainer Maria Rilke heten vooral zo omdat ze met de vorm van elegieën experimenteren. Ze zijn meditatief van aard, overpeinzingen over het menselijk bestaan.
Al eeuwen eerder waren zulke overpeinzingen een stap verder gegaan. Met name in de Engelse literatuur van de achttiende eeuw richtten zij zich op de vergankelijkheid van dat bestaan. Er was een hele groep dichters, de Graveyard School, die zich aan dit soort bespiegelingen waagde. Het beroemdste voorbeeld is het weemoedige Elegy Written in a Country Churchyard (1751) van Thomas Gray, een afgewogen overpeinzing van verloren leven en onopgemerkt talent.
In de Ballade des dames du temps jadis (ca. 1460) van François Villon was de klacht al persoonlijker van aard geweest: een aantal dames wordt erin met name genoemd, en het refrein van de ballade is steeds weer het bekende middeleeuwse motief  “waar zijn zij gebleven?”
In de moderne betekenis van de elegie richt de klacht zich tot één persoon.
Dit subgenre is al bekend vanaf de middeleeuwen, met het Nederlandse Egidiuslied als bekend voorbeeld: Egidius die de dood koos, en de zanger (in) leven liet. Van de lijkzangen die Vondel schreef, is zijn Kinder-Lijck (“Constantijntje, ’t zalig kijndtje”) tegelijk een elegie vol verdriet én overgave.
Niet alleen personen zijn het onderwerp, ook het verlies van huisdieren kan tot literaire uitingen van verdriet aanleiding geven: Jan Hanlo schreef Hond met bijnaam Knak, Guillaume van der Graft de Elegie op mijn hond.

 
metrum

Een metrum
of versvoet is een vooral in de muziek en de poëzie veel gebruikte term voor een combinatie van een beklemtoonde en een onbeklemtoonde lettergreep. In de muziek spreekt men ook van maat, in de poëzie van versmaat.
 

 

 

 

Cedar Gallery is gratis
voor bezoekers, maar
kost de makers wel geld...

cedars.vrienden@live.nl

 

 

 

TOP | VORIGE